N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Wapenhandel Onder de Taliban zijn handvuurwapens – ook Amerikaanse – voor iedereen verkrijgbaar, blijkt uit het eerste onderzoek in Afghanistan sinds de machtsgreep. Ook voor bevriende terreurgroepen als Al-Qaida.
Sinds de machtsovername door de Taliban in augustus 2021 is de westerse blik op Afghanistan wazig. Eerst verdwenen de NAVO-troepen en diplomatieke missies. Non-gouvernementele organisaties weken uit naar Dubai. Prominente journalisten werden geïntimideerd of verbannen. Een half jaar later raakte de wereld in de ban van een andere crisis, in Oekraïne.
Veel lokale Afghaanse journalisten, die voor de machtsgreep bijvoorbeeld als fixer werkten voor buitenlandse media, kwamen niet voor evacuatie in aanmerking, en konden hun journalistieke werk onder het repressieve regime van de Taliban ook niet voortzetten. Maar ze zijn er nog, en enkele hebben recent bijgedragen aan een rapport over wapenhandel, dat maandag is gepubliceerd door de ngo’s Small Arms Survey en Afghan Peace Watch. Daarvoor bezochten de onderzoekers – undercover – wapenmarkten en interviewden ze tientallen Taliban-strijders en wapensmokkelaars. Dit is het eerste onderzoek ter plaatse sinds de instorting van de republiek.
De resultaten stemmen niet vrolijk. Tijdens de machtsovername, terwijl de wereld vol afgrijzen zag hoe Afghanen zich vastklampten aan vertrekkende vliegtuigen, veranderde het land in een wapenhandelwalhalla. Volgens de Taliban veroverden ze toen meer dan driehonderdduizend kleine en lichte wapens, bijna dertigduizend zware wapens en ruim zestigduizend militaire voertuigen. Die getallen zijn niet te verifiëren, maar komen overeen met schattingen van de NAVO-landen die Afghanistan verlieten. Naar verluidt is ruim 7 miljard dollar aan Amerikaans materieel achtergebleven.
Een deel van die wapens is gaan zwerven, blijkt nu. Vooral handvuurwapens – ook Amerikaanse – worden op openbare markten verhandeld, vaak met vergunningen van de Taliban. „Het zijn openluchtbazaars”, vertelt de auteur van het rapport, Justine Fleischner. „Iedereen kan er wapens kopen, zoals wij voor frisdank naar de supermarkt gaan.”
Iedereen kan daar wapens kopen, zoals wij voor frisdrank naar de supermarkt gaan
Justine Fleischner Afghan Peace Watch
Op de Afghaanse markt kost een Amerikaans geweer van het type M16 nu 1.200 tot 1.600 dollar. Een M4 doet tot wel 2.400 dollar. Beretta-pistolen schuiven tussen de 350 en 700 dollar. Kal-asj-ni-kovs gaan voor 500 dollar over de toonbank.
Een Talibanstrijder vertelde een onderzoeker hoe hij na zijn vrijlating uit de gevangenis in augustus 2021 direct vijf Amerikaanse Beretta-pistolen, vier kalasjnikovs, een Amerikaans M4-geweer en een Amerikaanse Humvee op de kop kon tikken. Binnen enkele dagen verkocht hij de pistolen en de kalasjnikovs weer. De Humvee bracht hij naar een lokale Talibanleider, de M4 hield hij voor zichzelf.
Zware of geavanceerde wapens werden op de markten amper aangetroffen. „We hebben de indruk dat de Taliban het hoogstaande materieel bij zich houden, omdat ze dat kunnen gebruiken voor propaganda”, zegt Fleischner. „Maar bedenk dat simpele wapensystemen net zo dodelijk kunnen zijn.” Ze verwijst naar alle oorlogen in Afrika. Die worden niet gevoerd met geavanceerde wapens zoals in Oekraïne. „Kleine wapens zijn volkomen voldoende om de burgerbevolking te verwoesten.”
Risico op regionale proliferatie
Veel wapens belandden na de machtsovername op de zwarte markt omdat Afghanen in dienst van het Afghaanse leger die onderhands verkochten om het vege lijf te redden. De wapens hadden ze gekregen om de Taliban onder de duim te houden. Maar toen de VS Afghanistan halsoverkop hadden verlaten, bleven de veteranen achter – zonder werk, en zonder contanten. Wapens werden een essentieel ruilmiddel. Want tegelijk met de machtsovername stopte de westerse noodhulp en raakte het land in een economische crisis. Twee derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens.
Wapensmokkel is in Afghanistan geen recent fenomeen. Het land werd in de jaren tachtig al overspoeld door wapens, toen de VS radicaal-islamitische strijdgroepen steunden in hun strijd tegen de Sovjet-Unie. In dit geweld groeiden in de jaren negentig de Taliban. Hun arsenaal bestond toen vooral uit kalasjnikovs, maar de Taliban beschikten volgens de VN enkele jaren voor hun laatste machtsgreep al over modern Amerikaans materieel. De Afghaanse republiek had ook onder internationale supervisie haar zaken slecht op orde.
Een van de bevindingen van dit onderzoek is dat de Taliban vrijwel geen nieuw wapenbeleid hebben ingericht. Ze hebben de procedures van het vorige regime overgenomen en proberen die zo goed en zo kwaad als het gaat uit te voeren. Anders dan in het begin van hun bewind zijn de wapendepots nu wel op slot. Maar de administratie gaat nog goeddeels op papier en handhavers zijn niet goed getraind. Problematisch is vooral dat persoonlijke relaties in de praktijk vaak belangrijker blijken dan de regels, vooral op lokaal niveau. Invloedrijke leiders weigeren hun wapens, die ze als persoonlijk eigendom beschouwen, terug te geven of te laten registeren.
De gebrekkige wapenbeheersing door de Taliban wekt ook zorgen over regionale proliferatie. In buurland Pakistan voelen ze de gevolgen van de machtsovername door de Taliban. De Pakistaanse Taliban zegden een wapenstilstand met de Pakistaanse regering op en nadien pleegde de extremistische groepering meer dan honderd aanvallen. De Pakistaanse Taliban opereren met duizenden strijders vooral vanaf Afghaans grondgebied.
De Afghaanse Taliban zeggen dat ze optreden tegen smokkel en ontkennen dat ze de Pakistaanse Taliban met wapens steunen. Maar volgens de VN zijn de banden „hecht en symbiotisch”. En de onderzoekers vonden anekdotisch bewijs dat Amerikaanse wapens de grens met Pakistan overgaan. Ze identificeerden verschillende smokkelroutes, onder meer via de officiële grensovergang bij Torkham en over de bergpas bij Tora Bora.
De wapensmokkel zet de verhoudingen tussen de buurlanden op scherp. „Niet iets om lichtzinnig over te denken”, aldus Fleischner. „Pakistan is ongelofelijk instabiel. Het gaat om een kernmacht die tegelijk wordt geconfronteerd met een politieke en een economische crisis.”
Wapens zijn nu ook toegankelijk voor andere terreurgroepen waarmee de Taliban warme banden hebben, zoals Al-Qaida en IMU uit Oezbekistan. Extra zorgelijk, aldus Fleischner, omdat deze groepen in Afghanistan niet meer ondergronds hoeven te opereren. „En wat we van de Taliban kunnen leren, is dat zulke groeperingen een zeer lange adem hebben.”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC