Het is deze week 1 juli. In plaats van feesten en lekker eten heb ik eigenlijk behoefte Keti Koti veel stiller en met introspectie te vieren.
Ik herlees boeken. Zoals het prachtige Crossing the River van Caryl Phillips, over een dolende, eeuwig rouwende ziel van een vader, zoekend naar onvindbare rust. ‘Tweehonderdvijftig jaar al luister ik naar het koor van vele tongen. En af en toe ontdek ik, te midden van die talrijke rusteloze zielen, die van mijn eigen kinderen. Mijn Nash. Mijn Martha. Mijn Travis. Met hun geknakt leven. Met hoopvolle wortels uitgestrekt in weerbarstige grond. Tweehonderdvijftig jaar al wil ik hun zeggen: kinderen, ik ben jullie vader. Ik houd van jullie. Maar begrijp: in het water zijn geen paden, geen wegwijzers. Er is geen terug. Jullie zijn ginds. Afgebroken, als takken van een boom. Maar niet verloren. Want in je lichaam draag je de zaden van nieuwe bomen.’
Sinds kort weten mijn zus en ik dat we nog veel dichter bij het slavernijverleden staan dan we voorheen wisten: twee van onze overgrootouders zijn in 1863 vrijgemaakt. Vier stapjes terug maar. Daarvoor een hele lange verbroken ketting van veel meer generaties die een bestaan hebben gehad dat voor ons als nakomelingen nauwelijks te bevatten is.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist. Zij schrijft om de week een wisselcolumn met Heleen Mees.
Keti Koti, ‘verbroken ketenen’, heeft meerdere betekenissen. Het gaat ook op voor dat rare, onheilspellende vacuüm in de persoonlijke geschiedenis van velen. Een eindeloos verbroken keten van verloren kinderen en kindskinderen. Ineens, in 2023, zijn er namen te vinden. Er waren documenten die nu zijn ingescand en online vindbaar zijn. Documenten voor de afschrijving, zodat een Gelderse familie een vergoeding kreeg voor het verlies van hun goederen - kinderen die mijn overgrootouders waren. Zouden ze er ooit bij stilgestaan hebben wat voor bloedgeld ze hebben aanvaard?
Er zijn namen gegeven aan mensen die familie van je zijn. Die op je hebben geleken, van je kleine oren tot je opvliegende en neurotische aard, van je rechtsgevoel tot je schildklieraandoening.
Het blijft onwerkelijk. Ik kom alleen dichterbij als ik lees. Het mooie aan literatuur is dat je in levens gezogen wordt. Dat je in iemands huid kan kruipen. Zo ontmenselijkt als ze zijn, slordige krabbels op ingescande historische documenten die ineens te googlen zijn, komen ze in literatuur en poëzie tot leven. Radeloze, doodsbange, woedende, moedige en intens lijdende mensen. Toch hebben ze ook geleefd. Genoten? Liefgehad?
Een boek dat ik altijd prachtig heb gevonden, is De langste herinnering van de Brits-Guyaanse schrijver Fred D’Aguiar. Over een man zonder naam, zonder verleden, zonder toekomst. Nakomeling van onnoemelijk veel slaafgemaakten, voorouder van vele generaties die nog in slavernij zouden sterven. ‘De toekomst is niets anders dan het verleden dat nog moet gebeuren. Jullie hoeven mijn verleden niet te kennen, evenmin hoeven jullie mijn naam te kennen om de eenvoudige reden dat ik er geen heb en er een zou moeten verzinnen om jullie een plezier te doen. Wat mijn ogen zeggen is nooit waar geweest.’
De hoofdpersoon vlakt zich uit. Wist zijn geheugen met alle kracht die nog in hem zit, nadat hij gedwongen is getuige te zijn van het doodfolteren van een zoon van wie hij het zich had toegestaan te houden. ‘Herinneringen vormen blaren op de huid en dan kan ik geen aanraking meer verdragen. Heb ik overal pijn, mijn botten doen zeer, komen mijn tanden los in mijn tandvlees te zitten, bloedt mijn neus. Doe me er niet aan denken. Ik vergeet zo hard ik kan.’
Surinaamse en Antilliaanse ouderen praten nauwelijks over de slavernij. Het is een taboe. Soms lijkt het op het willens en wetens willen vergeten van datgene wat te groot is om te verwerken. Maar om iets te helen moet je het niet wegstoppen. Trauma erft over. Op psychisch niveau, biologisch niveau, sociaal economisch niveau. Op spiritueel niveau.
Maar veerkracht ook.
Onze vader, die musicus was, leerde mij dat een van de zaken die zwarte muziek uit de Amerika’s bindt, de opgewektheid is. Van kaseko en kawina tot soul, van salsa tot samba; in de muziek die in het diepste menselijk leed in de Afrikaanse diaspora in de Amerika’s ontstond, weerklinkt aanstekelijkheid, veerkracht, levenslust. Daarom is het feest. Ondanks de rouw.
Maar op 1 juli denk ik, in stilte, aan hen. De rusteloze zielen. Ik ben trots op hen. En ontleen kracht aan hen.
Source: Volkskrant