Als vroege Gen X’er – een soort boomer light – kan ik de krant niet openslaan, mijn Instagram niet opstarten, NOS.nl niet aanklikken, of de schrik slaat mij om het hart. Alwéér een bericht over een tiener die een andere tiener neerknalt of -steekt vanwege een onzinnige vete. Alwéér een reportage over een doodsbange wijk waar de avond daarvoor tieners, in opdracht van drugsbazen, granaten aan voordeuren hebben lopen plakken. En alwéér een filmpje in mijn Insta-tijdlijn van een gruwelijke matpartij tussen brugpiepers.
Voor ik er erg in heb, ontglipt mij een waar-gaat-het-heen-met-de-jeugd?
Niet veralgemeniseren, gast, spreek ik mijzelf dan streng toe. Niet je eigen mediabubbel als het enige venster op de wereld beschouwen.
Maar zie, ik heb de recente politiecijfers aan mijn kant. Eind vorig jaar lieten die zien dat jeugdcriminaliteit in algemene zin in snel tempo afneemt. Daartegenover staat wel dat de ernstige geweldsdelicten onder jongeren juist toenemen. Ook de regering maakt zich hier zorgen over. Vorige maand kondigde zij aan dat ze vanaf 2025 structureel 143 miljoen euro per jaar zal uittrekken om jongeren uit de zware misdaad te houden.
Mooi. Een zinnige besteding van de belastingpoet. Maar, om ‘maximaal effectief’ te zijn, zo stelde criminoloog en jeugdcriminaliteitexpert Robby Roks begin dit jaar in een interview met NU.nl, is het van belang om eerst te weten ‘wie deze jongeren zijn en wat er precies aan de hand is’. Daar is volgens Roks nog maar weinig onderzoek naar gedaan.
Verdieping dus. Bijvoorbeeld met een vleugje slow journalism om het patroon onder de angstaanjagende berichten te herkennen, om te snappen waar deze schiet-, steek- of schopgrage jongeren vandaan komen, wat hen drijft.
Daarvoor is een afdaling nodig in de onsexy en niet-glamoureuze kant van dit verhaal. De kant die zich afspeelt na het geweldsdelict, in rechtbanken op een verregende donderdagmiddag, op de straathoeken van grauwe wijken, in huiskamers waar wanhoop en uitzichtloosheid de dienst uitmaken.
Weinig journalisten hebben zich zo goed in dit aspect verdiept als Paul Vugts en Wouter Laumans, misdaadverslaggevers van Het Parool, die niet alleen maar rondom de grote misdaadvissen cirkelen, maar ook structureel oog hebben voor het kleinere grut, de tieners en begintwintigers met zware gewelds- of levensdelicten op hun geweten.
Afgelopen zaterdag brachten ze in Het Parool een nieuw en wederom moedeloos stemmend verhaal over een fataal geweldsdelict. Het is bekende kost voor wie het duo volgt. Giftige socialemedia-uitingen die een sluimerende ruzie tussen tieners oppoken. Diezelfde tieners die zichzelf daarop bewapenen, met uiteindelijk een dode 17-jarige en een dader van 16 jaar als gevolg.
Laumans en Vugts moeten inmiddels meer dan honderden gesprekken gevoerd hebben met ouders van daders en slachtoffers, met de daders zelf, hun vrienden, buurtgenoten, buurtwerkers, reclasseringsambtenaren, wijkagenten, rechters.
Haast zonder uitzondering schetsen ze gebroken gezinnen, verwaarlozing, armoede, verstandelijke beperkingen, een zucht naar makkelijk geld, en gewetenloze drugsbazen die deze jongeren beschouwen als goedkoop wegwerpmateriaal, in te zetten voor een huurmoord of een bomaanslag.
Het is geen plezierige kost wat Laumans en Vugts wekelijks optekenen. En een makkelijke oplossing lijkt in de verste verte niet in zicht. Er is vooral radeloosheid, onmacht, overgoten met bakken aan multiproblematiek.
Maar het moet gelezen worden. Om te snappen wie deze jeugd is, wat hen drijft, en waar het met ze heen gaat. Met deze kennis, en 143 miljoen euro op zak, moeten er minstens een paar jonge levens gerend kunnen worden.
Source: Volkskrant