Home

Deze wetenschapper doet al 35 jaar onderzoek naar eenzaamheid: ‘Nederlandse ouderen zijn juist minder eenzaam dan hun leeftijdgenoten in Italië’

Nederlandse ouderen zijn juist minder eenzaam dan voorheen en ook minder dan ouderen in bijvoorbeeld Italië. Theo van Tilburg verdiepte zich zijn loopbaan lang in eenzaamheid. Bij zijn afscheid deelt de hoogleraar sociologie nog een keer zijn lessen.

Lange eettafels vol pasta en olijfolie, voetballende hoogbejaarden in een boomgaard of op een dorpspleintje. Wie kent niet dit beeld van mediterrane gezelligheid uit reclames? Geen wonder dat veel mensen het idee hebben dat oudere inwoners van landen als Italië een stuk minder eenzaam zijn dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten. ‘Als ik bij lezingen vraag wie dit ook denkt, steekt 90 procent zijn hand omhoog’, zegt socioloog Theo van Tilburg (1956).

Het tegenovergestelde is waar, zag de Amsterdamse hoogleraar in een van zijn studies. Italiaanse ouderen bleken juist veel eenzamer. Van Tilburg was verbaasd, maar zijn Italiaanse collega’s allerminst. ‘Het ziet er misschien gezellig uit, maar Italiaanse ouderen ervaren veel sociale druk. Men móét zorgen dat dat bord pasta klaar staat. Bij je kinderen intrekken voelt ook als een verplichting. De verwachtingen zijn torenhoog. Dat is in Nederland veel minder.’

Sterker nog, ouderen zijn hier minder eenzaam dan vroeger, concludeerde Van Tilburg vijf jaar geleden in een studie. Van de groep 68- tot 77-jarigen was in 1996 nog 35 procent eenzaam, in 2016 was dat 28 procent. Ook weer zoiets tegenintuïtiefs. Nederlanders zijn toch individualistischer geworden?

Het zijn zomaar wat misvattingen over eenzaamheid onder ouderen. Van Tilburg maakte zijn levenswerk van het onderwerp. In 1978 kwam hij er als stagiair voor het eerst mee in aanraking, 45 jaar later sluit hij zijn carrière ermee af, nu hij met emeritaat gaat. Al die jaren was hij werkzaam aan de Vrije Universiteit. Saai? ‘Bijna alles om mij heen verandert voortdurend’, schrijft hij in zijn afscheidsrede, van studenten tot onderzoekssamenwerkingen.

Met die rede wil hij zijn ‘geleerde lessen over eenzaamheid’ nog een keer goed onder de aandacht brengen. Hard nodig, vindt hij. De aanpak van eenzaamheid kan nog een stuk beter, bijvoorbeeld. En er moet meer aandacht zijn voor de maatschappelijke context, benadrukt hij meermaals.

Over de auteur

Stan van Pelt is wetenschapsjournalist, gespecialiseerd in medische en bètawetenschappen en in het reilen en zeilen van de academische wereld. Hij ontving voor zijn werk een publicatieprijs van VWN, de Nederlandse vereniging voor wetenschapsjournalistiek en -communicatie.

‘Dat zit hem in het sociologische aspect. Eenzaamheid is iets wat een individu ervaart, maar om het fenomeen te begrijpen moet je ook kijken naar de context waarin het optreedt. Die spanning vind ik fascinerend. Denk aan maatschappelijke factoren – van iets kleins als het gezin tot grote ontwikkelingen in de samenleving zoals ontzuiling. Of familie. Die kan je omarmen, maar je ook te hard dichtknijpen.

‘Ik rolde per toeval in dit vakgebied, toen ik als jonge sociologiestudent een stage zocht. Ik kwam terecht bij hoogleraar Jenny Gierveld en ben eigenlijk nooit meer weggegaan. Zij is mijn belangrijkste mentor geweest; we hebben zo’n dertig artikelen samen gepubliceerd. Zij is ook de ontwerper van de De Jong-Gierveldschaal, een meetinstrument voor eenzaamheid dat wetenschappers nog altijd wereldwijd gebruiken.’

‘Eenzaamheid kent twee aspecten: sociaal en emotioneel. Sociale eenzaamheid gaat over of mensen zich ingebed voelen in een netwerk, zoals van familie en vrienden. Emotionele eenzaamheid gaat meer over of er een unieke persoon voor je is, iemand met wie je het gezellig hebt. Dat kan een partner zijn, maar ook een kind of een goede vriendin.

‘Eenzaamheid heeft vaak een U-vormig verloop tijdens iemands leven. Als je jong bent – een jaar of 16 – is hij hoog, tijdens de middelbare leeftijd neemt hij weer af, en bij hoogbejaarden is hij verreweg het hoogst. Zelf heb ik mij ook licht eenzaam gevoeld tijdens mijn adolescentie; toen had ik een matige verstandhouding met mijn ouders en last van een pester op de sportclub.’

‘Door een combinatie van factoren. Ouderen blijven langer gezond en zijn ook actiever in vergelijking met vroeger; ze werken langer door en doen meer aan sport en cultuur. Die toegenomen maatschappelijke participatie draagt bij aan een hogere eigenwaarde en meer greep op het leven en een groter en diverser sociaal netwerk. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat dit eenzaamheid tegengaat.’

‘Ik denk dat dat met leeftijd te maken heeft. Ik kan me voorstellen dat de situatie bij jongeren anders is. Zij hebben momenteel veel last van stress rondom huisvesting en overbelasting op het werk. En dan was er natuurlijk nog de pandemie. Iedereen had het plots over ‘huidhonger’. Ook bij ouderen zag je dat corona een piek gaf in eenzaamheid: die steeg van 28 naar 43 procent van de respondenten. Dat lijkt nu weer bij te trekken, gelukkig.’

‘Jazeker. Mensen zijn ongelukkig als ze eenzaam zijn, het is helemaal niet leuk. Ze zijn ook vaker depressief. Er is keihard bewijs dat eenzaamheid de gezondheid aantast en de kans op vroegtijdig overlijden vergroot. Er zijn ook aanwijzingen dat het tot meer zorgkosten leidt. Mensen gaan eerder met vage klachten naar de huisarts of spoedeisende hulp.’

‘Alleen zijn is wat anders dan je eenzaam voelen. Zo rek je het begrip wel erg op, vind ik. We kunnen alles wel eenzaamheid noemen, maar dit heeft meer te maken met zingeving dan met sociaal-emotionele eenzaamheid, het gevoel dat mensen zelf omschrijven als ze zich eenzaam voelen.’

‘Voor ons onderzoek gebruiken we vragenlijsten, zoals dus de De Jong-Gierveld-eenzaamheidsschaal. Mensen moeten aangeven of ze het eens zijn met elf stellingen, zoals ‘Ik ervaar een leegte om mij heen’ of ‘Vaak voel ik me in de steek gelaten’. Deze eenzaamheidsschaal is heel robuust, of je nu mannen of vrouwen onderzoekt, of mensen met een Nederlandse of een migratieachtergrond.

‘Het sterke van ons onderzoek is dat het longitudinaal is. Dat betekent dat we mensen lang volgen, soms al meer dan dertig jaar; de oudsten lopen tegen de 100. Daardoor krijg je een goed beeld van hoe mensen veranderen door de jaren heen. Deelnemers blijven ook zeer trouw; als ze twee keer een vragenlijst hebben ingevuld, vallen ze zelden meer uit.’

‘Maar ook steeds meer niet-eenzame. Epidemie is daarom denk ik een te groot woord. Een van de problemen is dat mensen steeds langer thuiswonen. Tot een bepaalde leeftijd is dat prima, als ze nog vitaal zijn. Maar op een gegeven moment zijn beschermde woonvormen zoals verzorgingsinstellingen soms beter voor hun welbevinden. Je ziet veel mensen daar weer opknappen. We hebben in het verleden veel bejaardentehuizen gesloten – om goede redenen denk ik – maar er zijn onvoldoende alternatieven voor teruggekomen.’

‘Er is steeds meer aandacht voor. Rond de eeuwwisseling verenigden enkele maatschappelijke organisaties zich in een coalitie tegen eenzaamheid. En Hugo de Jonge begon een eenzaamheidsprogramma toen hij minister van Volksgezondheid werd; als wethouder in Rotterdam zette hij al iets vergelijkbaars op. Ook zijn er veel lokale particuliere initiatieven.’

‘Inderdaad. Er zijn gigaveel lokale initiatieven – van fietsmaatjes en een ‘babbelbankje’ tot groepsmaaltijden – maar die worden vaak niet geëvalueerd. En als dat wel gebeurt, blijken ze vaak niet te werken. Tijdens een maaltijd raken mensen misschien even met elkaar in gesprek, maar daarmee is hun eenzaamheid nog niet weg. Het contact is daar vaak te vluchtig voor. Bovendien verander je iemands sociale context niet.’

‘Het helpt al als mensen van tevoren nauwkeurig beschrijven waarom ze denken dat die maaltijd werkt, inclusief alle tussenstapjes. Iemand moet eerst komen opdagen voor zo’n groepsdiner, daarna met iemand aan de praat raken – en dat gesprek moet over meer gaan dan alleen het weer. Vervolgens moet het contact ook een duurzaam karakter krijgen om van zinvolle betekenis te zijn. Gelukkig komen er steeds meer programma’s – vanuit VWS bijvoorbeeld – om zulke interventies te begeleiden.’

‘Zeker niet! Iets doen is altijd beter dan niets. Maar ga niet claimen dat je eenzaamheid ermee óplost. Daarmee bied je geen ruimte om zo’n initiatief te verbeteren. En dat is zonde – voor de ouderen, en van de tijd en het geld die erin gestoken worden.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next