Home

Wie het goede leven propageert vanuit een speedboot, verwaarloost zijn dekking

Een onderwerp waarvoor je de handen niet op elkaar krijgt, is de zuinige overheid. Vorige week schreef ik over professor Jos Blank en zijn jarenlange strijd voor een goed presterende publieke dienst, in ruil voor onze dure belastingcenten. Een paar uitzonderingen daargelaten, was ijzige stilte mijn deel. Links belijdt een onschokbaar geloof in de overheid, daar veranderen alle missers en parlementaire enquêtes niets aan. Maar ook mijn conservatieve vrienden, die toch minder op hebben met Grote Broer, lieten het afweten. Het begrip doelmatige of efficiënte overheid is een rode lap en die rode lap heet neoliberalisme.

Natuurlijk is de publieke zaak niet hetzelfde als een bedrijf, en hebben we de afgelopen decennia leergeld betaald. Iedereen kent de nefaste gevolgen van het turven van aantallen vonnissen, uitgeschreven boetes, afgeleverde studenten of aangetrokken steunkousen. Gek genoeg heeft dat besef geleid tot het tegendeel, een door de moraal aangedreven schouderophalen als je zegt dat publiek geld zorgvuldig moet worden besteed en verantwoord.

In het gepraat over neoliberalisme hebben de managers het altijd gedaan. De zogeheten professional, de leraar, politieagent, verpleegkundige, is daarentegen bijkans onbevlekt ontvangen. Bestuurskundige Hans de Bruijn is de laatste die het nog voor de manager durft op te nemen. Hij wijst op het moralisme dat de samenleving doortrekt, en dat het goed-foutschema, respectievelijk goodguy versus badguy, ook wordt geplakt op de verhouding tussen manager en professional. Dat moralisme zit een helder zicht op de werkelijkheid in de weg.

Vorige week las ik in NRC het verbazende bericht dat de ambtenarij intussen – na de financiële sector – de best betaalde beroepsgroep is. Vooral de lonen in het onderwijs (op drie na hoogste) en de gezondheidszorg (op zeven na hoogste) rukten op. Dat mag je het best bewaarde openbare geheim van de laatste jaren noemen – juist omdat het niet strookt met het breed verspreide idee van de leraar als verdrukte sukkel. Ik gun iedereen een mooi salaris, maar kon de gedachte niet onderdrukken dat inmiddels wel heel veel geld in het onderwijs is gestoken, terwijl er van verbetering van de kwaliteit nog niets te merken valt.

Wat er gebeurt als een streng oordeel over bestedingen wegvalt, zagen we vorige week. Om snel mondkapjes te kopen, bleek op het ministerie van VWS een zogenaamde vip-lijst te bestaan van bedrijven met goede connecties. Politici speelden elkaar de bal toe, de zoon van een bevriende gynaecoloog kreeg een miljoenenopdracht, terwijl zijn expertise het vervaardigen van kleerhangers betrof. Na het artikel hierover in de krant zag ik nauwelijks opwinding. Zo zijn kennelijk de manieren in het land waar de regenten van oudsher zelf uitmaken hoe integer ze zijn. Doe mij dan maar een neoliberale aanbesteding.

Tot mijn eigen verrassing herkende ik hetzelfde mechaniek in het klimaatdebat. Ook hier een resolute lijn tussen bokken en schapen, vergezeld van het rotsvaste idee dat de overheid alle kwalen moet verhelpen. Het steekwoord is nu niet neoliberalisme, maar ‘het systeem’ of ‘de bedrijven’. Wie verft met zo’n brede kwast, heeft weinig belangstelling voor het taaie ongerief van de werkelijkheid.

In elke krant is inmiddels wel een beroemde klimaatactivist voorbijgekomen die zich moest verdedigen omdat hij of zij zelf vlees eet of twintig keer per jaar naar Stockholm vliegt. Bij Extinction Rebellion of GroenLinks wordt de aanhang onderwezen in de tegenargumentatie, waaruit blijkt dat men zich kennelijk op glad ijs voelt. De bezorgde beroemdheid moet tegen de criticaster zeggen dat hij een jij-bak verkoopt, of in het huidige jargon doet aan ‘whataboutism’. Dat de activist een varkenslapje eet of die ene vliegtuigstoel bezet, maakt geen zier uit. Het ligt immers aan ‘het systeem’, en daarvan zijn wij allemaal de dupe. Een verbiedende overheid moet het werk opknappen.

Wonderlijk dat zo veel mensen dit verhaal voor zoete koek slikken. Jij-bakken bestaan uiteraard; lang geleden verweet De Telegraaf PvdA-leider Joop den Uyl dat hij zich weliswaar inzette voor de arbeiders, maar zelf ‘in een villa’ in Buitenveldert woonde. Den Uyl gunde iedereen welvaartsverbetering, ‘een autootje’ zoniet een villa, dus dat verwijt van De Telegraaf ging niet op. Het is een ander verhaal als je eigen gedragsverandering verschil zou kunnen maken. Honderd mensen die geen varkenslapje eten zorgen er bij elkaar voor een varken minder in de bio-industrie. Honderd mensen die niet vliegen verstoken zoveel ton minder CO2.

Maar vooral: waar moet de steun voor dat overheidsverbod vandaan komen, als je niet zelf bereid bent het goede voorbeeld te geven? Al een eeuw of wat kennen we het voorschrift van de filosoof Kant: gedraag je zoals je zou willen dat de wet zou zijn. Door de moraal aangedreven politiek noemen we ook wel Gesinnungspolitik – hier sta ik, ik kan niet anders. De klimaatpolitiek van menig beroemdheid is daarvan een bijzondere variant – hier sta ik, en niet ikzelf, maar jullie moeten mijn idealen realiseren. Voor vergelijkbare problematiek verwijs ik naar de k van koningshuis: wie het goede leven propageert terwijl hijzelf rondcrosst in een speedboot, verwaarloost zijn dekking.

Source: Volkskrant

Previous

Next