Het moment is daar. Woensdag debatteert de Tweede Kamer over het voorstel om ook in Nederland een burgerberaad over het klimaat te organiseren. Vorig jaar juli stuurden ministers Rob Jetten (Klimaat) en Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken) hierover een brief naar de Tweede Kamer. Zij stelden voor de hulp van inwoners in te roepen bij het ontwikkelen van effectieve, door de samenleving gedragen klimaatmaatregelen, zoals in veel landen om ons heen al met succes wordt gedaan.
Nu, bijna een jaar later, gaat de Kamer met beide ministers in debat over dit plan. Dat is op zich hoopvol. Politici beseffen dat ze de hulp van inwoners nodig hebben. Dat de aanpak van een veelkoppig monster als de klimaatcrisis niet alleen de politieke, economische en technische blik vereist van een aantal ambtenaren, politici en vakspecialisten, maar ook de levenservaring, kennis en creativiteit in de samenleving. Een aanpak bovendien die verschillen kan overbruggen in plaats de samenleving verder te verdelen.
Maar het huidige voorstel roept de vraag op of de politiek inwoners wel echt durft te vertrouwen. Op twee cruciale punten lijkt dat niet zo te zijn: de precieze vraag waarover het burgerberaad zich mag buigen, en de politieke opvolging van de aanbevelingen.
Over de auteurs
Eva Rovers is schrijver en oprichter van de onafhankelijke non-profit organisatie Bureau Burgerberaad. Marieke Eyskoot is duurzame-lifestyle-expert, spreker, presentator en auteur van o.a. Dit is een goede gids – voor een duurzame lifestyle.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Allereerst die vraag. De vraag die het kabinet voorstelt, is ‘Hoe kunnen we als Nederland eten en spullen gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het klimaat?’ In een toelichting is te lezen dat onder ‘Nederland’ zowel burgers, bedrijven als overheid wordt verstaan. Maar de nadruk ligt toch hoofdzakelijk op consumentenkeuzes, wat deelnemers aan het burgerberaad vooral laat nadenken over hoe we bereiken dat we allemaal wat vaker kleren naar de kleermaker brengen, spullen iets duurzamer gemaakt worden en we wat vaker de fiets of het ov nemen. Daar is niets mis mee, maar een zwaar instrument als een burgerberaad zet je toch vooral in om tot meer fundamentele uitkomsten te komen.
Als je inwoners vertrouwt, moet je hen de kans geven ook over de noodzakelijke systemische vragen mee te praten en mee te beslissen. Hoe komt het dat we in Nederland zo veel overconsumeren? Wat moet er in ons economisch systeem veranderen om in balans te komen met wat de planeet aankan? Hoe voorkomen we dat de Nederlandse uitstoot wordt verschoven naar het buitenland? Hoe zorgen we dat klimaatlasten eerlijk worden verdeeld en daarmee de groeiende (internationale) ongelijkheid wordt tegengegaan?
En dan de kwestie van de politieke consequenties van de aanbevelingen. Het voorstel is dat de Kamer zich verplicht de aanbevelingen te bespreken en het kabinet zich verplicht alleen met redenen een aanbeveling af te wijzen. Wat die redenen zijn, blijft onduidelijk. Bovendien is de timing uiterst ongelukkig: het burgerberaad zou volgens het kabinet in maart 2024 moeten beginnen, een half jaar duren en vervolgens heeft het kabinet een half jaar om te reageren. Dat is dus rond maart 2025, tijdens het verkiezingsgeweld van de Tweede Kamerverkiezingen.
Het gevaar is dat er een kostbaar burgerberaad wordt opgetuigd dat veel tijd vraagt van deelnemers, maar waarvan in potentie alle aanbevelingen in de wind kunnen worden geslagen. Een gevaar dat nog wordt vergroot met een nieuw kabinet dat geen opdracht heeft gegeven tot dit burgerberaad: zie wat er in 2006 gebeurde met het burgerforum Kiesstelsel. Tegen de tijd dat de aanbevelingen er lagen, was het kabinet gevallen en het nieuwe kabinet-Balkenende III legde alle aanbevelingen naast zich neer. Zonde van tijd, geld en goede ideeën.
Daarom is het van belang dat Kamer en kabinet het burgerberaad een wezenlijke vraag voorleggen, het burgerberaad eerder laten plaatsvinden dan voorgesteld, en vooraf duidelijk maken onder welke voorwaarden aanbevelingen wel of geen opvolging krijgen. Dat betekent niet dat de aanbevelingen bindend zijn (daar voorziet onze Grondwet ook niet in), maar wel dat schijnparticipatie – en daarmee nog minder vertrouwen in de politiek – wordt voorkomen.
In de landen waar al over de meeste heikele onderwerpen nationale burgerberaden worden georganiseerd, blijkt dat gelote inwoners via dialoog heel goed in staat zijn te komen tot haalbare aanbevelingen. Zie bijvoorbeeld de aanbevelingen van het recente Ierse burgerberaad over biodiversiteit. Anders dan het eindeloze getouwtrek in Nederland, kwam in Ierland een gelote dwarsdoorsnede van de samenleving (onder wie veel boeren) binnen enkele maanden tot aanbevelingen die én de natuur én boeren beschermen.
Laten we daar in Nederland van leren. Leden van de Tweede Kamer: ga voor een burgerberaad dat ook de fundamentele vragen beantwoordt, laat dat uiterlijk in januari beginnen en zorg ervoor dat er recht wordt gedaan aan de aanbevelingen. Zo versterken we de democratie en komen we tot effectief, breed gedragen en rechtvaardig klimaatbeleid.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden