‘Het is eng om te doen wat je altijd al hebt willen doen’, zei Alan Arkin nadat hij in 1963 een Tony Award won voor zijn hoofdrol in het toneelstuk Enter Laughing. Die belangrijke Amerikaanse acteerprijs bleek nog maar het begin: Arkin, die donderdag op 89-jarige leeftijd overleed na hartproblemen, zou er in zijn lange carrière nog tientallen prijzen aan vastplakken, voornamelijk voor zijn film- en televisiewerk.
Het maakte hem niet gelukkiger, schreef de acteur in zijn in 2019 gepubliceerde memoires. Hoe meer succes hij kreeg, hoe onrustiger hij werd. Arkins boek Out of My Mind beschrijft een spirituele zoektocht die hem onder meer naar het Tibetaans boeddhisme en meditatie leidde. Dat hielp, al bleef hij aanleg houden tot somberen.
Wie hem zag in films als Argo (2012), Glengarry Glen Ross (1992), Edward Scissorhands (1990) of Grosse Pointe Blank (1997) merkte niets van dat geworstel. Als acteur leek Arkin buitengewoon beheerst, veelzijdig en vastberaden. Hij was een imposante verschijning, ook al was hij klein van stuk; met zijn indringende blik en donkere, gruizige stem trok hij altijd de aandacht naar zich toe.
In zijn latere carrière speelde hij vooral opvallende bijrollen, zoals zijn met een Oscar bekroonde rol als eigenzinnige, drugs gebruikende grootvader in de tragikomedie Little Miss Sunshine (2006). Toch was hij ook lange tijd een ‘leading man’, in de tijd dat Hollywood die rol niet alleen toebedacht aan grote, knappe filmsterren. Arkins eerste filmrol was een hoofdrol: in Norman Jewisons Koude-Oorlog-komedie The Russians Are Coming, The Russians Are Coming (1966) speelde hij een Russische luitenant-ter-zee die na een schipbreuk in een Amerikaans vakantieoord terechtkomt. Het leverde hem meteen een Oscarnominatie op.
Daarna volgden hoofdrollen in meer en minder geslaagde films als Wait Until Dark (1967, naast Audrey Hepburn), Inspector Clouseau (1969), The Heart Is a Lonely Hunter (1968, opnieuw goed voor een Oscarnominatie) en Catch-22 (1970). Over die laatste film, een zwarte komedie naar het befaamde boek van Joseph Heller, zei Arkin dat hij nooit zo weinig had hoeven nadenken over een personage. Yossarian, de geplaagde luchtmachtmilitair die zichzelf maar niet kan bevrijden uit een absurdistische oorlogssituatie, stond zo dicht bij hemzelf dat Arkin hem zonder enige moeite speelde.
Catch-22, geregisseerd door Mike Nichols (die zich hardmaakte voor Arkin in de hoofdrol; de filmstudio had liever Paul Newman gezien), werd door veel critici als een mislukking beschouwd. Toch is het een interessante film, met prachtig acteerwerk van Arkin, die humor en wanhoop moeiteloos naast elkaar laat bestaan. Met zijn kenmerkende intensiteit is hij het vanzelfsprekende middelpunt van een chaotisch, tegendraads verhaal.
Ook in zijn latere werk zou Arkin, in 1934 geboren in Brooklyn, New York als kleinkind van Joodse immigranten, zelden een steek laten vallen. Hij speelde in meer dan honderd films en weigerde met pensioen te gaan. Vanaf 2019 was hij te zien in de Netflix-serie The Kominsky Method. Daarin speelde hij de ooit machtige Hollywood-agent Norman, die met zijn cliënt en beste vriend Sandy Kominsky (Michael Douglas) ouwehoert en ruziet over ambities, de gouden dagen van weleer en de plagen van de ouderdom. Een mooie rol, die maar weer eens bewees hoe trefzeker Arkin was als acteur.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden