Home

‘Dit is een fietspad!’, gilde een oudere vrouw met grijs haar in een staart, terwijl ze op ons af denderde

‘Dit is het hoogtepunt van het schooljaar’, zei een moeder, terwijl ze zich zo breed mogelijk maakte. De klas van mijn jongste dochter was op schoolreisje geweest en de bus waarin onze kinderen zaten was net aangekomen. De bus stond op de weg met knipperlichten aan. Tussen de weg en de stoep liep een fietspad en om te zorgen dat de kleuters zonder door fatbikes overhoop te worden gereden vanuit de bus naar de stoep konden lopen, vormde ik samen met een paar andere ouders een menselijke haag. We vroegen naderende fietsers of ze even konden wachten en als ze dat niet konden, of ze dan misschien wilden afstappen en verder konden lopen. Dit deden we niet om ze te pesten.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

‘Wat is er aan de hand?’, vroeg een jonge vrouw met kort zwart haar geïrriteerd. We wezen haar op de bus, op de kleuters en legden uit wat hier de bedoeling van was. ‘Oké’, blafte ze en hield stil. ‘Dank je wel’, zei ik. Een fietskoerier die met een rotgang aan kwam fietsen, stopte ook en toen ik hem bedankte, glimlachte hij naar me. ‘Kun je even stoppen, alsjeblieft?’, vroeg ik een blonde jongen. ‘O natuurlijk’, zei hij en hij stapte af. Ik verwachtte dat een meisje op een fatbike voor problemen zou zorgen, maar ook zij remde en wachtte geduldig tot ze weer verder kon. Dit waren dan wel zo’n beetje alle normale reacties.

‘Hallo!’, riep een vrouw van een jaar of 60 terwijl ze aan kwam fietsen. Ze trok aan haar bel en slalomde vervolgens tussen kinderen en ouders door. Er waren meer ongeduldige bellers die weigerden af te stappen en blijkbaar allemaal op weg waren naar het ziekenhuis voor een spoedoperatie. ‘Dit is een fietspad!’, gilde een oudere vrouw met grijs haar in een staart, terwijl ze op ons af denderde. Niemand ontkende dat. Als ze twee meter verder had gekeken, had ze gezien wat er aan de hand was. Maar de mens is liever verontwaardigd dan geïnformeerd.

Toen de bus leeg was en alle kuikens veilig over, maakten we het fietspad weer vrij. Alleen, nu stond de stoep vol met kinderen, hun ouders en leerkrachten. Een man van halverwege de vijftig met een zwart overhemd, een bril met zwart montuur en een zwart gemoed baande zich een weg door de menigte. Hoekig en met veel misbaar wurmde hij zich langs de uitgelaten kleuters, bij elke stap die hij zette werd de groef in zijn voorhoofd dieper.

Toen hij er eindelijk langs was en de rest van het trottoir vrij van obstakels aan zijn voeten lag, bromde hij iets. Het was net buiten het gehoor van de kleuters, maar net binnen dat van mij. ‘Kutkinderen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next