N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Herdenking slavernij
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een handvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
‘Slavernij, teelaarde van onwetendheid”, schreef Anton de Kom in de jaren dertig toen hij over de Surinaamse slavernij dichtte. Lang was hij de man van één werk, de klassieker Wij slaven van Suriname (1934). Inmiddels maakt de schrijver, dichter en verzetsheld deel uit van de Canon van Nederland. De Koms opname in de Canon is onbetwistbaar, maar voordat de geschiedenis van de slavernij echt deel zal uitmaken van het nationale bewustzijn, zal er nog veel moeten gebeuren. Daarom werd 200 miljoen euro toegezegd voor herdenking en bewustwording van dat verleden. Die belofte volgde op de excuses die premier Mark Rutte namens de Nederlandse regering op 19 december aanbood in aanloop naar het Herdenkingsjaar Slavernijverleden.
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een handvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Een eerste stap vormde het eerherstel dat de kinderen van Anton de Kom recentelijk kregen aangeboden namens de Nederlandse staat. „Een beetje laat”, zei minister Wopke Hoekstra (CDA) van Buitenlandse Zaken er eerlijk bij, maar dat doet niet af aan het feit dat duidelijk te zien was wat zo’n gebaar kan teweegbrengen. Zoon Ad de Kom en dochter Judith de Kom waren ontroerd over en blij met het eerherstel, bijna tachtig jaar na de dood van hun vader.
Excuses aan nazaten van slachtoffers zijn onmisbaar in het „maatschappelijk proces van bewustwording in de gehele samenleving ten aanzien van het slavernijverleden”, valt te lezen in het recente Rapport ‘Staat en Slavernijverleden’. Geef nationale excuses een gezicht, zodat de bewustwording van die geschiedenis tastbaar wordt, een integraal onderdeel wordt van de samenleving. Zoals de Tweede Wereldoorlog een rol speelt in het verhaal van vrijwel elke stad of dorp, aanwezig is in het onderwijs en fungeert als anker in morele dilemma’s – zo zou je willen dat ook de slavernijgeschiedenis zo’n plek krijgt. Bij de jaarlijkse dodenherdenking worden altijd persoonlijke verhalen verteld. Dit zou ook kunnen bij een jaarlijkse herdenking van de slavernijgeschiedenis, waarbij Keti Koti een geschikte dag zou zijn.
Om te beginnen zou het gebaar aan de familie De Kom navolging verdienen. Denk aan de nazaten van Tula, de leider van de Curaçaose slavenopstand in 1795, die na zijn gevangenneming gruwelijk werd gemarteld en vermoord in zijn streven naar vrijheid. Of denk aan Ma Pansa, de tot slaaf gemaakte die halverwege de 18de eeuw in Suriname vluchtte met haar man Adjako en rijstkorrels in haar vlechten verstopte waardoor de marrons rijst konden verbouwen. Neem ook One-Tété Lohkay mee in die overweging, de vrouw die van een plantage in Sint Maarten ontsnapte. Ze werd gevangengenomen waarna voor straf bij haar één borst werd afgesneden (ze overleefde de verminking en slaagde uiteindelijk in haar ontsnappingspoging). Erken dat deze geschiedenis doorwerkt tot in het heden.
Erken dat deze geschiedenis hoort bij die bewustwording van wat er gebeurde op de trans-Atlantische route, maar ook wat er in Zuid-Afrika en in de Oost gebeurde. Dat in Zuid-Afrika verbaasd wordt gereageerd dat het land niet werd genoemd bij de excuses, is begrijpelijk. Kasteel Kaap de Goede Hoop, dat werd gebouwd toen de Verenigde Oost-Indische Compagnie een verversingspost nodig had, is niet door Nederlandse handen neergezet maar door tot slaaf gemaakte oorspronkelijke bewoners, en vooral door tot slaaf gemaakten uit Madagaskar, Mozambique, Indonesië en India. Erkenning dat de Nederlandse staat in Zuid-Afrika mensen tot handelswaar maakte, is nodig, ook al is de groep kleiner dan in de Caribische koloniën. Herdenk dan ook de nazaten van Massavana, die nadat hij was gekocht in Madagaskar de spil vormde van de opstand op het slavernijschip de Meermin. Die opstand werd neergeslagen door Nederlanderse VOC’ers op de Kaap.
Uiteraard zal ook de slavernij in Indonesië worden meegenomen in de Nederlandse geschiedeniscanon. Bied bijvoorbeeld excuses aan aan de nazaten van Untung Surapati, de Indonesische vrijheidsstrijder en voornaamste tegenstander van de VOC op Java. Dat is geen verdubbeling van de excuses voor het koloniale verleden, maar een vorm van erkenning dat de grote geschiedenis persoonlijke gevolgen heeft.
Met het invoelbaarder maken van het verleden wordt de vraag verlegd die nu nog te vaak het gesprek domineert. ‘Wat betekenen die excuses voor mij?’ wordt dan ‘Wat betekenen de excuses voor de ander?’. Bij de familie De Kom zagen we het antwoord. Bijna tachtig jaar na de dood van Anton de Kom worden zijn dichtregels een invoelbaar deel van onze geschiedenis: „Duizenden gekromde koelieruggen/ Door en door bezweet/ Schamel als de armsten onder bruggen/ Boeren, knechten, allen slaven.”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC