Samen met muzikant Otion achterhaalde Vrede informatie over 187 strijders uit het slavernijverzet. Hun verhalen staan centraal in de theatervoorstelling Tijd zal ons leren, die te zien is rondom Ketikoti. ‘We blazen er liefde en leven in, maken er weer echte mensen van.’
‘A watra e kar’ mi, a watra e tjari.’ De hoge stem van muzikant Otion vult de repetitiestudio als hij in het Sranantongo zingt dat het water hem roept (‘kar’ mi’) en draagt (‘tjari’). Dan vertelt Romana Vrede hoe een groep gevangengenomen mannen en vrouwen van de Igbo-stam gezamenlijk de zee inliep: liever verdronken ze dan dat ze moesten leven in slavernij.
Water is een terugkerend element in Tijd zal ons leren, een theatervoorstelling van Het Nationale Theater over vergeten helden uit het slavernijverzet. Het staat symbool voor heling en leven, maar refereert ook aan de erbarmelijke tochten over zee, waarin tot slaaf gemaakte mensen werden vervoerd naar de plantages. Water draagt herinneringen, zegt Otion: ‘Wist je dat veel orkanen de route volgen van de trans-Atlantische slavenhandel?’ Vrede: ‘Bizar, toch?’
Romana Vrede (50) is acteur, schrijver en theatermaker. Ze zit in het vaste ensemble van Het Nationale Theater en won in 2017 de prestigieuze toneelprijs Theo d’Or. Otion (36) is de artiestennaam van performer, muzikant en componist Guillermo Armand Blinker. Samen maakten ze de afgelopen drie jaar de podcastserie Tijd zal ons leren. Daarin doken ze in de levens van 187 koloniale verzetsstrijders, afkomstig uit Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en de Caraïben, maar ook uit Europa en Azië. Rondom Ketikoti, de jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij (op 1 juli), brengen ze een aantal van deze verhalen naar de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.
Ze begonnen hun onderzoek tijdens de coronacrisis, in de nasleep van de moord op George Floyd. Vrede: ‘Floyd was vermoord en ik dacht echt: heeft niemand door dat de wereld aan het vergaan is? Mijn moeder was net overleden, ik had behoefte aan iets van houvast. Al die Black Lives Matter-demonstraties waren fantastisch, ik voelde me sterk en gedragen, maar ook als iemand die haar stem kwijtraakt van het schreeuwen. Ik wilde op een andere manier kracht halen, op een manier die me energie en inspiratie gaf.’
Samen gingen ze op onderzoek uit, spitten internet en oude kranten door en gingen in gesprek met experts, kenners en mensen in de diaspora, op zoek naar onbekende verhalen van bijzondere verzetsstrijders. Alle 187 mensen die in de voorstelling worden genoemd, hebben echt bestaan, al zijn hun verhalen grotendeels bedacht: van de meesten was nauwelijks iets in de archieven terug te vinden. Ze beginnen de voorstelling met One-Tété Lohkay, een 19de-eeuwse vrijheidsstrijder op Sint Maarten. Vrede: ‘Over haar staat in het archief: ze vluchtte, werd gepakt, ze sneden een van haar borsten af, ze vluchtte weer en is nooit meer teruggevonden. Dat is alles.’
Dus lieten ze hun verbeelding het werk doen, vertelt ze. ‘Ga het je maar eens voorstellen, in het geval van One-Tété Lohkay: een borst afsnijden, in die tijd? Wat moet dat met haar gedaan hebben? Het moet zeker een jaar hebben gekost om te genezen. Werd natuurlijk ook uitgelachen op de plantage: kijk haar lopen, die mismaakte. En dan is ze eindelijk hersteld, vlucht ze wéér. Wat voor type is dat? Iemand die zich niet wil laten regeren door angst. Moedig, maar ook een beetje crazy. Je moet je ook realiseren: in de archieven staat ‘vrouw’, maar ze was 16 of 17! Dan ben je geen vrouw, maar een meisje.’
Volgens een Afrikaans spreekwoord wordt het verhaal van de jacht niet verteld door de leeuw, maar door de jager. Het waren niet de opstandelingen die de geschiedenis opschreven, maar de kolonisten, zegt Otion. ‘En zij zagen de verzetsstrijders niet als mensen. Wij proberen hun verhalen te beleven, te doorvoelen, waardoor het nuance krijgt. We blazen er liefde en leven in, maken er weer echte mensen van.’
Vrede vertelt hoe ze stuitten op het verhaal van ene Adam (‘maar drie regels vonden we over hem in de archieven’), die vluchtte naar een plantage verderop. Hij werd gevonden, kreeg stokslagen en vluchtte daarna opnieuw. ‘En dat ging tien jaar door, totdat hij stierf. Wat drijft iemand om elke keer opnieuw te vluchten? In de voorstelling zeggen we: onthoud dat wat hem dreef, liefde was. Want dat is wat ik vermoed.’ Na een korte stilte. ‘Het zijn geen heldenverhalen, maar verhalen over mensen die bang zijn en kwetsbaar, en toch denken: ik vlucht liever dan dat ik hier ben.’
Door zich in te leven, herkende Vrede soms zichzelf in de verhalen. ‘We vertellen over Virginia Dementricia, die tot twee keer toe de kleren van de planters aantrok. Kreeg ze stokslagen, werd ze gevangengezet, deed ze het opnieuw.’ Ze lacht gul. ‘Ik zie dan echt zo’n Romana voor me: o, betekenen deze kleren macht? Oké, dan trek ik ze aan, heb ik de macht.’
Samen met regisseur Erik Whien ontstond het plan om niet alleen over de vergeten verzetsstrijders te vertellen, maar die verhalen ook te verbinden aan ervaringen uit hun eigen leven uit de tijd dat ze met het project begonnen. Een turbulente periode voor Vrede: corona brak uit, waardoor haar werk stilviel, haar autistische zoon Charlie ging op zichzelf wonen en haar moeder overleed.
Dat laatste deed haar besluiten om na deze voorstelling een periode te stoppen met toneelspelen. ‘Ik merk dat spelen me sinds haar overlijden in 2020 meer kost dan dat ik terugkrijg. Het voelt alsof mijn oorspronkelijke publiek weg is, alsof de noodzaak om de wereld mooier te maken is verdwenen.’ Of haar afscheid als actrice tijdelijk of definitief is, weet ze nog niet. ‘Ook daarvoor geldt: tijd zal het leren. Maar soms moet je even heel duidelijk nee zeggen om erachter te komen wat je wilt.’
De voorstellingen van Tijd zal ons leren worden omlijst met spirituele ceremonies vooraf en dansavonden na afloop. Op donderdag wordt de speelreeks afgetrapt met een ‘plengoffer’ door Winti-priesteres Marian Markelo: een eeuwenoud ritueel waarbij water uit een kalebas wordt gegoten ter nagedachtenis aan een god, een geest of een overledene. Vrede zal dan ongetwijfeld aan haar moeder denken. ‘A watra e lon fu tego’, zingt Otion in de voorstelling, het water stroomt eeuwig.
Tijd zal ons leren, 29/6 t/m 8/7, Koninklijke Schouwburg, Den Haag.
Guillermo Armand Blinker (Amsterdam, 1987) studeerde muziektheater en hedendaagse dans aan Codarts in Rotterdam. Als Otion componeerde hij onder meer muziek voor Ulrike Quade Company en de tentoonstelling Continue This Thread, die nu te zien is in het Amsterdam Museum. Zijn band Otion and the Submarines debuteerde dit jaar tijdens het Opera Forward Festival met de show Ripple.
Otion noemt zichzelf ‘Master of Sceneries’. In zijn performances versmelten dans, muziek, zang, storytelling en de artistieke ruimte, en zijn vaak ceremoniële performances over spiritualiteit en (zwarte) queeridentiteit.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden