‘Het zijn parasieten, een plaag, ze halen de ziel uit de gemeente en moeten zo snel mogelijk oprotten’ – het is een geluid dat we kennen uit plaatsen met azc-protesten of uit de zelfinterviews van Wierd Duk. Maar het komt ditmaal uit Amsterdam. Het Noordhollands Dagblad interviewde afgelopen maand Amsterdammers over de toegenomen hoeveelheid expats, die hun huizen zouden afpakken en de sociale cohesie om zeep zouden helpen.
Goede cijfers zijn er niet echt, maar het aantal Amsterdammers zonder Nederlands paspoort ging in dertien jaar van 12 naar 20 procent. De grootste woede wekt het belastingvoordeel dat sommige buitenlandse werknemers hebben in Nederland. 30 procent van hun loon is jarenlang onbelast, waarmee ze in staat zijn om duur te huren en Nederlanders te wegconcurreren. De overheid is overigens bezig deze regeling te versoberen of zelfs af te schaffen, nu deze wortel niet meer nodig lijkt.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Hij schrijft wekelijks een column voor de Volkskrant, die niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie reflecteert. Lees hier onze richtlijnen voor columns.
Burgemeester Halsema sprak onlangs over de expats bij AT5, waar ze hen (in het Nederlands) vroeg ook echt in Amsterdam te aarden, zich in te zetten voor de buurt en Nederlands te leren. Hoewel waarschijnlijk niet slecht bedoeld, speelde Halsema daarmee in op het stereotype van de rijke expat die in zijn bubbel blijft. Daarnaast is het natuurlijk onterecht om te doen alsof het de hardwerkende en keurige expats zijn die de sociale cohesie aantasten; alsof de Nederlandse rich kids, yuppen en die eeuwige cliché-Jordanezen met hun geromantiseer van armoede, huiselijk geweld en brutaliteit, wél mengen of vrijwilligerswerk doen.
De vijandigheid tegenover expats is volkomen misplaatst; zij zijn gekomen omdat wij ze wilden hebben. En de verwijten die ze krijgen rammelen aan alle kanten. De gemeente Amsterdam drukt minimaregelingen in het Arabisch en Turks af, maar van expats die hier vaak tijdelijk blijven wordt verwacht dat ze binnen een jaar het verder nutteloze Nederlands beheersen.
Autochtone woningzoekenden wijzen daarnaast naar de verkeerde: het zijn Nederlandse rijken die na de Airbnb-hausse de expat hebben omarmd als de manier om hun vastgoedrendement op peil te houden. Expats kennen de markt niet, hebben haast, zijn bereid te veel te betalen en daarvan wordt misbruik gemaakt. In geen enkele wereldstad bestaat overigens een recht om er te mogen wonen, maar als autochtone Amsterdammers menen dat dat recht wel bestaat, zouden ze hun pijlen moeten richten op het woningbouwbeleid en de mensen die voor de hoofdprijs aan expats verhuren.
Expats zijn voor de Nederlandse yup hetzelfde als een asielzoeker voor een PVV’er: een reden om alle xenofobische remmen los te laten. Zelfs de retoriek is hetzelfde; beiden spreken over ‘onze’ huizen, straten en banen. Nederlanders, misschien hogeropgeleiden nog wel het meest, zijn ongelooflijk ongeïnteresseerd in buitenlanders. Voor de gemiddelde Nederlander geldt dat de vrienden in de school- of studententijd gemaakt worden, en dat daarna het sociale leven ‘af’ is. Iedereen die ze daarna ontmoeten is alleen nog maar een potentiële kennis, maar waarschijnlijker een ergernis.
De horkerige en onwelkome houding van Nederlanders tegenover expats is dom provincialisme, die nieuwkomers kwetsbaar voor isolatie en zelfs uitbuiting maakt. Integratie vraagt inzet van beide kanten; waarom vraagt de Nederlandse buurman nooit aan zijn Italiaanse of Indiase buurman of hij ergens hulp bij nodig heeft? Zijn er werkelijk Amsterdammers die hun buitenlandse buren een stamppotje aanbieden en ‘nee’ te horen krijgen? En hoe leer je Nederlands als geen Nederlander met je wil praten? De ‘echte’ Amsterdammer, wie dat ook moge zijn, zou eens mét expats moeten spreken, in plaats van over ze.
Source: Volkskrant