Wie koning Willem-Alexander zaterdag de gruwelen van de slavernij hoorde opsommen, kon niet anders dan zich opnieuw verbazen dat het zo lang heeft geduurd voordat Nederland hier excuses voor maakte. 600 duizend mensen uit Afrika werden door Nederlandse schepen over de Atlantische Oceaan getransporteerd om daar als slaaf te worden verhandeld, 75 duizend mensen kwamen daarbij om, de rest wachtte een bestaan, dat door de koning als ‘het meest vernederend en het meest mensonterend’ werd omschreven: ‘Een willoos werktuig om winst mee te maken. Dat je kunt vastketenen, verhandelen, brandmerken, afbeulen, straffen, straffeloos doden zelfs.’
Net als bij zijn toespraak op 4 mei 2020, toen hij kritische kanttekeningen plaatste bij de rol van zijn overgrootmoeder in de Tweede Wereldoorlog, toonde de koning zich een begenadigd spreker. Dankzij zijn directe, nietsverhullende, en krachtig uitgesproken taal, kwam hij opnieuw oprecht en overtuigend over. Hij bood niet zomaar excuses aan, maar deed dat met ‘hart en ziel’. Dat hij vervolgens ook nog vergiffenis vroeg voor het gedrag van zijn voorvaderen, was groots.
Bij premier Mark Rutte was aanvankelijk nog sprake van enige aarzeling over het aanbieden van excuses. De koning moet te allen tijde boven de partijen staan en kan daarom geen politieke uitspraken doen, was de redenering. Zolang een deel van Nederland en een deel van de politieke partijen tegen de excuses gekant zijn, kan het staatshoofd zich hier niet over uitspreken.
Het siert Rutte en de koning dat ze dit bezwaar terzijde hebben geschoven. Hiermee laten ze zien dat het aanbieden van excuses geen kwestie is van politiek, maar van beschaving. Een regering die geen verantwoording aflegt voor deze gruwelijke misdaden tegen de menselijkheid, heeft moreel geen recht van spreken meer.
Het blijft moeilijk te begrijpen dat pas 139 jaar na afschaffing van de slavernij het eerste Nederlandse slavernijmonument werd opgericht, in Amsterdam. Dat sommige gemeenten, zoals Vlissingen, nog steeds tegensputteren is gênant – zeker voor een stad die zo’n prominente rol heeft gespeeld in de slavenhandel. Liverpool, een vergelijkbare stad, heeft allang zijn eigen slavernijmuseum.
De Nederlandse bevolking – of althans een groot deel daarvan – blijkt snel in zelfmedelijden te vervallen als ze met misdaden uit het verleden (slavernij) of misstanden uit het heden (Zwarte Piet) worden geconfronteerd. De eerste reactie is altijd defensief. Het laat zien dat dit land nog steeds te veel last heeft van een misplaatst moreel superioriteitsgevoel, dat het zicht ontneemt op zijn schaduwzijden uit het verleden en het heden: de systematische discriminatie en achterstelling van grote delen van de bevolking.
Dat de koning nu opstaat om daarmee af te rekenen, en daarbij ook zichzelf niet spaart, is een belangrijk signaal en laat zien dat de monarchie ook in deze tijden een belangrijke rol kan spelen, als verbinder en als voorbeeld bij het zoeken naar een nieuwe nationale identiteit die recht doet aan alle inwoners van Nederland.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant