Home

Parlementaire enquête verliest glans in versnipperde en verdeelde Tweede Kamer

Maandenlang kwamen de negen leden van de Tijdelijke commissie Corona (TCC) iedere maandag bijeen. Ze legden werkbezoeken af aan Limburg, Brabant en Utrecht, spraken met tientallen experts en betrokkenen en werkten de onderzoeksvragen uit. In mei leverden ze unaniem een 22 pagina’s dik draaiboek af voor de parlementaire enquête naar de coronacrisis.

Dat die enquêtecommissie er zou komen, leek een zekerheid. Eind 2021 had de Tweede Kamer daar voorgestemd: 150 stemmen tegen 0.

Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever voor de Volkskrant. In 2022 won hij de journalistieke prijs de Tegel voor zijn stuk over de mondkapjesdeal van Sywert van Lienden en co. Hendrickx was eerder correspondent in VS en Rusland.

Het liep anders. De Tweede Kamer heeft nog niet ingestemd met de onderzoeksopzet van de voorbereidende commissie, hoewel dat normaal gesproken een hamerstuk is. De coalitiepartijen VVD, CDA en D66 willen bij nader inzien toch ook geen Kamerleden ter beschikking stellen aan de parlementaire enquête. Het hele project is nu op de lange baan geschoven. De Kamer wil eerst een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid afwachten.

De oppositieleden die in de voorbereidende commissie zaten, zijn in de woorden van Kamerlid Liane den Haan ‘boos en geschoffeerd’, omdat ze een jaar lang voor niks aan het werk zijn gezet. ‘Maar dit is vooral een dikke middelvinger naar de burger. De coronacrisis heeft een ongelooflijke impact gehad. Daar moet je lessen uit trekken en daar was deze enquêtecommissie voor bedoeld.’

Toch komt het voorlopige einde van de parlementaire enquête niet helemaal als een verrassing. De scepsis was er al toen de samenstelling van de commissie vorig jaar bekend werd. Niet alleen was de kritische oppositie met PVV, JA21, Pieter Omtzigt en Liane den Haan sterk vertegenwoordigd, daarnaast hadden ook de corona-ontkenners Wybren van Haga en Pepijn van Houwelingen (FvD) zich aangemeld. Hoe kon dat ooit goed gaan? Kan iemand die corona beschouwt als ‘een griepje’ nog objectief oordelen over het kabinetsbeleid?

Khadija Arib, die tot haar vertrek uit de Kamer voorzitter was van de voorbereidende commissie, zag in de diverse samenstelling juist een kans om aan te tonen dat mensen met verschillende opvattingen ook respectvol met elkaar kunnen samenwerken. De parlementaire enquête kon in haar ogen een tegenwicht bieden aan de polarisatie die tijdens de coronacrisis ontstond.

‘Ik zag het als een soort verzoeningscommissie’, zegt Arib. ‘Het laatste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien hoe belangrijk het is om mensen met een andere mening niet meteen af te wijzen. Dat vergroot alleen maar het wantrouwen. Ik vind het kwalijk en schadelijk dat de enquête nu toch niet doorgaat.’

De sceptici zullen er minder rouwig om zijn. Niet alleen de coalitiepartijen weigeren een Kamerlid ter beschikking te stellen aan de parlementaire enquêtecommissie, ook PvdA en GroenLinks bedankten voor de eer. De partijen die wel een Kamerlid wilden leveren – van PVV tot Groep Den Haan – vertegenwoordigden slechts dertig zetels in de Kamer.

Het bestellen en weer afbestellen van een parlementaire enquête laat zien hoe diep de breuklijnen zijn die inmiddels door de Tweede Kamer lopen. Oppositiepartijen zien zich gesterkt in de gedachte dat de regeringspartijen geen verantwoording willen afleggen voor hun coronabeleid (‘dit is een doofpot-operatie’, aldus FvD'er Van Houwelingen). Omgekeerd zien ‘de constructieve partijen’ een oppositie die bovenal uit is op afrekeningen en politiek kabaal en daarvoor ook een parlementaire enquête wil gebruiken.

De versplintering maakt het moeilijker om een evenwicht te vinden tussen die krachten. Vroeger was het gebruik dat een lid van een parlementaire enquêtecommissie zich niet meer mengde in het dagelijkse debat. Die luxe bestaat nu niet meer. Zeker de kleinere fracties kunnen zich niet permitteren om een Kamerlid helemaal vrij te stellen voor een enquête. Zo bleven Van Haga en Van Houwelingen tijdens coronadebatten het kabinetsbeleid hekelen. Hoe kun je dan tegelijkertijd pretenderen objectief onderzoek te doen als lid van een parlementaire enquêtecommissie, vroeg een deel van de Kamer zich af.

Bij de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening, die sinds februari 2022 onderzoek doet naar de aanpak van fraude door de overheid, speelt iets vergelijkbaars. Denk-voorman Farid Azarkan is lid van die commissie, maar dat belemmerde hem niet om in april tijdens een debat premier Mark Rutte te kapittelen vanwege zijn rol in het fraudebeleid.

‘Rutte heeft zoveel energie gestoken in het slopen van Nederland en de Nederlandse rechtsstaat’, zei Azarkan. ‘Tienduizenden toeslagenouders en -kinderen heeft hij vernederd en opgejaagd met een zelfbedachte institutioneel-racisme-methode.’

Rutte reageerde getergd: ‘Om mij nu op te plakken dat ik via die fraudewet, die met brede steun in de Tweede Kamer is aangenomen, verantwoordelijk ben voor institutioneel racisme, is onacceptabel. Het is volstrekt niet wie ik ben, zo sta ik niet in het leven en dat heeft de heer Azarkan terug te nemen, anders is hij geen knip voor de neus waard.’

Azarkan weigerde.

Dat zette kwaad bloed bij de VVD. Hoe kon het Denk-Kamerlid nog een evenwichtig oordeel vellen over het fraudebeleid als hij Rutte bij voorbaat verantwoordelijk houdt voor institutioneel racisme?

Enkele weken na de clash stapte VVD-Kamerlid Hatte van der Woude uit de parlementaire enquêtecommissie. Ze kan ‘vanwege de geheimhouding’ die is afgesproken binnen de enquêtecommissie niet vertellen waarom. ‘Het was in ieder geval niet om de ‘werk-privébalans’, zoals ik in de krant lees.’

Eerder dit jaar stapte ook CDA-Kamerlid Evert Jan Slootweg al op. Hij kon de enquêtecommissie naar eigen zeggen niet combineren met de rest van zijn Kamerwerk. Het CDA besloot geen vervanger te sturen. Of de VVD wel een invaller gaat sturen voor Van der Woude is nog niet duidelijk, maar de animo binnen de fractie lijkt klein.

Het resultaat is dat de enquêtecommissie op dit moment nog maar zes leden heeft, slechts 51 zetels vertegenwoordigt en sterk naar links helt. Alleen SP, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Bij1, Denk en D66 zijn vertegenwoordigd. Het wordt daardoor misschien makkelijker om tot gemeenschappelijke conclusies te komen, maar het is de vraag of de rest van de Kamer die dan zo makkelijk gaat overnemen.

Zo staat de effectiviteit van een van de belangrijkste controlerende instrumenten in handen van het parlement op het spel. In 2021 en 2022 besloot de Tweede Kamer drie parlementaire enquêtes te organiseren: naar de gaswinning in Groningen, het fraudebeleid en de aanpak van de coronapandemie. Eén is er afgerond, één is op de lange baan geschoven en één moet gehavend verder.

De kans dat de verdeelde en versplinterde Tweede Kamer op korte termijn nog eens grijpt naar het wapen van de parlementaire enquête lijkt voorlopig verkeken.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next