Voor het eerst heeft een rechter omwonenden in bescherming genomen tegen lelieteelt, waarbij veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. De bloemensector vreest voor precedentwerking, bewoners elders hopen erop. In het Drentse Boterveen zelf is de zaak een splijtzwam geworden.
‘Moeten we ons kleinkind van tweeënhalf straks binnen houden als er gespoten wordt?’ Dat was het eerste wat Evelien Okken dacht toen zij en haar man Peter Pont via via vernamen dat op de es tegenover hun woonboerderij in Boterveen dit seizoen lelies geteeld zouden worden, daar waar doorgaans maïs opkwam.
Het was geen lichtvaardig besluit om zich aan te sluiten bij het kort geding, dat door uiteindelijk negen omwonenden werd aangespannen tegen de Maatschap Joling. De teler uit Dwingeloo pacht de ongeveer 20 hectare waar zij de lucratieve bollen op verbouwen namelijk van melkveehouder en buurtgenoot Erik Hofman. De voorzitter van de buurtvereniging is ‘een super goede kerel’, zegt Pont, ‘een heel fijne vent’. In de geest van Drents noaberschap maakt hij in de winter de paden sneeuwvrij.
Juist de sociale samenhang in het buurtschap maakt het er zo prettig wonen, zegt Okken, die uit Assen komt. ‘Daar kende ik de buren soms niet eens, dit is een gemeenschap.’ De buitenlui die neerstreken in Boterveen mengen opvallend goed met de plaatselijke boeren, die veelal gevestigd zijn aan de Vorrelvenen, een weg verder van de es. Vier keer per jaar kwamen ze bijeen voor een borrel of een barbecue. ‘Maar dat zit er voorlopig niet meer in’, zegt Okken, ‘want de buurtvereniging is tijdelijk opgeheven.’ Pont: ‘Het is gewoon klote.’
Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in het noorden van Nederland en verslaat ontwikkelingen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe.
De rechtszaak zette de verhoudingen op scherp. Hofman vindt het onacceptabel dat de buren zich bemoeien met wat hij met zijn grond doet. ‘Boeren hechten aan hun autonomie’, weet Pont. ‘Maar dat mag niet ten koste gaan van onze gezondheid.’
De mineur over de verstoorde relaties overschaduwt het verstrekkende vonnis dat de voorzieningenrechter in Assen twee weken geleden uitsprak. Al jaren maken overal in het land omwonenden zich zorgen over intensieve gewasbescherming met pesticiden bij bollenteelt, waarbij de lelie eruit springt.
Voor het eerst worden zij juridisch gesteund. Uitkomst van het kort geding is namelijk dat teler Joling per direct moet stoppen met het bespuiten van zijn lelies in Boterveen. Volgens de kortgedingrechter kan de mogelijkheid niet worden uitgesloten dat de cocktail van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen ‘een onaanvaardbaar schadelijk effect kan hebben op mensen’. Er is ‘substantieel onderzoek voorhanden’ waaruit blijkt dat er ‘een verband is tussen bestrijdingsmiddelen en ernstige neurologische aandoeningen (zoals parkinson, alzheimer en ALS)’, aldus het vonnis.
De aard van de uitspraak is principieel. ‘Hoezeer de voorzieningenrechter ook overtuigd is van de goede wil van deze telers om zoveel mogelijk maatregelen te treffen om dat te voorkomen, gaat een potentieel groot risico voor de gezondheid van omwonenden in het kader van de belangenafweging, voor op de hogere winstgevendheid van de lelieteelt.’
‘Dit hadden we gehoopt, maar niet verwacht’, zegt Pont. ‘We hadden misschien wel genoegen genomen met een iets bredere bufferzone.’ Direct langs de weg is een strook maïs ingezaaid, de kamille die ertussen woekert verspreidt een zoete geur.
Je ruikt het niet, zegt Pont, de nevel van de wekelijkse behandeling van de exotische bollen. Maar wat doet het met de katten en kippen die over het erf scharrelen?
Pont laat voorlichtingsmateriaal zien van de GGD in Drenthe. Tijdens het bespuiten wordt geadviseerd ramen te sluiten en binnen te blijven, ‘ook huisdieren’. De was kan ook beter niet buiten aan de lijn hangen. Pont: ‘Ik gun het iedereen goed te verdienen. Maar die bollen gaan naar Azië, wij krijgen de troep.’
Zo hecht als de banden in Boterveen zijn, zo langgerekt zijn de handelsketens in de lelieteelt. Een label in het Drentse lelieveld is een kiezel in een spoor dat leidt naar de kop van Noord-Holland. Joling uit Dwingeloo pacht grond van boer Hofman, om lelies te telen voor het in Andijk gevestigde Lily Company bv.
‘Blooming business’ heet het in de slogan, een verwijzing naar de handelswaar en de opbrengst. Uit uittreksels van de Kamer van Koophandel blijkt het een miljoenenbedrijf te zijn. De lelie is na de tulp het belangrijkste exportproduct in een sector die jaarlijks 800 miljoen euro omzet. Het lelie-areaal groeit al jaren gestaag. Honderden miljoenen bollen gaan naar landen als China, Vietnam, de VS en Mexico.
Gemeenten als Midden-Drenthe en Westerveld (waar Boterveen en Dwingeloo in liggen) zijn uitgegroeid tot lelie-hotspots. Sinds een kwarteeuw laten op expansie gerichte ondernemers uit de traditionele bollenstreken in Noord- en Zuid-Holland hun oog vallen op de arme, meer uitgestrekte zandgronden in Brabant, Twente, Friesland en Drenthe. Als binnenlandse kolonies zijn ze erg geschikt voor bollenteelt.
De laatste jaren zie je ze plots overal in de provincie, merkt ook Evelien Okken. ‘Zelfs pal naast Natura 2000-gebied.’ De bollen worden gebruikt als rustgewas in wisselteelt. Bovenal is grond verhuren voor lelieteelt uiterst lucratief: vergeleken met gras of maïs levert het tot vijf keer zoveel op.
De transformatie voltrok zich ook binnen de Maatschap Joling, blijkt uit de op de website beschreven bedrijfsgeschiedenis. Henk Jolings ouders, Lambert en Annie Joling, begonnen in 1954 met het houden van koeien en broedeieren en de teelt van fabrieksaardappels en bieten. Later werden de kippen ingeruild voor varkens.
In de jaren tachtig begon zoon Henk met droogbloemen. Toen hij met Dieneke de maatschap in 1990 overnam, teelden ze 1 hectare lelies. Inmiddels zijn dat 100 hectare, waarvan 80 hectare contractteelt (in opdracht van bedrijven als Lily Company). De laatste aardappels haalden ze in 2000 van het land, in 2002 stopten ze met varkens. Hun zoons telen pioenrozen.
De laatste rozen verwelken op de es. Aan de overkant van de weg staan de strak geplante rijen Lotus Wonder. Anders dan de rozen zullen de lelies hier nooit tot bloei komen: ze worden getopt voor ze hun bloem tonen.
Ondanks herhaaldelijke verzoeken om meer toelichting te geven over hun afwegingen en over het effect van het vonnis houdt teler Joling het bij een kort statement. ‘Wij hebben kennis genomen van het vonnis en zullen dit respecteren. Wij zijn verbaasd over de uitkomst. Wij houden ons aan de regelgeving en zullen dit blijven doen’, laat Dieneke Joling weten.
Het vonnis geeft meer inkijk in de werkwijze van de teler. Zo’n 75 procent van de gewasbeschermingsmiddelen die ze gebruiken is biologisch. Er zijn bufferzones ingericht. En bij het bespuiten gebruiken ze een dure installatie die drift (het verwaaien van de nevel naar de omgeving) tot 99 procent vermindert.
De voorzieningenrechter erkent dat de Jolings meer doen dan wettelijk nodig is en ‘zich binnen hun bedrijfsvoering (zeer) inspannen om verantwoord om te gaan met deze middelen’. Maar dat geeft volgens de rechtbank geen garantie op het ontbreken van met name een uitgesteld schadelijk effect op de gezondheid van mensen.
Gerenommeerde instanties erkennen de risico’s. Zoals het RIVM in 2021. ‘De relatie tussen blootstelling aan chemische stoffen, inclusief gewasbeschermingsmiddelen, en neurodegeneratieve aandoeningen is plausibel.’ Uit buitenlands onderzoek komen aanwijzingen voor een verband tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de kans op gezondheidsschade, zoals de ziekte van Parkinson en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen, stelt de Gezondheidsraad. Eenduidig zijn de bevindingen niet. Toch adviseert de Gezondheidsraad voorzorg toe te passen, ‘door het streven naar vermindering van de afhankelijkheid van de landbouw van chemische gewasbeschermingsmiddelen te intensiveren’.
Toch is de verbazing van Joling en de stelling dat de teler zich aan de regels houdt te begrijpen.
Het staat ook op informatiebordjes langs het lelieperceel: ‘Die middelen die wij gebruiken zijn toegestaan.’ Welke middelen dat zijn, wordt bepaald door het het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). De bestrijdingsmiddelen die Joling gebruikt, zijn goedgekeurd.
Het Ctgb laat in een korte formele reactie weten ‘verrast’ te zijn door de uitspraak van de rechter. Die stelt in het vonnis dat het Ctgb zelf geen wetenschappelijk onderzoek doet. ‘Het Ctgb beoordeelt aanvragen voor gewasbeschermingsmiddelen zorgvuldig volgens het wettelijk (Europees) kader en weegt daarbij de wetenschappelijke informatie en onzekerheden over mogelijke effecten mee’, reageert de instantie. Nog niet alles in bekend, zeker niet over het effect van ‘cocktails’ van middelen. Maar: ‘De wetenschappelijke informatie die hierover op dit moment beschikbaar is geeft het Ctgb géén aanleiding om in te grijpen in bestaande toelatingen.’
Precies hierom is voorzitter Jaap Bond van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) verbolgen. ‘Joling houdt zich netjes aan alle regels, meer nog zelfs. En nu schuift de rechter het Ctgb domweg opzij. Deze uitspraak heeft verstrekkende gevolgen. Niet alleen voor Joling maar voor de h Source: Volkskrant