Home

In de afgeblazen corona-enquête komen veel problemen van deze Tweede Kamer samen

Er zijn nog genoeg vragen over het coronabeleid, maar voor een goede parlementaire enquête ontbreekt het aan de juiste voorwaarden.

De Tweede Kamer houdt het voor gezien: voorlopig komt er geen parlementaire enquête naar het coronabeleid. Slechts vier fracties waren nog bereid een Kamerlid af te staan aan de onderzoekscommissie. Daarom trok het presidium er deze week (voorlopig) de stekker uit. In die beslissing komen veel problemen van de huidige Kamer samen.

Ten eerste de overbelasting van veel Kamerleden. De almaar voortgaande versplintering van de Nederlandse politiek leidt in toenemende mate tot praktische problemen. Van de twintig fracties zijn er nu nog maar vier met meer dan tien Kamerleden. Al die minifracties, vaak met maar een handvol leden, moeten zich zien te weren tegen dertig (!) bewindslieden. Dat is sowieso al bijna niet te doen. In die omstandigheden ook nog een Kamerlid afstaan aan een tijdrovende enquêtecommissie, is voor de meeste fracties ondenkbaar.

Ten tweede het onvermogen om scherp te kiezen. Toen de Kamer het plan opvatte om het coronabeleid te onderzoeken, was al duidelijk dat er ook enquêtes liepen naar de Groningse gaswinning en het fraudebeleid, dat onder meer leidde tot de Toeslagenaffaire. Juist omdat het onderzoekswerk zo arbeidsintensief is, ging de Kamer in het verleden slechts sporadisch over tot een enquête. Gemiddeld was er na de oorlog een per vijf jaar. Het idee dat uitgerekend deze Kamer er drie aan zou kunnen in één kabinetsperiode, getuigde van groteske overmoed.

Ten derde de onwil van de Kamer om ook kritisch naar zichzelf te kijken. De volksvertegenwoordiging is in veel dossiers een bepalende factor. Ze bepaalt de stemming die rond een dossier hangt. In het coronabeleid was ze zelfs vaak doorslaggevend. Of het nou ging om het het inkoopbeleid, het testbeleid, het mondkapjesbeleid, het vaccinatiebeleid, het isolatiebeleid of het lockdownbeleid van het kabinet-Rutte III: de Kamer debatteerde er wekelijks over en bepaalde zelf in hoge mate de speelruimte van coronaminister Hugo de Jonge. Het is nog maar kort geleden, een groot deel van de betrokken Kamerleden zit er ook nu nog. Hoe onbevangen kunnen zij onderzoek doen naar beslissingen waarbij zijzelf of hun naaste collega’s zo’n grote rol speelden?

Ten vierde wreekt zich hier de opkomst van de kleine maar luidruchtige uiterst rechtse flank in de Kamer, die zich manifesteert met de gedachte dat corona überhaupt geen bedreiging was voor de volksgezondheid, maar een wereldwijd complot om de mensheid te knechten. Hoe onafhankelijk zal het onderzoek zijn door een Kamerlid dat bij voorbaat stelt dat de vormgevers van het coronabeleid voor tribunalen moeten worden gesleept?

Een goede parlementaire enquête begint met een commissie vol oprecht nieuwsgierige Kamerleden, die de tijd hebben om intensief onderzoek te doen en die het bovendien eens zijn over de kern van het probleem dat onderzocht moet worden. Bij de corona-enquête was dat perspectief ver te zoeken. Daarom is het maar beter dat de Kamer er voorlopig mee stopt. De Onderzoeksraad voor Veiligheid, die doorgaans uitstekend werk levert, komt nog met de finale conclusies over het coronabeleid. Als dan nog veel vragen onbeantwoord zijn, is wellicht meer onderzoek nodig. Maar dan nog moet de Kamer zich afvragen of ze zelf de aangewezen instantie is om dat te doen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next