In Tilburg plaatste de gemeente een bordje met uitleg bij een omstreden beeld van stadsheld en missionaris Peerke Donders. Die polderoplossing kiezen ook andere gemeenten. Is dat toereikend?
In het Tilburgse Wilhelminapark, aan het eind van een kronkelig zandpad, doemt tussen de loofbomen een bronzen beeld op van twee mannen. Voor de bezoekers van het park, die met een boek, muziek of halve liter bier op het gras liggen, valt het nauwelijks op. Het staat met zijn rug naar hen toe. Maar wie aan de straatkant kijkt, waar continu fietsers, scooters en auto’s voorbijrijden, kan de voorstelling in zijn volle glorie zien. En dan zie je direct wat dit beeld zo omstreden maakt.
Het eerste wat je ziet, is een statige figuur: een in brons gegoten missionaris, die in zijn rechterhand een kruis omhooghoudt. Zijn volledige naam is Petrus Donders, zoals op de achthoekige sokkel geschreven staat. In Tilburg wordt deze stadsheld meestal liefkozend Peerke genoemd. In één oogopslag zie je ook de tweede man, wiens naam niet op het bijschrift staat. Het is een zwarte man, gekleed in een lendendoek, die op zijn knieën zit. Peerkes linkerhand rust op zijn hoofd.
‘O god, Peerke’, reageert Femke Meesters (46) zodra haar naar het beeld wordt gevraagd. Ze loopt op haar verjaardag langs de vijver in het Wilhelminapark. Haar Markies Jip houdt haar gezelschap. ‘Er is de afgelopen jaren een heel gedoe geweest over of dit beeld moest verdwijnen’, zegt Meesters. ‘Uiteindelijk plaatste de gemeente er een bordje bij. Daarmee lijkt de kous af.’
Toch is het voornaamste probleem nog niet opgelost, wat haar betreft. ‘Ik vind dit nog steeds een verschrikkelijk beeld.’ De voorstelling past niet in een inclusieve maatschappij, vindt Meesters. ‘Zet er ieder willekeurig ander beeld van Peerke neer, maar niet dit.’ Ze denkt alleen niet dat de rest van de ‘goegemeente’ dat met haar eens is. ‘Ik weet zeker dat veel Tilburgers zeggen: ‘Hoezo is zo’n bordje überhaupt nodig?’ Laat staan dat ze snappen waarom anderen het beeld willen weghalen.’
Ziehier het dilemma waarover Tilburg en andere Nederlandse gemeenten zich al een klein decennium buigen: hoe om te gaan met beelden in de openbare ruimte, die vanwege hun link met het slavernijverleden omstreden zijn? Ofwel omdat ze ‘koloniale helden’ op een voetstuk plaatsen, zoals bij de beelden van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn en Rotterdam. Ofwel omdat ze koloniale machtsverhoudingen zichtbaar maken, zoals bij het beeld van Peerke.
De casus van Peerke Donders is volgens sommigen extra lastig, omdat hij een geliefd figuur is in het katholieke Tilburg waar hij werd geboren. Zijn levensverhaal vertelt zich als het toonbeeld van naastenliefde en barmhartigheid. Halverwege de 19de eeuw werd hij pastoor op een Surinaamse plantage waar melaatse slaafgemaakten naartoe werden verbannen. Peerke was een van de weinigen die met deze besmettelijke zieken wilde werken en hen ook verzorgde.
Voor zijn werk werd Peerke in 1982 zalig verklaard en wordt hij tot op de dag van vandaag geëerd, zowel in Brabant als in Suriname. Vooral in Tilburg is dat in het straatbeeld te zien: er is een Peerke Donders-paviljoen, een park, een restaurant, een kapel en er werden straten naar hem vernoemd.
En dan is er het beeld in het Wilhelminapark. ‘Vanuit de gemeenschap zijn er groepen die heel verschillend over het beeld denken’, zegt burgemeester Theo Weterings (VVD). Toen er een aantal jaar geleden een discussie over het beeld ontstond, wilde hij niet als ‘scheidsrechter’ tussen hen in staan. Weterings: ‘Wij wilden vooral de meerstemmige visies op dit beeld zichtbaar maken en uitnodigen tot gesprek.’
Daarom kreeg Peerkes beeld een jaar geleden gezelschap van een klein bordje, dat ervoor is geplaatst. Het moet het beeld van context voorzien. ‘Vandaag de dag zien we hierin een onmiskenbaar symbool van koloniale overheersing’, staat er bijvoorbeeld op.
Zo’n bordje is een veelgebruikte polderoplossing om discussies over beelden met een koloniale link te beslechten. Steden als Hoorn, Amsterdam, Deventer plaatsten ze de afgelopen jaren om tegemoet te komen aan de groep die zegt: ‘We moeten de geschiedenis niet wegpoetsen door de beelden weg te halen.’ En tegelijkertijd gehoor geven aan de roep om verandering van bewoners die de beelden niet meer van deze tijd of kwetsend vinden.
Toch bleek het bordje in Tilburg niet genoeg om de discussie af te sluiten. Sindsdien spanden de grootste critici van het beeld nog een rechtszaak aan tegen de gemeente. Ze eisten dat het beeld alsnog verplaatst werd naar een museum. Ze verloren de zaak, maar ze geven zich voorlopig niet gewonnen, zegt Tilburger Kenneth Cuvalay, die namens de politieke partij Ubuntu Connected Front een nieuwe rechtszaak voorbereidt.
‘Het beeld symboliseert de onderdrukking van zwarte mensen en zorgt voor een negatieve beeldvorming’, zegt Cuvalay. ‘Peerke ging de oceaan over met de missie om Afrikaanse en inheemse mensen te bekeren. Dat is alsof ik uw huis binnenkom en plots zeg dat uw regels niet meer gelden.’ Wat voor signaal geef je af – zowel aan witte als aan Afrikaanse kinderen – als je zo’n beeld in de openbare ruimte laat staan?, vraagt hij zich retorisch af. ‘Het draagt bij aan de doorwerking van het slavernijverleden. Een bordje lost dat niet op.’
Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de Peerke Donders Stichting, die niet blij is met de tekst op het bordje. ‘Ik snap wel dat het beeld een uitleg behoeft, omdat je al snel verkeerd kan interpreteren wat je ziet’, zegt voorzitter Hein van Oorschot. Hij vindt het alleen een gemiste kans dat het bordje niet beschrijft wat de kunstenaars wilden laten zien, toen het beeld bijna honderd jaar geleden werd geplaatst.
‘Peerkes hand op het hoofd van de melaatse man is een zegenende handoplegging’, zegt Van Oorschot. Dat is een traditioneel christelijk gebruik. ‘Als je dat weet, kan je nog steeds zeggen: ‘Ik vind het een autoritair, katholiek beeld’, maar dan kan je het tenminste in perspectief zien. Maar dat stukje van die handoplegging, dat beschrijft het bordje niet. En dat Peerke slavernij scherp afkeurde in een brief die hij schreef, staat er ook niet op.’
Het Tilburgse voorbeeld laat hiermee meteen zien in welke spagaat gemeenten zich bevinden als het om beelden in de openbare ruimte gaat. Een oplossing die iedereen tevreden stelt, bestaat niet. En ook het vinden van een tekst waarin iedereen zich kan vinden, is een opdracht die bij voorbaat onmogelijk lijkt.
Dat blijkt ook als je het in het Wilhelminapark vraagt aan diegenen die het beeld op een zonnige middag voorbij wandelen. ‘Ik vind het lastig’, zegt Astrid van den Berg (55), die in een zomerjurk langs het beeld schuifelt om haar geblesseerde rug te trainen. Ze werkt in een verzorgingstehuis waar veel ouderen wonen en weet: kom in Tilburg niet aan Peerke Donders. ‘Ik zie dit bordje daarom als een goede kortetermijnoplossing, maar ik hoop wel dat er voor de lange termijn over een andere oplossing wordt nagedacht.’
Het echtpaar Mulders uit Limburg is een totaal andere opvatting toegedaan. Ze komen net van het modernekunstmuseum De Pont, dat om de hoek van het park ligt, en wandelen langs het beeld op hun weg terug naar het station.
Meneer Mulders (74) vindt het bordje ‘onzin’ en ‘geschiedvervalsing’. Zijn eigen voorouders zijn in de 16de eeuw als hugenoten gevlucht uit Frankrijk. ‘Zou ik de Fransen dat nu nog kwalijk moeten nemen?’, vraagt hij zich af. Hij vindt niet dat slavernijgeschiedenis daarvan verschilt en snapt niet waarom het beeld in het Wilhelminapark door sommigen als aanstootgevend kan worden ervaren. Mevrouw Mulders (75) sluit zich daarbij aan. ‘Vrouwen worden ook achtergesteld, maar wij hoeven toch ook niet overal een bordje bij?’
De 29-jarige Eva, die een ommetje maakt op haar thuiswerkdag, vindt dat de gemeente zich er met het bordje gemakkelijk van af heeft gemaakt. ‘Ik loop hier vaak langs, maar het bordje viel me vorige week pas op. De tekst is mooi, maar het valt niet op. Het beeld staat ondertussen wel nog pontificaal in het straatbeeld. Vooral toen de gemeente laatst een slavernijmonument bij het station plaatste, dacht ik: ‘Hoe serieus neem je het slavernijverleden, als je dit beeld nog wel laat staan?’
Dat het plaatsen van een bordje tot discussie leidt, is geen verrassing voor Jennifer Tosch. Ze is oprichter van Black Heritage Tours, een organisatie waarmee ze zowel in Amsterdam als New York rondleidingen organiseert over de sporen van de koloniale geschiedenis van de steden.
Het zichtbaar maken van de koloniale geschiedenis kan bijna een traumatische ervaring zijn, zegt ze. ‘Vooral voor ouderen.’ Zo gaf ze ooit een rondleiding aan een vrouw, die halverwege begon te huilen. Wat bleek? ‘Ze was altijd heel trots geweest om Amsterdamse te zijn. Het voelde voor haar alsof dat opeens van haar werd weggenomen, door het horen van de slavernijgeschiedenis van haar stad. Daar moest ze echt van bijkomen, terwijl het voor mij als nazaat een heel andere reactie oproept. Ik haal er juist een gevoel van trots uit.’
Zo werkt dat ook met beelden en het plaatsen van bordjes, denkt Tosch. ‘Voor sommigen is het zien van dit soort beelden zo pijnlijk, dat weghalen de enige optie is’, zegt ze. ‘Anderen vinden het plaatsen van een bordje al een hele stap.’
Tosch denkt dat we het gesprek daarover moeten aangaan – over waarom het zulke verschillende reacties oproept – in plaats van te Source: Volkskrant