De woede om de dood van een 17-jarige jongen in de Parijse voorstad Nanterre laat zich zaterdagnacht tot in het hart van de stad voelen. De politiekogel die Nahel M. doodde, en vervolgens Frankrijk in de brand zette, is een direct gevolg van het racisme in de maatschappij, zeggen zijn buurtgenoten.
Het loopt zaterdagnacht tegen tweeën als twee van de jongens die zijn gekomen om de Champs-Élysées te slopen even op een bankje gaan zitten. Achter hen flikkeren de zwaailichten van tientallen politiebusjes, er is net een pelotonnetje van de oproerpolitie voorbijgerend, maar ook voor relschoppers en plunderaars komt er een moment dat je even moet uitblazen in de beroemdste en vermoeiendste winkelstraat van Parijs. ‘We hebben alle tijd’, zegt Mehdi (19) die net als de andere geïnterviewden niet met zijn achternaam in de krant wil. ‘We hebben de hele nacht, en we hebben alle nachten die nog komen.’
Het is kalm, constateert hij, en dat klopt, relatief. In de vijfde nacht na de dood van de zeventienjarige Nahel, die dinsdag in de Parijse voorstad Nanterre werd doodgeschoten nadat hij was gevlucht bij een verkeerscontrole, is de politie massaal op de been om de jongens die op hun scooters en met de metro vanuit de periferie naar het centrum zijn gekomen weg te houden van de grote etalageruiten. Dat lukt grotendeels.
Over de auteur
Michael Persson is verslaggever en commentator van de Volkskrant. Als Amerika-correspondent won hij journalistiekprijs de Tegel.
De jongens rennen door de straten, roepen en lachen, scheuren voorbij op leenscooters en leenfietsen, kieperen een auto om en steken er een paar in de fik, terwijl de politie rent en ramt en tackelt en in totaal 322 mensen oppakt. Maar de winkels en andere gebouwen blijven intact.
Ook in andere steden is het, ondanks plunderingen en rellen in met name Marseille en Lyon, en ondanks een burgemeestersfamilie die thuis is aangevallen, rustiger dan eerdere nachten, twittert minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin om 3 uur. Hij prijst ‘de resolute actie van de ordetroepen’.
‘Maar we blijven terugkomen’, zegt Mehdi. ‘Ze kunnen ons arresteren wat ze willen, maar de arrestaties veranderen niets aan ons leven. Onze woede wordt alleen maar groter.’
Een jonge vrouw op naaldhakken in een strakke blauwe jurk met diep decolleté loopt langs de jongens, op weg naar een nachtclub. Natuurlijk mogen ze protesteren, zegt ze, ze vindt het ook verschrikkelijk wat er met Nahel is gebeurd. ‘Maar waarom moet dat hier?’
Het moest juist daar: dat was het hele idee zaterdag. De dagen daarvoor waren het de voorsteden zelf die waren getroffen, met name Nanterre, de stad aan de voet van de zakenwijk La Défense. In de straten zijn nog steeds de uitgebrande karkassen van de auto’s te zien, en de schroeiplekken op het asfalt. Maar zaterdag ging er ineens een oproep over sociale media: we moeten niet onszelf raken, maar de plekken die niet voor ons bedoeld zijn. En zo kwamen ze uit Nanterre, in een rechte lijn van de moderne Grande Arche in La Défense naar de Arc de Triomphe, in het hart van de Franse consumptiemaatschappij.
Eerder die zaterdag is Nahel begraven, op een heuveltje aan de rand van de stad, met uitzicht op Parijs. Zijn kist was uit de moskee met een mercedesbusje naar de begraafplaats Mont-Valérien gereden, met honderden jonge mannen erachteraan op scooters en motoren. Daarna kwamen er nog een paar duizend, mannen en vrouwen, in auto’s of te voet, in een lange processie in djellaba’s en trainingsbroeken, op Nikes of op badslippers, in Balenciaga of capuchontrui. Bij de poort van de begraafplaats mogen alleen de mannen naar binnen. Sommigen houden hun helm op.
Dan is daar de moeder van Nahel. Bonjour mesdames, bonjour messieurs, zegt ze, terwijl ze over het pad naar boven loopt, met een blik van verwondering en waardering, zo lijkt het – ze kent lang niet iedereen die hier op afgekomen is. De vrouwen klappen voor haar, de moeder die haar enige kind verloren is. Zij mag wel naar het graf. Tussen het ruisen van de dennen zijn flarden van een gebed te horen.
Een paar jonge mannen komen ervandaan met tranen in hun ogen. De meesten kijken stuurs. De meeste hier kenden Nahel niet, zij zijn niet gekomen omdat hij een verwant is maar omdat ze zich verwant voelen. Als de ceremonie voorbij is lopen ze de heuvel weer af, en nemen hun opgekropte woede mee naar huis, naar de wijken waar die geen kant op kan – behalve de kant van het botvieren dan, op auto’s, bushokjes, winkels.
‘Ik snap die woede, maar ik ben zo bang voor de reactie’, zegt Nassira, een vrouw van eind twintig met (net als Nahel) Algerijnse wortels. Ze loopt in de wijk waar de doodgeschoten jongen opgroeide, Vieux-Pont, op weg om haar zoon op te halen bij een vriendje. ‘Ik begrijp dat de jongeren boos zijn, maar ik weet hoe de andere Fransen zullen reageren. Ze zullen wijzen op onze afkomst, op onze huidskleur. De discriminatie en het racisme zullen alleen maar erger worden. Het Front National zal alleen maar groeien.’
Die vicieuze cirkel is het grote drama van de rellen, die steeds opnieuw de kop opsteken in de Franse voorsteden. Ze lijken feller te worden met elk jaar dat de situatie niet verbetert. Wat niet helpt, zegt Nassira, is dat het recht om te schieten voor politieagenten verruimd is. Dat is in 2017 gebeurd, na een aanslag op agenten. Sindsdien zijn er meerdere incidenten geweest waarbij jonge mannen, die probeerden te ontsnappen bij verkeerscontroles, zijn neergeschoten. ‘De oplossing? Dat Macron die wet weer aanscherpt.’
Voor veel anderen was het doodschieten van Nahel hooguit een symptoom van een veel breder en dieper geworteld probleem. Discriminatie, racisme, kansenongelijkheid zijn er aan de orde van de dag, zeker voor de kinderen van de voorsteden, waar de criminaliteit dan soms een verleidelijke uitweg biedt.
Natuurlijk hebben ze te maken met racisme, zegt ook een groep jonge zwarte vaders die tegen hun auto’s aanleunen, die ze langs het sportveld achter de school hebben geparkeerd. ‘Je krijgt die baan niet, of dat appartement’, zegt Daouda, een van hen. ‘Racisme zit overal in Frankrijk. Dat is waar de woede vandaan komt.’
Dat alledaagse racisme wordt lang geaccepteerd, zegt zijn vriend. ‘Want het is niet het ergste wat je kan gebeuren. Dan krijg je misschien de volgende baan, of het volgende appartement. Dat je doodgeschoten wordt, dat is racisme waarbij je geen volgende kans krijgt. Dat definitieve, dat schudt mensen wakker, dat ontsteekt de woede.’
Hier kennen ze Nahel nog als dat lieve jochie dat op het voetbalveld rondrende waar nu hun jochies en meiden rondrennen. Op de muren is overal zijn naam te zien, soms zijn koosnaam Nehneh, met zijn sterfdatum, steevast met een hartje erbij. Nahel had geen vader bij wie hij in de armen kon springen, zoals deze voetballertjes hier doen. Zijn moeder deed het alleen. ‘Dat is niet makkelijk’, zegt Fatima, ook een alleenstaande moeder geboren in Ivoorust, met drie dochters. ‘Ik herken haar pijn, ik snap haar verdriet. Al die moeite, al die liefde om hem door die jaren heen te loodsen. En dan in één keer, fini.’
Nahel werd dwarser en opstandiger na zijn verhuizing naar de Cité Pablo Picasso, één van de sociale woningbouwprojecten uit de jaren zeventig in de banlieues rond Parijs. De woontorens zijn inmiddels Unesco-werelderfgoed, met hun wolkenpatroon op de gevel en ramen in de vorm van regendruppels, maar het complex staat er verloren bij, ver weg van de wereld, geïsoleerd en verstrikt in de bouwwerkzaamheden van de glanzende kantorenwijk La Défense, die ertegenaan ligt. Een totaal incongruente skyline: zo ziet de spanning tussen de onderkant en bovenkant van het kapitalisme er dus uit.
In deze wijk wil niemand met buitenstaanders praten, tussen de uitgebrande auto’s – al waarschuwen de bewoners de journalisten wel, heel vriendelijk, voor de vijandigheid die zij van anderen kunnen verwachten. ‘Pas op voor die jongens daar, die zijn bizar.’
Op de plek waar hij stierf, waar zijn auto tegen de stoep opknalde nadat hij in de luchtpijp was geschoten, liggen niet eens zo heel veel bloemen, en staan behalve twee cameraploegen geen mensen – dit is niet te vergelijken met de rouw om bijvoorbeeld de Amerikaan George Floyd, wiens betonnen sterfbed een bedevaartsoord werd, en de Black Lives Matter beweging groot maakte. Wel klinkt ook hier de roep om gerechtigheid en wraak. Tout cramer! Verbrand alles!
De plekken van Nahels leven en dood liggen precies op de ‘historische as’ van de Arc de Triomphe naar de Grande Arche van La Défense, maar dan net een paar honderd meter verder dan de meeste Parijzenaars en toeristen komen. Uit het zicht. Geen blikvangers. Pas als ze zaterdagavond naar de Champs-Élysées komen blijken de bewoners van de Cité Pablo Picasso ook onderdeel van de stad.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volk Source: Volkskrant