Home

Het armetierige aftreksel van een herdenking toont dat de verwerking van corona niet eens is begonnen

De eerste vijftien jaar na de bezetting herdacht Nederland landelijk niet de honderdduizend vermoorde Joden.

Ik dacht hieraan toen ik van de week het plan las voor een mobiele tentoonstelling waarmee het kabinet wil stilstaan bij corona.

Het is fascinerend, toch? Een hele bevolkingsgroep werd weggerukt uit ons midden en bij de jaarlijkse nationale plechtigheid dacht men niet: misschien daar ook eens een woordje aan wijden. De weinige overgebleven Joden moesten erom vragen.

Eén reden was antisemitisme. Schuld en schaamte zullen ook hebben meegespeeld. En er was behoefte om vooruit te kijken. De aandacht en energie moesten naar de wederopbouw.

Een belangrijke verklaring was daarnaast deze: tijdens de bezetting had elke Nederlander iets meegemaakt dat ongewoon, indringend en ontwrichtend was. Dat hoefde niet per se zoiets ergs te zijn als sneuvelen, een familielid verliezen of dwangarbeid. Spertijd, voedsel op de bon, tekort aan brandstof, de algehele onvrijheid – alles maakte diepe indruk. En wie zelf iets aangrijpends heeft ervaren, heeft niet meteen ruimte voor verhalen van anderen, al zijn die nog zoveel dramatischer. Verwerking gaat aan gevoel voor verhoudingen vooraf.

Corona is in aard en omvang totaal iets anders. Maar in het klein zie je dezelfde mechanismen. Nog altijd heeft Nederland niet fatsoenlijk stilgestaan bij de doden en de zieken. En bij de ervaringen van de mensen in de zorg. Terwijl dat toch een kleine moeite was geweest voor een groot gebaar.

Een plan voor een ‘nationaal moment’ werd steeds uitgesteld. En al vanaf het begin was duidelijk dat het niet specifiek over de slachtoffers van corona mocht gaan. De ongewenste gevolgen van de maatregelen waren net zo belangrijk en vooral moesten ‘veerkracht’ en ‘verbinding’ worden bevorderd. Nu is er dan een nieuw idee – pardon, ‘concept’ – bedacht door het Comité Stilstaan bij Corona. Met daarin zo uiteenlopende leden als burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen, directeur Jan Slagter van Omroep Max, de eerste gevaccineerde van Nederland, een theoloog en een zwemmer.

Concreet blijven over: een site met verhalen en een expositie die langs vier provinciehuizen en het Caraïbische deel van het koninkrijk reist. Nu laat ik mij graag verrassen – wie weet loopt het straks storm – maar een tentoonstelling in provinciehuizen lijkt me een adequate manier om iets voor het grote publiek verborgen te houden. Dit leest meer als: hoe komen we enigszins elegant af van die herdenking die we ooit hebben beloofd?

Het woordgebruik is kostelijk. ‘De verhalen zijn nog vers, de emoties nog voelbaar. Helemaal geen aandacht meer besteden aan een ordentelijke afsluiting van een ongekende periode in onze samenleving lijkt niet passend’, aldus het comité. Is er iets Nederlandser dan te midden van verse emoties een periode ordentelijk te willen afsluiten?

Duidelijk is dat het als hoogst controversieel wordt gezien om gewoon coronadoden te herdenken. ‘Iedereen moet zich thuis kunnen voelen in het concept dat we creëren’, schrijft de commissie. ‘Het doet er niet toe of je de avondklok een goed idee vond of dat je hebt gedemonstreerd tegen de maatregelen.’

Vooruit, ‘het concept biedt plek om stil te staan’ bij de doden. Volgens officiële cijfers zijn dat er minstens 46 duizend. Maar daarnaast is aandacht voor alle ‘bijzondere momenten tijdens de crisis’ en ‘voor optimisme en vooruitkijken’. Het maatschappelijk sentiment wordt goed aangevoeld: stilstaan bij de slachtoffers van de ziekte zou mensen maar het gevoel kunnen geven dat hún ervaring – schoolsluitingen, somberheid, een faillissement, het coronatoegangsbewijs – tekort wordt gedaan. Zelf zou ik het meest in mijn maag zitten met gedupeerden van uitgestelde zorg.

Herhaaldelijk schrijft het comité dat het inmiddels ‘met meer afstand’ naar de coronacrisis kan kijken. Aandoenlijk zelfbedrog. Dit armetierige aftreksel van een herdenking kenmerkt een samenleving die nog niet eens met verwerking is begonnen. We zitten in de fase van wegdrukken: de coronaperiode was vreselijk, maar nu klaar. En door.

Je ziet het ook aan de parlementaire enquête naar het coronabeleid die van de week op de lange baan werd geschoven. De onderzoeksopdracht is al wel vastgesteld. Onder de bedenkers zijn twee notoire verspreiders van desinformatie over corona, Pepijn van Houwelingen van Forum en Forum-afsplitser Van Haga. De opdracht ademt niet geheel verrassend de sfeer: greep het kabinet niet veel te drastisch in?

De pijnlijkste en meest voor de hand liggende vraag vermijden we als land vooralsnog: hadden we kunnen voorkomen dat er zoveel slachtoffers vielen? Het antwoord kan nee zijn. Of: daar hadden we maatregelen voor moeten nemen die we niet hadden gewild. Persoonlijk denk ik dat het had gekund en nog met minder dwang ook. Misschien is het antwoord wel: we vinden het niet zo erg dat er mensen ziek werden en dood gingen, zeker niet als ze al kwetsbaar of oud waren. Punt is, we hebben het hier niet eens over. De Onderzoeksraad voor Veiligheid, die inmiddels twee delen van een driedelig rapport over corona heeft gepubliceerd, impliceert wel dat er onnodig veel slachtoffers vielen, maar slalomt daar tot dusver ook omheen.

De opening van de reizende expositie is in september. Die ‘begint met een gezonde Brabantse lunch (aangeboden door de provincie)’, lees ik bij het comité. ‘Tijdens een gezamenlijke maaltijd ga je op natuurlijke wijze het gesprek aan met elkaar.’ Ja, vast. Alleen niet over de olifant in de kamer.

Source: Volkskrant

Previous

Next