Boeren hebben zich altijd verzet tegen pogingen om ongewenste bijproducten van hun activiteiten te beperken. Sommige politici gaan daar graag in mee. De vraag is hoe lang ze dat kunnen volhouden.
‘Ginder stond een maaier in de weide, en het rinke-ranken van zijn wetstreek over het vlamschietend staal was een schone passende klank’, schreef Ernest Claes honderd jaar geleden. In zijn idyllische beschrijving van het boerenleven vergat hij wel te vermelden dat de maaier bij dat werk afzag als de beesten.
Ook vandaag gaapt er een kloof tussen wat het boerenleven is, en hoe het wordt verkocht. De landbouwers zelf vertellen graag dat zij Nederland voeden (wat dan wel heel eentonige maaltijden zou opleveren), ondanks alle tegenwerking van Den Haag. De stikstofcrisis zou het zoveelste voorbeeld zijn van de ondankbaarheid die hun ten deel valt.
Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken. In Van Kapitaal Belang duikt hij in boeiende en opmerkelijke economische gebeurtenissen.
De ongemakkelijke waarheid is dat er simpelweg te veel boeren zijn, en dat zij een te groot beslag leggen op de beschikbare ruimte. Volgens Eurostat is er in Nederland ruim vijf keer zo veel vee per hectare landbouwgrond als het Europees gemiddelde.
De boeren produceren voor veel meer dan hun thuismarkt alleen. Nederland is na de Verenigde Staten de grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld. Het vlees en de zuivel gaan over de grens, maar met de mest blijven we zitten.
De weerstand van de boeren tegen beperkingen heeft ertoe geleid dat het landbouwakkoord is mislukt (lees zeker deze reconstructie van collega Fleur Damen).
Nieuw is het allemaal niet (leestip). De sector gaat nooit zomaar akkoord met pogingen om haar ongewenste bijproducten in te dammen. Zo wou de toenmalige minister van landbouw Gerrit Braks in 1984 iets doen aan de te hoge mestproductie. De CDA-politicus erkende dat er grenzen waren overschreden in de intensieve landbouw en veeteelt. Hij pleitte daarom voor de integratie van landbouw met natuurbeheer, ook vandaag nog altijd de uitdaging.
Braks kondigde zijn wet pas een dag voordat deze van kracht zou worden aan, wat neerkwam op een bouwstop voor nieuwe stallen voor varkens en pluimvee. Het mocht echter niet baten. Nog diezelfde avond dienden boeren in alle haast uitbreidingsverzoeken in, geholpen door gemeentehuizen die voor de gelegenheid soms tot middernacht open waren.
Dit patroon herhaalt zich vandaag de dag. Verschillende provincies gaan tegen de ambities van het kabinet in door aan te geven dat ze het stikstofbeleid niet zomaar helemaal gaan uitvoeren. In maart kwam de BoerBurgerBeweging (BBB) in alle provincies als grootste partij uit de Provinciale Statenverkiezingen.
Er zijn nog meer overeenkomsten met het verleden, met daarbij een hoofdrol voor Hendrik ‘Boer’ Koekoek. Deze Drent zat van 1963 tot 1981 in de Tweede Kamer als leider van de Boerenpartij, die hij had opgericht uit onvrede over de overheidsbemoeienis met de landbouwsector. Vooral de heffingen van het Landbouwschap waren een doorn in het oog van de boeren.
Net als BBB-partijleider Caroline van der Plas wist Koekoek destijds de boeren in een underdogpositie te manoeuvreren, en de sympathie van veel Nederlanders te winnen. Die steun ging verder dan alleen de belangen van de boeren. Koekoek trok ook proteststemmen van kiezers uit grote steden die het vertrouwen in de gevestigde partijen hadden verloren. Ook dat speelt een rol bij het electorale succes van de BBB.
Koekoek stond berucht om zijn beperkte constructieve bijdrage aan het politieke debat. Getuige zijn bekendste uitspraak: ‘Ik weet niet waar het over gaat, maar ik ben tegen.’ Als hij al eens met een oplossing kwam, was die heel simplistisch. Volgens de overlevering stelde hij ooit voor dat heel Nederland moest worden opgehoogd, zodat de boeren niet zo diep hoefden te bukken.
Van der Plas zit anders in de wedstrijd, zowel qua kennis als mentaliteit. Toch moet nog blijken dat ze niet gelooft in simplistische oplossingen voor het stikstofprobleem (haar interview met de Volkskrant vorig jaar doet daaraan twijfelen). De ‘snelweg uit de stikstofcrisis’ van de BoerBurgerBeweging loopt vrijwel zeker dood, aldus onze Haagse verslaggever Yvonne Hofs.
Als het wedervaren van Braks iets heeft geleerd, dan is het wel dat het kabinet op één lijn moet zitten tegenover de boerenlobby wanneer er moeilijke beslissingen moeten worden gemaakt. Braks werd onder meer tegengewerkt door premier Ruud Lubbers die de boeren te vriend wilde houden. Ondanks hun geklaag dat niemand voor ze opkwam, wisten de boeren zich altijd gesteund door het CDA, Braks of geen Braks.
Voor politici die de boerenboosheid kanaliseren is de les van Koekoek dat roepen alleen nooit tot een oplossing leidt. Toen hij in 1987 overleed, werd hij – na beraad – niet in de Tweede Kamer herdacht. Van der Plas heeft vast een andere politieke erfenis op het oog, maar dan moet ze daar wel werk van maken.
Source: Volkskrant