Ooit was Fidesz een liberale beweging van politieke hemelbestormers, onder wie Zsuzsanna Szelényi. Ze verliet de partij toen die een ruk naar rechts maakte onder Viktor Orbán. ‘Fidesz heeft de politiek geradicaliseerd om de macht te kunnen grijpen – als gevolg moet ze radicaal blijven.’
Viktor Orbán staat aan het hoofd van een ‘angstig regime’, zegt Zsuzsanna Szelényi (56). Hongarije bevindt zich in woelige wateren. Het gaat slecht met de economie, de maatschappelijke onvrede groeit. Vrijwel wekelijks zijn er onderwijsprotesten. Ondertussen blijven broodnodige EU-fondsen uit: bevroren totdat Hongarije de rechtsstaat verbetert. De regering is constant brandjes aan het blussen, terwijl ze de Europese Unie de schuld van de malaise geeft. ‘Orbán regeert niet, hij oefent macht uit.’
Internationaal raakt het land verder geïsoleerd. De warme banden met Rusland leiden tot ergernis in het Westen en Centraal-Europa. Afgelopen maand stuurde de Hongaarse regering als enige EU-lidstaat haar minister van Buitenlandse Zaken Szijjártó naar het Internationaal Economisch Forum in Sint-Petersburg, in april was hij in Moskou om afspraken over gasleveranties te vernieuwen.
In Brussel houdt Orbán zijn poot stijf en levert hij kritiek op steun voor Oekraïne. Door te dreigen met veto’s probeert hij de niet-aflatende kritiek op zijn eigen binnenlandse beleid te pareren. Een meerderheid van het Europees Parlement stemde voor een motie om Hongarije het halfjaarlijkse voorzitterschap van de EU in 2024 te ontnemen.
Tegelijkertijd is een einde van Orbáns regeerperiode moeilijk voor te stellen. Maar het kan niet eeuwig duren, zegt Szelényi op de bovenste verdieping van een modern pand in het centrum van Boedapest. Achter haar zijn de heuvels van het stadsdeel Boeda te zien. We zijn op de Hongaarse campus van de Central European University (CEU) waar Szelényi directeur is van de Democracy Institute Leadership Academy, die jonge Europeanen uit de regio opleidt.
Szelényi was zelf ooit zo’n bevlogen jongere. Aan het eind van de jaren tachtig stortte ze zich op de Hongaarse politiek, met een groep jeugdige idealisten die een einde wilden maken aan het communisme en het land ten goede wilden veranderen: Fidesz. De partij begon ooit als een liberale beweging van politieke hemelbestormers, onder wie Viktor Orbán. Nu is dat wel anders.
De hoofdzetel van de CEU waar Szelényi werkt, moest onder druk van de regering uitwijken naar Wenen. De vrije pers is aan banden gelegd, staatsinstellingen worden gedomineerd door één politieke partij, de grondwet is meerdere malen herschreven, corruptie tiert welig en van de rechtsstaat is weinig over. Szelényi maakte het van dichtbij mee. Begin jaren negentig was ze parlementariër voor Fidesz, maar ze verliet de partij teleurgesteld in 1994. Later keerde ze terug als oppositielid.
Ze schreef het allemaal op. Haar nieuwe boek: Tainted Democracy. Viktor Orbán and the subversion of Hungary is een uiterst gedetailleerd verslag van meer dan dertig jaar Hongaarse politiek. Het leest als een handleiding voor autocraten en een waarschuwing voor democraten. Begin juni verscheen het boek ook in het Hongaars. Szelényi ontving positieve reacties, maar uit de hoek van de regering blijft het stil. ‘Het is een kritisch boek. Ze doen net alsof het er niet is, want negatieve aandacht trekt ook lezers.’
‘Fidesz is alsmaar sterker geworden, bij elke verkiezingen vanaf 2010. Het regime wordt met elke stap die ze zet robuuster. In de loop van de tijd is het een autocratie geworden. Het Hongarije van nu is een heel ander land dan acht jaar geleden. De democratie staat wereldwijd onder druk, maar de autocratisering is nergens zo snel gegaan als hier. Hongarije is een klein land en van oudsher gecentraliseerd.’
‘Het is niet alleen een Hongaars verhaal. Ik denk dat er een mondiale tendens naar autocratie is. In Rusland en Turkije gebeurde dit al eerder. Orbán is radicaal, maar niet bijzonder vernieuwend. Hij zit op de golf van de tijdsgeest. Maar er zijn een aantal specifieke omstandigheden in Hongarije.
‘In Hongarije onderhandelden we, nog voordat de Berlijnse Muur viel, met de communisten over de eerste vrije verkiezingen. Daar hebben we een gemankeerde grondwet aan overgehouden, waarmee één partij via een winner-takes-allsysteem een grote meerderheid in het parlement kan vergaren. Het parlement is erg machtig in Hongarije, het effent de weg naar staatsmacht.
‘Na de transitie was er geen politieke wil om dit te veranderen, grote partijen dachten het in hun eigen voordeel te kunnen gebruiken. De politieke elite heeft in dit opzicht destijds gefaald. Pas na 2000, toen Fidesz zijn eerste ‘supermeerderheid’ haalde, werd dit zichtbaar.
‘Daarnaast nodigde Hongarije in de jaren negentig buitenlandse bedrijven en kapitaal uit om te kunnen privatiseren. Dit maakte het land economisch kwetsbaar, met name tijdens de crisis van 2008. Het werd een voedingsbodem voor ressentiment. En Hongarije is gevoelig voor nationalisme. Er is een gevoel van zelfmedelijden – dat we zo geïsoleerd zijn en niemand onze vriend is. Ik ben waakzaam voor deze ‘Hongaarse eenzaamheid’. Als Hongarije succesvol is, verdwijnt dit gevoel. Maar als het niet goed gaat, is nationalisme daar een antwoord op.
‘Een andere Hongaarse specialiteit is Viktor Orbán. Mijn boek gaat voor een groot deel over Orbán, omdat hij al zo lang de leider van Hongarije is. Of we het leuk vinden of niet, Orbán is de succesvolste Hongaarse politicus van de afgelopen dertig jaar. Hij is beslist een politiek talent. Orbán heeft een ongelooflijke ambitie om zijn omgeving te veranderen en naar zijn hand te zetten. En hij is een bullebak. Er zit een agressie in zijn persoonlijkheid die hij altijd heeft gebruikt, in Hongarije maar net zo goed in de Europese politiek.’
‘Fidesz is altijd een partij geweest die eropuit was de status quo te veranderen. Dat is nog steeds zo, maar de status quo is nu anders.
‘Orbán had een neus voor momenten om de macht te grijpen. De studentenbeweging waar Fidesz uit voortkwam, was een uitstekende leerschool voor de macht. Orbán en een kleine kring om hem heen leerden hoe ze middelen naar zich toe konden trekken. In 1993 werd hij de eerste gekozen partijleider en kaapte hij samen met zijn vertrouwelingen de partij. In de periode daarop ontstond een vacuüm op de rechterflank van de Hongaarse politiek. Orbán zag dit als een mogelijkheid. In de ruk naar rechts die daarop volgde, hebben velen de partij verlaten, onder wie ikzelf.
‘Orbán heeft een radicale persoonlijkheid. Hij wil altijd een volgende, radicalere stap zetten. Eerst radicaliseerde hij de partij, daarna de rechterflank van de Hongaarse politiek. Toen er gematigdere geluiden in de partij klonken, was er een balans. Maar toen deze verdwenen, koos Fidesz altijd voor de radicaalste optie. De radicalisering van de partij begon dus niet in 2010, maar veel eerder.’
Fidesz en Viktor Orbán hebben niet altijd in het middelpunt van de macht gezeten. Orbán regeerde voor het eerst tussen 1998 en 2002, met een coalitie. De twee verkiezingen daarna verloor hij. In 2007 kwam naar buiten dat de zittende regering van Ferenc Gyurcsány de Hongaren had voorgelogen over de beroerde staat van de economie. Het land raakte verder gepolariseerd en Orbán stuurde de aanhang van zijn partij steeds vaker de straat op om te demonstreren. In die jaren presenteerde hij Fidesz als de enige ware vertegenwoordiger van Hongarije: ‘De natie kan niet in de oppositie zitten’ was zijn gevleugelde uitspraak. Na deze chaotische periode won Fidesz de parlementsverkiezingen van 2010 en begon Orbán zijn macht uit te breiden.
‘De periode voor 2010 is heel belangrijk geweest. Toen ging Fidesz de straat op en bevroeg zo in feite de legitimiteit van zijn politieke tegenstanders – daar begint autocratie. De diepe frustratie over het verlies van de verkiezingen dreef Orbán tot steeds radicalere keuzes. Dit is denk ik ook belangrijk voor West-Europeanen om te begrijpen. Orbán ontwikkelde zijn partij en zijn ideologie grotendeels toen hij in de oppositie zat. Nu zit hij niet in de oppositie in Hongarije, maar binnen Europa. Hij gaat tegen de stroom in. En Orbán kan heel succesvol zijn wanneer hij in de oppositie zit.
‘Dat Orbán nu al zo lang aan de macht is, betekent niet dat hij niet verder zal radicaliseren. Hij heeft politieke tegenstanders op rechts. Tegenwoordig is dat de extreem-rechtse partij Mi Hazánk (Ons Vaderland, red.), vroeger was dat het extreem-rechtse Jobbik. De retoriek tegen migranten nam vanaf 2015 een vlucht om kiezers bij Job Source: Volkskrant