‘Een Turkse vrouw in Maastricht had 112 gebeld. Haar puberzoon huilde toen hij de voordeur voor ons opendeed. Zijn moeder huilde ook, we zagen de angst in haar ogen. Haar ex was naar haar huis gekomen, schreeuwend en woedend trappend tegen de voordeur.
‘Met geknepen stem vertelde ze dat hij in haar huwelijk steeds gewelddadiger was geworden, waardoor ze van hem was gescheiden. Ze legde uit dat het in haar geloof, de islam, moeilijk te verkroppen is voor een man als zijn vrouw hem verlaat.
‘Sinds de scheiding bedreigde hij haar. De rechtbank had hem een straat- en contactverbod opgelegd.
‘‘Mag ik dat verbod zien?’, vroeg ik. Haar zoon pakte het uit een lade van het dressoir, alsof het al voor ons klaarlag. Hier was sprake van een strafbaar feit, dus we gingen hem zoeken. Haar ex woonde een paar straten verderop.
‘Tegen de voorgevel van zijn huis zat een Turkse man met opgetrokken knieën en zijn hoofd in zijn handen. Het was een hoopje ellende, hij was totaal wanhopig.
‘‘Goeiedag meneer’, zei ik, ‘kan ik iets voor u doen?’ Hij deed zijn hoofd omhoog, keek me aan en begon meteen te schreeuwen, waardoor verschillende buren naar buiten kwamen.
‘Ineens sprong de man op en rende zijn huis in. Toen pas zagen we dat zijn voordeur open stond, dat was ons eerder niet opgevallen. Wij mogen niet zomaar een huis betreden, dus ik bleef bij de voordeur staan en zag hem door de gang de keuken in rennen. Daar pakte hij uit een keukenla een groot broodmes en kwam daarmee op mij af.
‘‘Achteruit, hij heeft een mes’, riep ik naar mijn collega Amanda, die achter me stond. We renden achteruit met onze gezichten naar hem toe, want je moet het gevaar altijd aankijken. Amanda rende bij me vandaan – we verspreiden ons altijd, zodat we niet tegelijk kunnen worden aangevallen. De man begon hysterisch te schreeuwen: ‘Mijn vrouw is van me af, ik kan dit niet aan, ik wil dood!’
‘Meerdere keren riep ik: ‘Laat dat mes vallen, we gaan je helpen’, maar hij reageerde met: ‘Schiet me dood, anders maak ik mezelf dood!’
‘Om te bewijzen dat hij het meende, hief hij zijn linkerarm omhoog en begon met dat mes op verschillende plekken in die arm te zagen. Echt shockerend. Het bloedde enorm. Ik pakte mijn pepperspray, waarop hij schreeuwde: ‘Als jij mij niet doodmaakt, dan maak ik jou dood’, en hij kwam op me af.
‘Op dat moment trok ik mijn pistool. Ik richtte op hem en zei: ‘Ik wil je niks aandoen. Laat dat mes vallen, anders schiet ik.’ Terwijl ik achteruit liep, voelde ik op een gegeven moment een hek in mijn rug. De weg was afgezet wegens wegwerkzaamheden, ik kon niet verder achteruit. Toen werd het spannend. Hij bleef op me afkomen, en ik zat klem.
‘Op dat moment schreeuwde Amanda keihard: ‘Pak míj dan, als je wat wilt!’ Ze gilde héél erg hard, echt een noodkreet. Het leidde die man af. Hij draaide zich naar haar toe en liep vervolgens met dat mes naar Amanda.
‘Dat was mijn kans. Ik rende op hem af en sloeg uit alle macht op zijn rechterarm, waarna dat mes uit zijn hand viel. Meteen sprong ik letterlijk op zijn nek en viel samen met hem op de grond. Amanda rende naar ons toe en terwijl ik zijn nek en hoofd vasthield, boeide zij zijn armen op zijn rug.
‘Sinds dat incident ben ik veel alerter. Of misschien moet ik zeggen: op mijn hoede. Ik heb daar wel een tijdje last van gehad. Wij zijn er om boeven te vangen en om hulp te verlenen, maar deze situatie escaleerde razendsnel van hulp verlenen naar boeven vangen. Sinds dat incident was ik terughoudender als iemand mijn hulp nodig had. Ik dacht steeds: wat gaat-ie zometeen doen?
‘In mijn huidige functie, als operationeel expert van het flex-team Zuid-West Limburg, doen we vaak invallen in woningen. Steeds als ik vanuit een gang een keuken inga en daar iemand zie staan, denk ik altijd aan die Turkse man. Dan flitst door mijn hoofd: daar liggen de messen, moet ik nu vooruit naar die persoon, of achteruit in de gevaarstand gaan?
‘Door die invallen te blijven doen, kon ik er steeds makkelijker mee omgaan. Inmiddels lukt dat perfect, gelukkig. Het is net als na een auto-ongeluk: soms durven mensen dan niet meer te rijden. Maar als je snel na een ongeluk weer in de auto stapt, ben je er het snelst overheen.
‘Die gil van Amanda was mijn redding. Of eigenlijk: de redding van die Turkse man, want zij voorkwam dat ik moest schieten. Als politieagent krijg je veel aangeleerd, maar als je een collega in nood ziet, ga je over op je instinct. Dat heeft zij heel goed gedaan. Dat vergeet ik echt nooit meer.’
De rubriek Die ene melding keert eind augustus terug.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden