Maksym Lapoen rommelt door een berg met verroeste hulzen en pakt er eentje uit. De 23-jarige mijnenruimer laat de granaathuls ronddraaien in zijn met roet besmeurde handen. ‘De kop is niet ontploft.’ Vandaag is Lapoen met zijn twee collega’s in Andriivka, een dorp ten westen van Kyiv. Ze zijn van de mijnopruimingsdienst, maar nemen in principe alles wat kan ontploffen voor hun rekening. En ontploffen kan het zeker. ‘Dit kan nog steeds heel gevaarlijk zijn’, zegt Lapoen, en hij legt de huls terug op de stapel. Er gaat een politielint omheen, collega’s zullen het later vandaag ophalen.
Andriivka lag in maart vorig jaar nog dicht bij de frontlinie. Het Russische leger bezette het gebied vlak bij Kyiv tijdens haar poging de Oekraïense hoofdstad te veroveren. Inmiddels is het front honderden kilometers ver weg. Wat rest zijn de sporen, en die zijn niet gering. Volgens de Oekraïense regering ligt als gevolg van de Russische invasie 174 duizend vierkante kilometer van het land bezaaid met mijnen en ander explosief materiaal, ongeveer 30 procent van het Oekraïense grondgebied. ‘Het opruimen gaat zeker tientallen jaren duren’, zegt Lapoen. ‘We vinden zelfs nog steeds dingen uit de Tweede Wereldoorlog.’
Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Langs de weg die door het lintdorp loopt, waarschuwen bordjes voor mijnen. Maar landmijnen zul je in Andriivka zo snel niet meer aantreffen, legt Lapoen uit. ‘De meeste zijn weggehaald door het leger bij de bevrijding, samen met veel boobytraps.’ De mijnopruimers in het team van Lapoen, die voor de invasie werkte als brandveiligheidsinspecteur, richten zich op de talloze andere restanten van de Russische invasie: hulzen waar nog buskruit uit loopt, kogels, granaten in alle soorten en maten. ‘Soms is het zoeken naar een speld in een hooiberg’, zegt Lapoen, terwijl hij met zijn hand door een berg kleine granaathulzen gaat.
Ongelukken met rondslingerende explosieven, waarover bijna wekelijks wordt bericht uit de omgeving van Charkiv, Mikolajiv en Cherson, maken ze hier slechts sporadisch mee, zegt Lapoen. De schrik is er niet minder om. ‘Een collega van de brandweer reed op een antitankmijn en raakte beide benen en een hand kwijt.’ Zelf was Lapoen getuige van een tractor met rupsbanden die op een antitankmijn reed. De banden absorbeerden de schok, iedereen overleefde de klap. ‘Zelf had ik alleen wat wondjes van de scherven. Het is de tweede keer dat ik geluk had. Aan het begin van de invasie landde een Grad-raket 30 meter bij me vandaan.’ Glimlach. ‘Het is mijn tijd nog niet.’
Elk stukje oorlogstuig is er een te veel. Af en toe vinden de mijnopruimers iets wat nog bruikbaar is; dat gaat direct naar het leger. Lapoen en zijn team reageren op meldingen van inwoners, die per telefoon doorgeven wat ze aantreffen. Soms hebben ze de munitie zelf al op een stapel geveegd, waarna de mijnopruimers het inspecteren. Ze nemen de nodige voorzorgsmaatregelen: scherfvest, helm, ehbo-kit en tourniquet binnen handbereik. Inwoners zijn er evenmin gerust op. ‘Zijn jullie de mijnopruimers?’, vraagt een oudere vrouw voordat Lapoen is gearriveerd. ‘Kun je ze anders straks even langs sturen? Ik durf mijn tuin niet meer in.’
Anderen kampen met iets grotere restanten van de bezetting. ‘Ik heb een Russisch pantservoertuig in mijn achtertuin staan. Wil je ’m zien?’, vraagt de besnorde Petro Lytvin (58). Hij loopt naar de akkers naast het dorp. Naast zijn schutting staat een verroeste en uitgebrande BMP-2, een veel voorkomend Russisch gevechtsvoertuig. Een van de rupsbanden ligt uitgestrekt over het erf. Op het voertuig staat in grote rode letters ‘Gevaar’, met een pijl naar de loop. ‘Ja, daar zit nog een granaat in’, zegt Lytvin droogjes. ‘Ik hoop dat de mijnopruimers het een keer oplossen.’ Een lastig verhaal, zegt Lapoen. ‘De truc is om de aarde onder het voertuig weg te graven, zodat het uiteindelijk in een kuil staat. Dan kun je de granaat veilig laten ontploffen.’
Het leven gaat ondertussen verder, hoewel dat niet makkelijk is. Het huis waar Lytvin met zijn vrouw, zoon en kleinzoon woonde, is tijdens de invasie van de aardbodem gevaagd. Ze waren zelf gelukkig uit het dorp vertrokken. ‘Wie weet wat ons had kunnen overkomen.’ Nu wonen ze in een van de dozijn prefabwoningen die een lokale bierbrouwer aan het dorp heeft geschonken. Lytvin, die sinds zijn pensioen als zelfvoorzienende boer bijverdient, heeft onlangs opnieuw graan en aardappelen ingezaaid. ‘Dit is hoe we leven.’
Mensen willen door, zegt Lapoen. ‘Dat is logisch, ze willen leven, herbouwen. Maar het is ook gevaarlijk. De veiligheidsregels gaan vaker overboord, vluchtelingen die terugkeren inspecteren hun tuin en woning niet goed.’ De Oekraïense regering begon een speciale informatiecampagne met Patron, de Oekraïense hond die afgelopen jaar beroemd werd door landmijnen op te sporen. ‘Patron waarschuwt! Blijf uit de buurt. Niet aanraken’, staat op billboards in Oekraïense steden, met het noodnummer 101 erbij. Volgens de mijnopruimers in Andriivka werkt de campagne goed. ‘Vooral bij kinderen.’
Aan het einde van de werkdag verzamelen de teams uit de regio zich op een veld buiten het nabijgelegen stadje Borodjanka. Alles wat is gevonden verdwijnt in een van de kraters die hier zijn geslagen. Een ontsteking garandeert dat alles in één keer de lucht in vliegt. Een van de collega’s rolt een detoneringsdraad uit, de mijnopruimers verschuilen zich achter een busje. Lapoen grijpt de portiek van het busje met beide handen vast en zet zich schrap. Na een oorverdovende knal stijgt er een roetzwarte wolk op. Het werk zit erop voor vandaag. En het pantservoertuig in Lytvins achtertuin? ‘Daar komen we voor terug.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden