Home

Het leed in Hawija erkennen en verzachten is mislukt

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Hawija Nederland trok bijna 4,5 miljoen euro uit voor Hawija. Slachtoffers van het Nederlandse bombardement op de stad zeggen dat veel van het geld verdween in corrupte zakken.

„Ik had hem nog één keer willen knuffelen”, zegt Abdallah Rashid Saleh (51) bij het graf van zijn zoon Rashid. „De avond voor hij stierf zaten we samen te eten. Rashid was toen negen jaar en vroeg me of hij die nacht in mijn armen zou mogen slapen. Ik had hem gezegd dat het mocht, maar we kregen de kans niet. Altijd als ik zijn graf zie, denk ik aan die gemiste knuffel.”

Abdallah staat op de begraafplaats van Hawija. Het is een droge vlakte bezaaid met kleine vierkante stenen. Direct naast de steen van Rashid liggen er nog zes. Abdallah gaat ze één voor één af. „Hier liggen mijn vrouw Khamisa en mijn nicht Sajidah. Hier mijn dochters Yamamah en Amal. En hier mijn andere twee zoons, Mahmoud en Ibrahim.”

Allemaal kwamen ze om het leven tijdens het Nederlandse bombardement op Hawija. In de nacht van 2 op 3 juni 2015, nog voordat Abdallah tegen zijn zoon had kunnen aankruipen, bombardeerden Nederlandse F-16’s een wapenfabriek van de jihadisten van Islamitische Staat (IS), die de Iraakse stad destijds bezetten. Omdat de fabriek vol explosieven lag, veroorzaakte de luchtaanval een gigantische explosie. Abdallahs woning, en die van honderden andere burgers, lagen in de directe omgeving van de fabriek.

„Ik heb het hoofd van mijn dochter Amal over de grond zien rollen”, zegt Abdallah. Hij knielt bij de graven van zijn zeven familieleden en begint te huilen. „Mijn dochter Yamamah leefde nog net, maar haar lichaam was in tweeën gescheurd. Ik probeerde haar naar het ziekenhuis te brengen, maar ze stierf onderweg in mijn armen. Daarna ben ik hierheen gekomen en heb ik iedereen zelf begraven.”

Abdallah Rashid Saleh (51) verloor zijn vijf kinderen, vrouw en nicht in het Nederlandse bombardement op Hawija. Hij wil excuses en een schadevergoeding. Foto Hawre Khalid

Inmiddels woont Abdallah in een dorp nabij Tikrit, samen met zijn drie nog levende kinderen. Om de begraafplaats te bezoeken, moet hij anderhalf uur reizen. Geld daarvoor heeft hij nauwelijks, want van zijn baan als reparateur van airconditioners en koelkasten is het moeilijk rondkomen. „Het gaat niet goed met me”, zegt Abdallah. „Ik ben mijn familie en al mijn bezittingen kwijtgeraakt. Bovendien heb ik hartproblemen opgelopen door de explosie. Een operatie kost 8 miljoen dinar [5.500 euro], dat kan ik niet betalen.”

Naast excuses verlangt de Irakees dan ook een schadevergoeding, maar Nederland biedt geen van beide. Wel trok het kabinet ruim 4 miljoen euro uit voor door de Verenigde Naties uitgevoerde wederopbouwprojecten in Hawija, maar daar merkt Abdallah in Tikrit niets van. Hij is geen uitzondering: naar schatting waren de meeste dodelijke slachtoffers vluchtelingen die slechts tijdelijk in Hawija verbleven. Veel nabestaanden leven inmiddels elders.

„Ik snap niet waarom ze al dat geld aan de VN geven in plaats van aan ons”, zegt Abdallah. „Eerst dachten we nog dat Nederland om mensenrechten geeft, maar dat klopt niet. Ze geven niet eens om de slachtoffers van hun eigen bommen.”

Het Nederlandse bombardement op Hawija kostte aan zeker 85 mensen het leven, concludeerden de Universiteit Utrecht, PAX en de Iraakse ngo al-Ghad na uitgebreid onderzoek ter plaatse. Overlevenden verloren hun geliefden, leden grote materiële schade, raakten arbeidsongeschikt vanwege hun verwondingen en kampen tot aan de dag van vandaag met medische en psychische problemen.

De wederopbouwprojecten die Nederland steunde, worden in Hawija niet ervaren als betekenisvolle compensatie voor dit leed, blijkt uit een bezoek van NRC aan de stad afgelopen februari. Ook slachtoffers die nog wél in de stad wonen, zeggen nauwelijks baat te hebben gehad bij de projecten en eisen nog altijd excuses en schadevergoedingen.

Deze uitkomst was al in 2020 voorspeld door een deel van de Tweede Kamer. In de vele debatten over Hawija pleitten onder andere PvdA, SP, GroenLinks, ChristenUnie en Denk voor individuele compensatieregelingen, juist ook vanwege twijfels over de door het kabinet voorgestelde projecten. „Als je halve familie door een bom is weggevaagd, ben je met een nieuwe weg in je dorp echt niet geholpen”, zei toenmalig Kamerlid John Kersten (PvdA) in een commissiedebat.

Toch zag toenmalig minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) daarvan af. De minister erkende dat er „veel meer explosieven” in de bommenfabriek lagen opgeslagen dan was aangenomen. Ook riep de aanwezigheid van veel burgers naast de fabriek de vraag op of de aanval zorgvuldig was voorbereid. Maar de uitschakeling van het doelwit zelf was „duidelijk legitiem”, aldus de minister, dus was Nederland volgens geldend humanitair oorlogsrecht „wel verantwoordelijk, maar niet aansprakelijk voor de gevolgen van de aanval, en daarmee niet verplicht tot het uitkeren van schadevergoedingen”.

Een man wandelt door het industriegebied van Hawija, vlakbij de plek van het Nederlandse bombardement.Foto Hawre Khalid

Alsnog schadevergoedingen uitkeren, zou volgens het kabinet bovendien een precedent scheppen voor schadeclaims voor andere, eveneens legitieme luchtaanvallen. Nederland voerde van 2014 tot en met 2018 ruim zeshonderd aanvallen uit op IS-doelen in Irak en Syrië. Eerder dit jaar nog berichtten NRC, de NOS en Nieuwsuur dat ook bij een Nederlandse aanval nabij de universiteit van Mosul in 2016 zeker zeven burgers om het leven kwamen.

Om toch iets voor Hawija te betekenen en de Kamer tegemoet te komen, koos het kabinet voor een tussenoplossing. Niet individuen, maar „de getroffen gemeenschap” van Hawija zou worden gecompenseerd. Eind 2020 kondigde de minister aan dat het kabinet ruim 4 miljoen euro zou uittrekken voor zogenoemde ‘vrijwillige compensatieprojecten’. Het geld was bestemd voor twee „gerenommeerde organisaties” van de Verenigde Naties, het United Nations Development Programme (UNDP) en de International Organization for Migration (IOM), die namens Nederland zouden investeren in onder meer het herstel van de werkgelegenheid, stroomvoorziening en andere infrastructuur in Hawija. De projecten zouden zich richten op schade die te herleiden is tot het Nederlandse bombardement en worden uitgevoerd „in directe samenspraak met de gemeenschap”, schreef de minister aan de Kamer.

Nederland voerde van 2014 tot en met 2018 ruim zeshonderd aanvallen uit op IS-doelen in Irak en Syrië

Maar juist die lokale gemeenschap ervaart de projecten als een teleurstelling. Zowel slachtoffers als lokale autoriteiten spreken van corruptie bij de VN-uitvoerders en zeggen dat een deel van de projecten niet naar behoren is afgerond. Bovendien zouden de VN de gemeenschap onvoldoende betrokken hebben bij de besluitvorming, waardoor de projecten slecht aansloten bij de urgentste behoeften van de doelgroep. Slachtoffers zeggen dat de projecten niet zozeer hun eigen belangen als die van de Iraakse overheid dienen, weten soms niet eens van Nederlands betrokkenheid en voelen zich genegeerd. Voor zover het doel van het kabinet was hun leed te erkennen en te verzachten, is dat mislukt.

„Jullie zijn van de officiële krant, toch?” Sabhan Khalaf Ali kijkt zijn bezoek wat ongeduldig aan. De burgemeester van Hawija gaat gekleed in pak en heeft een zwarte borstelsnor. Hij verzorgt een gastvrij ontvangst in zijn kantoor met vruchtensap en kokoskoekjes, maar lijkt weinig zin te hebben in het gesprek. „Ik heb dit al zo vaak verteld.”

De burgemeester zegt dat hij nauwelijks betrokken is bij de aanvang van de Nederlandse projecten in zijn stad. „Wij hoorden er pas van nadat het geld al was toegezegd aan de VN”, zegt hij. „Lange tijd zagen we alleen de borden die de projecten aankondigden. Dankzij de mensen van PAX ben ik in 2021 naar Nederland gegaan om mijn zorgen te delen. Daar heb ik jullie regering verteld dat deze VN-organisaties corrupt zijn, maar ze luisteren niet.”

Ook een recent bezoek van minister van staat Winnie Sorgdrager van afgelopen mei ervaarde de burgemeester als een teleurstelling. Sorgdrager werd eind 2020 ingesteld als voorzitter van de onafhankelijke onderzoekscommissie naar het bombardement op Hawija en zal naar verwachting dit najaar haar rapport uitbrengen. Eind mei dit jaar was ze voor het eerst in Hawija, vergezeld door onder meer Nederlands ambassadepersoneel uit Bagdad. „Ze hebben zichzelf niet eens goed voorgesteld”, zegt Khalaf Ali nadien door de telefoon. „We moesten achteraf googelen om erachter te komen wie wie was.”

Desgevraagd gaat de commissie op deze laatste klacht niet in. Wel laat een woordvoerder weten dat de commissie al tijdens een eerder bezoek aan Bagdad in 2022 naar Hawija had willen komen, maar dat dit vanwege de veiligheidssituatie niet mogelijk was. In zowel Bagdad als Hawija is volgens de woordvoerder onder meer gesproken met nabestaanden van de slachtoffers. „De commissie heeft binnen de korte tijd die haar in Hawija ter beschikking stond zo veel mogelijk mensen getracht te spreken Source: NRC

Previous

Next