Wie zelf wil ervaren hoeveel impact een festival kan hebben op het buitenleven, en dus op alles wat zich afspeelt buiten de festivalpoorten, hoeft alleen maar even langs bijvoorbeeld Soenda te wandelen op een mooie zaterdag in mei. Het eendaagse dancefestival is neergestreken in een prachtig landelijk gebied naast het dorp Groenekan, vlak bij Utrecht. Het is opgebouwd bij een lap natuur waar normaliter weidevogels broeden en waar vogelaars proberen ijsvogels te spotten, die tegen de oevers rond het rustieke Fort Ruigenhoek kleven.
Maar vandaag dus niet. Vanaf het middaguur lopen een man of twintigduizend door het natuur- en recreatiegebied, op weg naar het felgekleurde tentenkamp waar de vierkwartsmaten al tussen de podia knallen. De berg weggesmeten energiedrank- en bierblikken aan de rand van de sloot groeit gestaag. Er is geen vogel te bekennen – op een groepje verbaasde ganzen na – en dus ook geen vogelaar.
Over de auteur
Robert van Gijssel is sinds 2012 muziekredacteur bij de Volkskrant, met speciale interesse voor elektronische muziek en dance en de hardere muziekgenres. Ook schrijft hij over de muziekindustrie.
En het blijft niet bij deze zaterdag. Het op- en afbouwen van het eendaagse festival duurt bijna drie weken. Er liggen rijplaten op het gras voor de aan- en afvoer van bouwmaterialen; wandelaars en omwonenden kunnen dus niet de gebruikelijke paden afstruinen. ‘Park Ruigenhoek is gedeeltelijk afgesloten van 8 tot en met 26 mei’, staat op gele verkeersborden in de buurt. En dat voor welgeteld elf uur dance in de buitenlucht.
De festivalganger komt en gaat, maar voor omwonenden en liefhebbers van rust is het dus net wat langer feest. En al ruimt Soenda de zwervende blikjes ná het festival weer keurig op: het begint toch steeds vaker te wringen.
Nederland is al decennialang buitensporig goed in het organiseren van festivals; aan de randen van de stad, op de Waddeneilanden, in de polder, in bossen en parken en aan alle denkbare recreatieplassen. De sector kijkt al jaren aan tegen een almaar stijgende lijn in het aanbod en de bezoekersaantallen. In 2022 kwamen er weer 85 nieuwe evenementen bij (vooral muziekfestivals), in de buitengebieden en op professioneel toegeruste festivalterreinen zoals Megaland in Landgraaf of Evenemententerrein Walibi Holland bij Biddinghuizen.
Al in 2018 schoot de feestmeter door de magische grens en werden er in Nederland meer dan duizend festivals georganiseerd, van meer dan drieduizend bezoekers per evenement. Vorig jaar werden een onvoorstelbare 19,2 miljoen individuele ‘festivalbezoeken’ afgelegd: 4 procent meer dan in 2019, het laatste ‘normale’ festivaljaar voor corona. Toch knap, voor een land met 17 miljoen inwoners.
Maar Nederland loopt zo langzamerhand tegen de grenzen aan, of beter gezegd: knapt uit het strakke festivalvelletje. Meer dan voorheen kwamen dit jaar festivals in de problemen omdat ze niet de juiste vergunningen wisten te bemachtigen bij de gemeente of de provincie, of omdat energieke actiecomités de komst van een zoveelste festival naar een favoriet groengebied wisten te voorkomen. En in dat strijdgewoel van voor- en tegenstanders duikt de laatste jaren het nieuwe toverwoord op, dat heel Nederland in de wurggreep lijkt te houden: stikstof.
Eind juni werd bekend dat Welcome to the Village in Leeuwarden definitief is afgeblazen, na elf succesvolle edities. Het festival werd gehouden in het recreatiegebied de Groene Ster, maar moest daar weg omdat actiegroep Groene Ster Duurzaam zich hardnekkig verzette tegen de komst van grote evenementen naar dat terrein. Die zouden botsen met ‘de natuurbelangen’. De gemeente Leeuwarden ging daar uiteindelijk in mee: Welcome to the Village moest verkassen naar een ander gebied, maar het lukte niet om daar in korte tijd de juiste vergunningen voor te krijgen.
En dat lukt het muziekfestival Eilân ook maar niet. Al vanaf 2019 probeert de organisatie van dat nog niet bestaande evenement iets op te bouwen op Terschelling. De eerste editie werd al direct verboden door de rechter, na protesten van Stichting Ons Lansingerland. Deze groep had weten aan te tonen dat Eilân niet voldeed aan ‘de stikstofnormen’. Twee jaar later lukte het de organisatie wel de vereiste natuur- en omgevingsvergunning te verkrijgen. Maar de net zo noodzakelijke evenementenvergunning kon tot op het laatste moment niet worden toegekend omdat op het eiland geen extra ambulance beschikbaar kon zijn op de aangewezen festivaldag.
Er zijn meer voorbeelden van geplaagde muziekfeesten in de buitenlucht. Het festival Lente Kabinet, dat altijd gedijt in natuur- en recreatiegebied het Twiske ten noorden van Amsterdam, kreeg de met stikstofregels zwaaiende actiegroep Hart voor het Twiske achter zich aan. En FestiValderAa in het Drentse Schipborg moest verhuizen én sterk inkrimpen na protesten van bewoners en het uitblijven van de juiste natuurvergunning.
De regeldruk voor festivals, nieuw én oud, wordt steeds groter en door de stikstofproblematiek ook nog eens buitengewoon complex, zegt Maarten van Lokven van Mojo. Die concertorganisatie is verantwoordelijk voor de uitvoering van grote popfestivals zoals Lowlands (Biddinghuizen) en het afgelopen weekend gehouden Down The Rabbit Hole (Beuningen). ‘De regeldruk neemt al tien jaar toe’, zegt hij. ‘Vroeger konden wij nog weleens een leuk festival opbouwen in een weiland of in een park. Mojo organiseerde toen nog grote buitenconcerten bij het Westerpark in Amsterdam, voor achttienduizend man. Dat is nu ondenkbaar. Je hebt jaren voorbereidingstijd nodig als je iets wilt organiseren op een nieuwe locatie, en dan nog lukt het soms nog niet.’
Volgens Van Lokven komt dat door de toename van het aantal festivals, maar ook doordat festivalbouwers aan een steeds bredere waaier aan regels moeten voldoen, bij steeds meer bestuurlijke instanties. Dat zegt ook Willem Westermann van de Vereniging van Evenementenmakers (VVEM). ‘Er zijn meer festivals, waarbij nu eenmaal een bepaalde vorm van overlast komt kijken. En de plekken waar ze mogen worden gehouden zijn schaars. Vroeger waren we bezig met een vergunning bij de gemeente. Nu moeten we ons vaker melden bij de provincie, om te voldoen aan alle wetten.’
Volgens Westermann is ‘de georganiseerde tegenstand’ ook steeds kundiger geworden. ‘De buurtbewoners die hinder ondervinden vanwege het geluid, of doordat een weg niet meer begaanbaar is, merken dat ze een evenement kunnen tegenhouden door constant naar de rechter te stappen. Zeker met de natuurrechten in de hand staan ze daarmee sterk.’ Bovendien, zegt hij: ze helpen elkaar de zomer door. ‘Soms zijn mensen tegen evenementen terwijl ze er niet eens bij in de buurt wonen. Maar ze hebben dan in hun eigen omgeving iets weten te stoppen en helpen dan anderen. Er wordt kennis uitgewisseld, over manieren waarop je evenementen effectief kunt tegenhouden.’
En dat gebeurt dus steeds vaker met de stikstofregels in de hand. In 2019 zette de Raad van State een streep door het stikstofbeleid van het kabinet, met grote gevolgen voor bouwprojecten, landbouw en luchtvaart. Het werd bijna onmogelijk om bij kwetsbare natuurgebieden nog een vergunning te verkrijgen voor activiteiten die stikstof uitstoten.
De festivalbranche had er na dat jaar nog weinig last van: corona legde de livesector plat. Maar nu het festivalleven weer is opgebloeid, merken de organisatoren hoe lastig dat leven is geworden in de nieuwe stikstofwerkelijkheid. En hoe ongelooflijk complex de milieuregels zijn geworden. Maarten van Lokven van Mojo: ‘Je moet als organisator van een nieuw festival echt ontzettend goed je huiswerk doen.’
Een festival moet nu weten hoe groot de te verwachten uitstoot van stikstof is en die bekendmaken aan de verleners van de vergunning. De uitstoot komt vooral door het verkeer dat van en naar het terrein moet. Mocht het zo zijn dat de uitstoot ook in een natuurgebied neerslaat, de gevreesde ‘depositie’, dan zal die moeten worden gecompenseerd; dat kan bijvoorbeeld door het gebruik van schonere aggregaten en elektrische voertuigen die dagenlang over het festivalterrein zoeven.
Lukt het een festival niet de eigen uitstoot te compenseren, dan moet een vergunning worden aangevraagd onder de provinciale Wet natuurbescherming (WNB) en kan de uitstoot worden gecompenseerd door ‘extern te salderen’. Dat betekent dat de stikstofruimte van andere bedrijven in de buurt kan worden opgekocht.
Een festival bouwen is dus nog steeds ‘fight for your right to party’, maar dan met de neus in de wetboeken. Het ‘externe salderen’ komt nog niet vaak voor, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant en navraag bij de provincies. Ook omdat de wisseltruc niet in alle provincies is toegestaan.
Maar bijvoorbeeld festival Down The Rabbit Hole stortte zich al bijna letterlijk in een soort koehandel. In 2020 kocht het grote popfestival van Mojo, dat wordt gehouden in recreatiegebied Groene Heuvels, al de stikstofrechten op van 39 koeien. Volgens de festivaldirectie kwam de deal goed uit, omdat de betrokken boer toch al wilde inkrimpen. Down The Rabbit Hole had er uiteindelijk weinig aan, want het festival ging vanwege corona niet door.
Twee jaar later nam het bedrijf Leisurelands, de beheerder van recreatiegebied Groene Heuvels, de koehandel van Down The Rabbit Hole over. Voor de edities van 2022 en 2023 kocht Leisurelands de stikstofruimte van bijna honderd koeien van een nabijgelegen veehouder. Met de ingekochte stikstofrechten kunnen ook andere evenementen worden gehouden Source: Volkskrant