Home

‘Wat is dát nou weer?’, vroeg de vader, en hij wiste het zweet van zijn voorhoofd

Voor de Vlaamse friettent in de Voetboogstraat stond, zoals gewoonlijk, een rij. Die zaak drijft sinds mensenheugenis op een stokoude loftuiting van de inmiddels al tien jaar morsdode Johannes van Dam. Door de hele stad hangen nog steeds vergeelde recensies van zijn mollige hand, in etalages van etablissementen die sindsdien al meermaals van uitbater veranderd zijn.

Voor me stond een man van begin 40 met twee tienerdochters, naar schatting 13 en 15. ‘Wat voor saus doe jij?’, vroeg het jongste meisje aan haar zus. ‘Samoerai’, antwoordde die zelfverzekerd. ‘Ik ook samoerai!’ riep de kleine. Ze hadden de binnensmondse, wat lijzige tongval van Zaankanters en waren allebei tenger, met spitse neuzen en schuine, felblauwe ogen.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Hun vader, daarentegen, zat wat slapjes in zijn roze vlees. Onder zijn poloshirt wiebelde een buikje. Zijn kapsel was het resultaat van de opdracht ‘kort, maar gedekt’ en hij droeg een bril die hem ongetwijfeld als ‘kek’ was aangeprezen door een opticien in Wormerveer of Krommenie. ‘Wat is dát nou weer, samoerai?’, vroeg hij. In zijn linkerhand droeg hij twee tasjes van Urban Outfitters. Met zijn rechterhand veegde hij zweet van zijn voorhoofd. Het was broeierig weer.

‘Pap. Gewoon, pittig’, sprak het jongste meisje geërgerd. ‘Spicy’, verbeterde haar zus. De kleinste zweeg betrapt. ‘Is dat met paprika of zo?’, hield de vader vol. De jongste keek vragend naar haar zus die honend ‘Met sámbal...’ snerpte. Ze liet haar ogen rollen als hardblauwe knikkers.

Ze waren aan de beurt. Twee medium samoerai. ‘Moet jij niks, pap?’, vroeg de jongste. De man schudde van nee, en klopte met een verontschuldigend lachje op zijn buik. Even later stonden de meisjes gulzig te eten. De man keek toe, vertederd, maar ook een beetje hongerig. Daar pikte hij al een frietje uit het zakje van de jongste.

‘Pap!’, gilde het kind. ‘Ik wíst het! Dat doe je altijd! Ga gewoon je eigen patat halen!’ Ze deinsde achteruit, haar hand beschermend boven haar frites. Weer flitsten er blauwe knikkers. ‘Alleen maar even proeven’, suste de man, met volle mond. ‘Lekker hoor, die samoerai.’

De meisjes bleven op gepaste afstand staan eten, schuw loerend naar hun vader, als katten met een versgevangen prooi. ‘Zo’, zei het oudste meisje toen haar zakje leeg was. ‘Nu gaan we bubble tea halen, daar om de hoek.’ ‘Yesss’, riep het zusje.

‘Bubble tea’, sprak de man dof. Hij wiste nogmaals het zweet van zijn voorhoofd. ‘Wat is dát nou weer, bubble tea?’, had hij willen vragen, maar daar zag hij terecht van af.

Source: Volkskrant

Previous

Next