De Deense winnaar van de vorige Tour staat als enige kopman van Jumbo-Visma zaterdag aan de start in Bilbao. In 2022 moest tweevoudig winnaar Tadej Pogacar nog gokken wie de Nederlandse ploeg naar voren zou schuiven: Vingegaard of Primoz Roglic. Roglic is er deze keer niet bij. Hij reed de Giro d’Italia en neemt rust.
De Sloveen en Vingegaard volgden wel dezelfde aanpak: alles zetten op één overwinning. De door Jumbo-Visma gekozen eenzijdigheid pakte voor Roglic dit jaar goed uit: hij won de Ronde van Italië.
De 26-jarige Deen eindigde vorig seizoen achter Pogacar en Roglic in twee belangrijke voorbereidingskoersen. Experimentele deelnames aan de Waalse Pijl en ‘Luik’ liepen uit op een sof: Vingegaard reed de twee klassiekers niet uit.
Nu komt hij naar de Tour na met overmacht de lastige Ronde van het Baskenland én het Critérium du Dauphiné te hebben gewonnen. De winst in de twee etappekoersen zegt zijn ploeg dat hun kopman er nog beter voor staat dan bij de Tourstart van 2022 in eigen land.
Dat moet ook wel door het Tourparcours dit jaar. In 2022 kon Vingegaard het zich nog veroorloven gedurende de eerste helft naar zijn topvorm toe te werken. Het resultaat was een verbluffende overwinning in de elfde etappe (van de 21) die Vingegaard het finale geel bezorgde.
Dit jaar kunnen klassementsrenners zoals Vingegaard en Pogacar meteen vanaf rit 1 aan de bak. En al in de vijfde etappe krijgen ze de Pyreneeën voor de kiezen. De momenten waarop Vingegaard Pogacar pijn wil doen, vooral de beklimmingen langer dan een half uur, liggen dit jaar verspreid over de drie weken, in de bergetappes 9, 13 en 17.
Dat betekent volgens zijn ploeg dat Vingegaard zijn vormpiek langer moet volhouden. Om dat te kunnen zijn trainingskampen op hoogte nodig en daar heeft Vingegaard alle tijd voor gehad. Tussendoor reed hij dan zijn voorbereidingskoersen: begin april in Baskenland en begin juni de Dauphiné. Het moet de basis leggen om meteen begin juli in topvorm te zijn.
Over de auteur
Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.
Het overkomt hem zelden, maar op 23 april moest Tadej Pogacar, winnaar van de Tour in 2020 en 2021, toch echt opgeven na een val. Hij ging in Luik-Bastenaken-Luik onderuit en brak botjes in zijn linkerpols. Dat betekent einde wedstrijd en een streep door de gewenste Tourvoorbereiding.
Die was op voorhand al tegenovergesteld aan die van Vingegaard. De Deen gebruikt vrijwel uitsluitend etappekoersen om gedurende een seizoen naar de Tour toe te werken. Voor hem lijkt fietsen werk, waar de 24-jarige Pogacar uitstraalt voor zijn plezier op een racefiets te zitten om zoveel mogelijk koersen af te vinken.
Zijn prestatielijst dit seizoen heeft, afgezien van de ‘DNF’ in ‘Luik’, een vierde plek in Milaan-Sanremo als slechtste resultaat. Pogacar won een wielermonument, de Ronde van Vlaanderen, en een rittenkoers, Parijs-Nice.
Door alle goede resultaten leek het duidelijk: de Tour zou een duel worden tussen Pogacar en Vingegaard. Maar door zijn val en in de war geschopte voorbereiding is onduidelijk hoe de Sloveen ervoor staat.
Omdat hij weken niet in staat was een stuur vast te houden, moest Pogacar zijn conditie op een andere manier op peil houden dan fietsen op de openbare weg – met fitness, traplopen met een rugzak en thuis op de hometrainer.
Normaal gesproken was de Ronde van Slovenië voor eigen publiek twee weken geleden zijn voorbereidingskoers geweest. Die vijf wedstrijddagen met circa 850 kilometer koers kwamen te vroeg, maar dat Pogacar weer hard kan fietsen, bewees hij vorige week met twee nationale titels: tijdrijden en op de weg.
Echter: dat ging niet zonder pijn aan de pols, vooral als die een schok kreeg, door slecht wegdek bijvoorbeeld. Dat moet wel verbeteren, vertelde Pogacar aan Het Laatste Nieuws. ‘Anders wordt het een heel zware maand juli.’ Zijn blessure is de reden waarom hij Vingegaard tot Tourfavoriet bestempeld. Immers: ‘Jonas domineerde de Dauphiné en zelf ben ik maar net terug.’
Na een geslaagde Giro vorig jaar, gevolgd door een mislukte Tour, besloot Mathieu van der Poel zijn seizoen anders aan te pakken. Niet meer elke koers waaraan hij meedeed willen winnen, maar focussen op de grote jongens, koersen met historie. Zijn kieskeurigheid zou ook beter zijn voor zijn gekwelde rug.
Het besluit pakte geweldig uit: Van der Poel (28) heeft minder koersdagen op de teller staan dan anders, maar beleeft tot dusver zijn beste seizoen ooit met winst in de klassiekers Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix. Deze maand won het vlaggenschip van zijn ploeg Alpecin-Deceuninck de Ronde van België en was hij de sterkste man in het Nederlands kampioenschap op de weg. Liefst tien Jumbo-Visma-renners waren nodig om hem naar de derde plaats te verwijzen.
Van der Poel stond niet eerder zo scherp aan de start als bij zijn derde Tour, die hij dit keer wél uit wil rijden. Dat belooft wat, want in zijn Tourdebuut in 2021 droeg hij zes dagen de gele leiderstrui. Hij hield hem zelfs na een tijdrit, zeker niet zijn specialiteit. Van der Poel werd daarin vijfde en wekte daarmee de indruk: als hij zijn zinnen zet op een bepaalde wielerdiscipline, dan excelleert hij.
Zijn laatste specialiteit: lead-out voor de sprinter van zijn ploeg, Jasper Philipsen. In België trok Van der Poel met succes de sprint aan. Dat wil hij in de Tour ook gaan doen. Sterker: hij wil Philipsen helpen met het bemachtigen van de groene puntentrui.
Van der Poel mag de etappes waarin hij voor de winst wil gaan, zelf uitkiezen . Bijvoorbeeld de eerste rit met de gele trui als bonus. Het zou op dag één al een succes van zijn Tour maken. Reken er niet op, tempert hijzelf, die eerste etappe met ruim 3.000 hoogtemeters is te zwaar voor een klassiekerrenner, zoals Van der Poel zichzelf typeert. Hij verwacht eerder dat een klimmer wint. ‘Maar ik ga het natuurlijk wel proberen.’
De sterkste renner in de vorige Tour, Wout van Aert, deed in de voorbereidingskoers van zijn keuze, de Ronde van Zwitserland, een opmerkelijke uitspraak ten overstaan van de Belgische pers. Als zijn vrouw Sarah De Bie tijdens de Tour op punt van bevallen staat, stapt Van Aert meteen uit de Ronde van Frankrijk. ‘Ik wil de geboorte van ons kindje absoluut niet missen.’
Hij en De Bie verwachten hun tweede kind en de uitgerekende datum is vlak ná de Tour die op 23 juli eindigt in Parijs. Daar won Van Aert in 2021 op de Champs-Elysées. Hij won dat jaar en vorig jaar ook de afsluitende tijdrit op de voorlaatste Tourdag. Kortom: het einde van een Ronde van Frankrijk wil voor Van Aert wel eens gunstig uitpakken.
Vorig jaar moest hij de Tour wel uitrijden, want hij had zijn zinnen gezet op het eindklassement van de groene trui. Dit jaar heeft hij daar logischerwijs geen belangstelling voor. In plaats daarvan aast hij op etappeoverwinningen, net als zijn eeuwige schaduw Van der Poel. Die zei daarover: ‘Wout zal ook voor zeges gaan in de ritten waar ik misschien ook een kans heb. Maar dat is al een paar jaar zo.’
Wat verschilt is de kwaliteit van de voorbereiding van de twee alleskunners. Van der Poel noemt de zijne ‘perfect’, waar Van Aert zichzelf sportief teleurstelde in Zwitserland. ‘Ik had een deftig niveau, maar was niet fris voor topprestaties.’
Daar kwam nog een mentale tik overheen door het tragisch overlijden van Gino Mäder na een val in een afdaling. Daarna wilde Van Aert zo snel mogelijk weg en was hij blij weer thuis te zijn bij zijn groeiende gezinnetje.
De komende drie weken fietsen de vier blikvangers bijna evenveel als ze in de afgelopen vier maanden hebben gekoerst. Het parcours dat op hen ligt te wachten is in minstens drie opzichten anders dan anders.
Allereerst is er geen eerste week om naar de topvorm te groeien: deze Tour is zwaar vanaf de eerste dag in het Baskenland. De zwaarte zit hem in de vele beklimmingen: circa 70 stuks. Deze eeuw gingen de renners alleen in de Tour van 2020 meer meters omhoog: dit jaar is het aantal hoogtemeters 56.487. Ironisch genoeg werd die Tour drie jaar geleden beslist in de slottijdrit waarin Pogacar Jumbo-Visma-kopman Primoz Roglic onverwacht uit het geel reed.
Dat is het derde opvallende aspect: er is maar één tijdrit. Dat is er bovendien een die waarschijnlijk de Tour niet gaat beslissen met zijn 22,4 kilometer en één gemene helling. De rit tegen het uurwerk is de 16de etappe, een dag na de tweede rustdag en daags vóór de loodzware koninginnenrit naar de Col de la Loze in de Alpen. De klimmers kunnen eventuele tijdritschade daar goedmaken en anders in de pittige bergrit op de voorlaatste dag.
Vier keer ligt de streep op een bergtop en vooral naar de aankomst van 9 juli kijken de liefhebbers uit. Voor het eerst in 35 jaar wordt dan de Puy de Dôme beklommen, een berg met een Ventoux- en Alpe d’Huez-achtige uitstraling.
Tussendoor lijken er vier á vijf kansen op een massasprint, zij het dat steeds vaker in grote ronden vlakke etappes gewonnen worden door vroeg weggesprongen renners. Alleen de slotrit naar Parijs lijkt zeker voor de overgebleven sprintspecialisten onder wie drie Nederlanders. Want ja, ook die hebben er dan ruim 3.400 kilometer op zitten en zijn ruim zes keer de Mount Everest virtueel opgefietst.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Source: Volkskrant