Wielrennen veiliger maken is een kwestie van geduld. Dat werd vrijdag duidelijk bij een persconferentie van Safer, een initiatief van wielerploegen, organisatoren en de internationale wielerbond UCI om, uiteindelijk, beschadiging van lijf en leden van wielrenners zoveel mogelijk te voorkomen.
Een dag voor de start van de Tour werd Safer in Bilbao ten doop gehouden. Als initiatief, niet als organisatie. Die gaat in 2025 echt beginnen, tot dan is het een proef.
Over de auteur
Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.
De tragische dood van Gino Mäder, een nog maar 26-jarige Zwitser, na een val op hoge snelheid in een afdaling, heeft het nemen van veiligheidsmaatregelen wel enigszins versneld, maar ook weer niet zo veel dat er in de komende Tour de France veel zal veranderen.
Temeer omdat Tourbaas Christian Prudhomme vindt dat hij binnen zijn beperkte mogelijkheden reeds al het denkbare heeft verbeterd. ‘Wielrennen is een wrede sport’, zei de voormalig journalist enigszins getergd. ‘De kampioenen zijn artiesten die koersen op instinct. Daar moeten we niet te veel voor willen regelen.’
Wat bleek uit de woorden van Prudhomme namens de organisatoren van wielerwedstrijden, van Richard Plugge namens de ploegen en van UCI-president David Lappartient was dat het al heel wat is dat die drie entiteiten de handen ineenslaan. In verschillende bewoordingen maakten ze duidelijk dat ze de afgelopen decennia bij incidenten uitsluitend naar elkaar wezen.
De horrorcrash die Fabio Jakobsen in augustus 2020 in de Ronde van Polen bijna het leven kostte, mede door een door de UCI goedgekeurde wanprestatie van de organisatie, zette een veiligheidstrein in gang die sindsdien tergend langzaam vooruitgaat. Door ‘de zaak Jakobsen’ zag in dat jaar Safer wel het licht.
Het aantal valpartijen neemt elk jaar toe, vertelde de innovatiedeskundige van de UCI, Michael Rogers. Dit halve jaar alweer bijna een kwart meer dan de eerste zes maanden van vorig jaar. Bijna tweederde van de incidenten is in de laatste fase van een koers.
Een begin van een verklaring is dat steeds betere renners op steeds beter materiaal steeds harder fietsen, maar daarbij met steeds meer obstakels hebben af te rekenen. ‘Die moeten de snelheid van het reguliere verkeer verminderen’, legde Lappartient uit, ‘maar ze maken het organiseren van wedstrijden moeilijker’.
Zijn opmerking was onbedoeld illustratief voor de hele persconferentie: duidelijke analyse waarom het fout gaat, maar concrete maatregelen om er onmiddellijk wat aan te doen, ontbraken. ‘Zo werkt het niet’, zei Jaap van Hulten, die als chief operations officer aan wielerploeg Jumbo-Visma is verbonden en zich een dag in de week als lid met Safer bezighoudt. ‘Het gaat hier om een cultuurverandering en die kun je niet snel doorvoeren.’
En al zouden er alleen maar goede veiligheidsmaatregelen morgen worden ingevoerd, dan nog, zei Van Hulten, kan een herhaling van het afdalingsongeluk met Mäder niet worden voorkomen. Toch zeiden beide Fransen, Lappertient en Prudhomme, daartoe vastbesloten te zijn.
Door de dood van de in het peloton zeer geliefde coureur is de veiligheidsfocus naar de zin van Van Hulten te veel op de afdaling komen te liggen. Ook dat zagen de baas van de UCI en van de Tour anders. Ze benadrukten verbeteringen in twee afdalingen in de komende Tour, die ze samen met de lokale overheid veiliger hebben gemaakt. Afschaffen van afdalingen in de finale van een etappe is voor beide mannen uit den boze. ‘We gaan het parcours niet aanpassen’, zei Prudhomme. ‘Afdalen moet wel zo veilig mogelijk worden gemaakt’, vulde zijn landgenoot aan.
Concreet gaat het om de etappes 14 en 17 die beide eindigen met een afdaling. De Australische oud-renner Adam Hansen, voorzitter van rennersvakbond CPA, waarschuwde dat het asfalt daar slecht en dus gevaarlijk was. Tour-organisator ASO overtuigde hem ervan dat er nieuw, veilig asfalt ligt. ‘Over een lengte van liefst 100 kilometer’, benadrukte Prudhomme.
Bovendien worden de renner met knipperende schermen en geluidssignalen gewaarschuwd voor naderend onheil als een onoverzichtelijke haarspeldbocht. Tegen de vangrail in die bocht komen kussens.
Zo komen de renners de komende Tour volgens Prudhomme liefst vijfduizend waarschuwingsborden tegen, maar Van Hulten vraagt zich af of dat helpt. Renners moeten al op zoveel zaken letten en in minder dan een seconde cruciale beslissingen nemen.
Waar met name Prudhomme wijst op de eigen verantwoordelijkheid van renners, heeft Van Hulten het liever over al die andere deelnemers aan een koers. ‘Neem een ploegleider die bij zijn renner in een kopgroep wil komen en met 80 kilometer per uur door de berm rijdt. Daarbij schuift grind de weg op, waar even later het peloton in volle vaart overheen gaat. Dat wil je niet.’
Safer, hoopt Van Hulten, is over een paar jaar overbodig, omdat de veiligheid voor de renners, mannen en vrouwen, dan optimaal is gewaarborgd. ‘Je kunt niet tegen het vergroten van veiligheid zijn’, vindt Van Hulten. ‘Het alternatief is een koers op een afgesloten circuit en dan maar rondjes rijden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden