We zitten op een onhoudbaar pad als het gaat om uitputting van grondstoffen, aantasting van biodiversiteit en klimaatverandering, erkent Pieter Hasekamp. Minder produceren en consumeren is volgens de CPB-directeur niet de juiste oplossing. Die moet komen van innovatie.
Alleen drastisch bezuinigen op ons consumptiepatroon kan een klimaatcatastrofe voorkomen. Dat is de boodschap van schrijverscollectief Postgroei, een groep dertigers uit twaalf politieke partijen, van de SP en Partij voor de Dieren tot de VVD en SGP. Een van hen, de Amersfoortse econoom Paul Schenderling, zei vorig jaar tegen de Volkskrant dat het ‘nonsens’ is om te denken dat we als consumenten op de oude voet verder kunnen, alleen dan met windmolens, zonnepanelen en stekkerauto’s.
Pieter Hasekamp gelooft niet dat het minder moet. In de zesde EW Economie-lezing, georganiseerd door het gelijknamige opinieweekblad, besprak de baas van het Centraal Planbureau (CPB) maandag de zogeheten degrowth-beweging. ‘Volgens hen moet het huidige economische systeem, dat is gericht op de groei van consumptie en productie, plaatsmaken voor een wereld waarin de nadruk ligt op duurzaamheid, niet-materiële waarden en een eerlijke verdeling van welvaart.’
Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken.
Dat klinkt ‘lekker huiselijk en sympathiek’, aldus Hasekamp. ‘Maar het is een slecht idee, omdat het ingaat tegen de fundamentele behoefte van de mens om het eigen bestaan te verbeteren en zelf keuzes te maken. Van boven opgelegde krimp leidt al gauw tot een soort kaboutersocialisme, waarin een autoritaire overheid gaat voorschrijven welke auto je wel, en welke je niet mag rijden.’
De Kabouterbeweging was een anti-culturele beweging die eind jaren zestig protesteerde tegen het consumentisme en de aantasting van het milieu en streefde naar een eenvoudige levensstijl. Oprichter Roel van Duijn zag de kabouter als ‘symbool van het bondgenootschap van mens en natuur in hun strijd tegen de verwoestende technologie’.
Volgens Hasekamp moet de oplossing komen van de overstap naar nieuwe technologie. ‘Nederland kan als welvarende en innoverende economie helpen om daar het verschil te maken.’
Er zijn volgens hem al heldere doelstellingen op het vlak van klimaatbeleid. ‘Wat vooral nodig is, is een overheid die daarop consistent stuurt. Door een combinatie van regelgeving, van CO2-beprijzing en door het faciliteren van infrastructuur en innovatie.’
Niet alle bedrijven zullen de overgang naar die emissiearme economie kunnen maken, geeft Hasekamp aan. ‘En dat is ook niet erg. Ook dat zou de overheid moeten durven zeggen. Want dat sommige bedrijven het niet redden is van alle tijden. Die dynamiek is goed voor de economie, en de bron van onze welvaart.’
Hasekamp zei in zijn lezing veel chagrijn te zien in Nederland, ook al is dit een van de welvarendste landen ter wereld. ‘We lijken voortdurend nieuwe rampspoed te zien en in een permanente crisissfeer te verkeren. De coronacrisis is dan misschien voorbij, de energiecrisis voorlopig onder controle. Maar we spreken in ons land ook over een klimaatcrisis, een stikstofcrisis, een asielcrisis, een wooncrisis, en ga zo maar verder.’
Bij elke crisis ziet hij hetzelfde patroon, namelijk dat van een overheid die de verwachtingen niet kan waarmaken en van maatschappelijke weerstand tegen verandering. ‘Het gevolg is dat de overheid niet veel anders kan doen dan de ontstane schade generiek te compenseren.’ Anders gezegd: dan gaat veel geld naar mensen die het niet nodig hebben of niet verdienen.
Hasekamp voert al langer strijd tegen de compensatiemaatschappij. Ergens in de afgelopen jaren zijn we het vermogen om noodzakelijke keuzes te maken een beetje kwijtgeraakt, oordeelt hij. ‘We lijken problemen steeds vaker vooruit te schuiven en af te kopen, in plaats van ze op te lossen. Daarmee schuiven we een rekening naar de toekomst.’
De econoom kijkt nostalgisch terug naar de jaren tachtig, toen een periode aanbrak waarin ‘rust, reinheid en regelmaat’ het financieel-economisch beleid van Nederland typeerden. ‘We hebben een vooruit plannende overheid ingeruild voor een afkoopmaatschappij. Dat is geen vooruitgang.’
Wel benadrukt hij dat in sommige gevallen compensatie gerechtvaardigd is. Als de overheid in de fout is gegaan bijvoorbeeld, zoals bij de aardbevingen in Groningen en in de toeslagenaffaire. Of om economische schade te voorkomen, zoals bij de bankencrisis en de eerste fase van corona.
Toch is de compensatie op andere vlakken dus doorgeschoten, wat onder meer heeft geleid tot het ontstaan van ‘lobbycratie’. Hasekamp: ‘’Als de overheid vrij willekeurig geld uitdeelt, wordt het dringen om vooraan te staan. Dan zijn het niet per se de meest behoeftigen die als eerste geld krijgen. Zo bleken de coronasteunregelingen achteraf vooral in het voordeel van werkenden met een vast contract en gevestigde bedrijven. Flexwerkers, zelfstandigen en start-ups visten vaak achter het net.’
Source: Volkskrant