De column van Aisha Dutrieux toont weer de misselijkmakende manier waarop met productiedieren wordt omgegaan.
Terwijl de boeren en Caroline van der Plas niet moe worden om ons uit te leggen hoeveel boeren van hun dieren houden en zelfs een reclamefilmpje op televisie laten zien hoe de koeien kunnen eten wanneer ze willen, chillen wanneer ze willen enzovoort, verbaas ik me over één ding: waar zijn de boeren die met hun trekkers de poorten van de slachterijen blokkeren?
Waar zijn de boeren die met fakkels voor de woningen van de directeuren van die slachterijen verhaal gaan halen over de manier waarop er met de door hen zo geliefde dieren wordt omgegaan? Waar zijn de telefoonnummers van de werknemers van de slachterijen gepubliceerd? Of is de geëtaleerde dierenliefde van de boeren toch vooral een praatje voor de bühne, en komen ze alleen in actie als hun verdienmodel wordt bedreigd?
Mieke van Gerven, Amstelveen
Archeologen weten dat jagers-verzamelaars in Europa duizenden jaren geleden werden verdrongen door boeren uit Mesopotamië. De voorgangers van de moderne boeren waren dus immigranten. Dit zou de Nederlandse boeren van tegenwoordig tot nadenken kunnen stemmen.
Gerard Herbers, Arnhem
Wat zou het een indrukwekkend gebaar zijn als bezitters van een Amsterdams grachtenpand één raamkozijn rood zouden laten schilderen. Dit als symbool voor het bloedgeld waarmee het huis gebouwd werd, of als schaamrood voor wat de tot slaaf gemaakten is aangedaan.
Hans Baas, Steenwijk
Duitsland kent ook geen officiële ‘feestdag’ voor het beëindigen van de wereldoorlogen. Dus afschaffing van de slavernij moet mijns inziens gevierd worden in de landen waar de slavernij heeft plaatsgevonden. In Nederland kan het hooguit een dag van bezinning en zelfreflectie zijn. De vergelijking met Juneteenth gaat dus mank, omdat in de Verenigde Staten slavernij heeft plaatsgevonden.
Henk Jacobs, Amsterdam
Inderdaad, in Suriname klinkt de taal van de kolonisator nog steeds. Wat leerkracht Saskia Mohan in haar handen heeft is een tekening van witte intellectuelen uit een land dat geld verdiende met slavenhandel en slavenarbeid. Het is een tekening gemaakt door Engelse voorstanders van afschaffing van de slavernij: de Society for Effecting the Abolition of the Slave Trade. Getoond wordt het laadruim van schepen zoals de Brookes of de Marie Séraphique.
Zijn de afbeeldingen betrouwbaar en representatief? Het zijn vragen waarmee het examen geschiedenis tegenwoordig gevuld is. Ja, ze vertellen iets over een politiek-intellectuele stroming in witte, Europese landen. Niet over het werkelijke slaventransport. Het is witte propaganda wat deze mevrouw in haar handen heeft.
Ad van Kempen, oud-lerarenopleider, onder andere in tijdvak 7 (De slaveneeuw), Tilburg
De eerder doorgevoerde accijnsverlaging wordt gedeeltelijk teruggedraaid en het gemekker barst weer los. Maar voor wie een beetje fatsoenlijk rijdt, betekent deze verhoging niet meer dan 1 cent per kilometer. Niet echt iets om je druk over te maken. Bij de nieuwe prijs kost 15 kilometer autorijden circa 2 euro, voor een treinrit van dezelfde afstand betaal je circa euro 3,50 euro. Hoezo dure benzine?
Dik Smolders, Tilburg
Alleen op vakantie draag ik een pet. En een zonnebril. Probleempje: ik lijk dan erg op Matthijs van Nieuwkerk die incognito vakantie probeert te vieren. Mijn grijzende slapen zijn dan ook niet echt in mijn voordeel. In Lissabon heb ik diverse malen de metro in moeten vluchten. Ik hoop daarom van harte dat het aangekondigde interview van Coen Verbraak met Matthijs snel doorgang kan vinden en Matthijs’ naam gezuiverd wordt. En ik eindelijk mijn leven weer terug heb.
René Heeres, Apeldoorn
Een verhelderend artikel over de schrikbarende opkomst en groei van de AfD in Duitsland. Met extra uitleg over wanneer de Volkskrant in verband met partijen zelf over extreem-rechts spreekt: vreemdelingenhaat, haat jegens vreemde (culturele) elementen of ultranationalisme. Al deze kenmerken gelden in Nederland net zo goed voor de PVV, Forum voor Democratie en zelfs de BBB.
Maar die worden in de Volkskrant en andere Nederlandse media opvallend genoeg al jaren vergoelijkend ‘populistisch’ genoemd. Door een eufemisme te gebruiken, maak je het ernstige probleem van de opmars naar rechts, dat ook hier speelt, echt niet kleiner.
Judith Verschuren, Eindhoven
Briefschrijver Peter Kemper heeft niet goed begrepen waar het bij de jazzprotesten tegen de publieke omroep om te doen is. Hij meent dat er via allerlei online kanalen best wel jazz te horen is. Daarmee mist hij het punt. De protesten zijn bedoeld om de publieke omroep te wijzen op haar nalatigheid om een breed cultureel aanbod te laten zien en horen.
Expliciet stelde indertijd zendermanager Simone Meijer van NPO Klassiek dat er op haar zender beslist geen jazz mag worden gedraaid. Die ronduit dubieuze uitspraken waren aanleiding voor het inmiddels breed op gang gekomen protest, dat niet alleen jazz maar ook wereldmuziek betreft. De NPO wordt met belastinggeld betaald, dient haar culturele taak serieus te nemen en geen belangrijke muziekstromingen te boycotten. Dáár gaat het protest over.
Ruud Bergamin, jazzmusicus en muziekdocent, Rotterdam
Wat fijn dat Teun van de Keuken in zijn column van 26 juni de advertentie van De Grote Industriëlen van een kritische noot voorziet. De omfloerste tekst van deze advertentie bevat weinig meer dan vage intentieverklaringen en halve beloftes, en bagatelliseert ook de schade die 30 miljard euro aan fossiele subsidies het klimaat, en daarmee onze gezondheid, toebrengt. Kortom, winst boven gezondheid.
Mijn optimisme daalde echter weer bij het zien van de paginagrote advertentie van Tata Steel op de achterpagina van deze zelfde krant. Wanneer gaat bij DPG Media de gezondheid zwaarder wegen dan winst en kijken zij kritischer naar hun advertentiebeleid?
Robin Bekker, Amsterdam
Ik heb voor het eerst blikjes ingeleverd, maar wat is dat een vies werkje! Ze bevatten restjes, waardoor alles kleeft. Zouden de apparaten met handalcohol van tijdens covid niet bij de inleverapparaten kunnen staan? Wel zo fris, ook als je nog andere boodschappen gaat doen.
Constance van den Hil, Amsterdam
Onlangs vielen groepen orka’s op tonijn vissende boten aan bij Gibraltar, een Nederlandse zeezeiler tussen Schotland en Noorwegen en de Nederlandse deelnemer aan de Ocean Race, ook weer in de buurt van Gibraltar. Toeval?
Het is fascinerend dat zulke aanvallen van groepen orka’s op mensen al beschreven zijn in de vuistdikke, huiveringwekkende thriller De zwerm van scifi-schrijver Frank Schätzing uit 2004, als een reactie op de aanvallen van het roofdier mens op de delicate balans tussen natuur en klimaat.
En wij in Nederland maar blijven steggelen over een landbouwakkoord en miljarden subsidies aan de fossiele industrie en in de Europese Unie over de Natuurherstelwet van Frans Timmermans.
Zijn we ziende blind? Of, om met onze filosofische voetballegende Johan Cruijff te spreken, ‘zien we het pas, als we het doorhebben’?
Hans Moonen, Utrecht
‘U heeft toch maar een prachtig beroep, hele dagen buiten, altijd in de natuur!’, werd mij vaak gezegd toen ik nog boswachter was. En inderdaad, toen ik in 2009 boswachter werd, dacht ik in mijn naïviteit een vriendelijke gastheer te kunnen zijn in de terreinen van Staatsbosbeheer in Zeeland en mooie verhalen te kunnen vertellen over de natuur, en daarmee bij alle gasten respect en liefde voor flora en fauna te kunnen kweken.
Afgezien van het feit dat een boswachter toch een aanzienlijk deel van zijn tijd op kantoor achter de computer doorbrengt, werd mij al gauw duidelijk dat de natuurterreinen voor de meeste Nederlanders vooral terreinen zijn waar je dingen kunt doen die elders maar beperkt of niet kunnen of mogen. Terreinen, waar je vooral rechten hebt – het recht honden te laten rondstruinen, te bbq’en, te mountainbiken, nachtfeesten te houden, hout te sprokkelen (‘Ik betaal toch belasting!’), je tuinafval en witgoed te dumpen en je vooral niet aan de toegangsregels te houden.
Source: Volkskrant