Wie gaat de opgestapte Dennis Wiersma opvolgen als minister van basis- en voortgezet onderwijs? Het moet een VVD’er zijn, en dan is het aanbod gering. Geen Stef Blok of Henk Kamp mag ik hopen. Alsjeblieft niet iemand uit de baantjescarrousel van onderwijsbestuurders en -adviseurs.
En Rutte-vertrouweling Sophie Hermans? Ik herinner me niet dat zij ooit iets zinnigs gedaan of gezegd heeft op het gebied van onderwijs. Haar vader Loek Hermans, de voorlaatste VVD-onderwijsminister (1998-2002), was een warm voorstander van marktwerking in het onderwijs, publiek ondernemerschap, volkomen vrijheid voor de schoolbesturen en een overheid op afstand. Wat vindt Hermans junior daarvan? Het zijn precies die doorgerotte zaken die Wiersma hard wilde aanpakken.
Hij is een atypische VVD’er die sympathie én weerstand opriep. Niet iemand van Ons Soort Mensen en eindeloos minzaam overleggen. In die zin doet hij me aan eenling en ‘risicofactor’ Pieter Omtzigt denken. Ook Wiersma benoemde onbevreesd wat er mis was: dat kinderen steeds minder leren, dat het beroep van leraar onaantrekkelijk was geworden. Dat bestuurders te veel vrijheid hadden, dat geld voor verbeteringen wegsijpelde, dat de Inspectie niet genoeg ingreep. Na een parade van mislukkelingen eind vorige, begin deze eeuw was Wiersma de eerste onderwijsminister die niet benauwd was voor ‘Haagse bemoeizucht’, noch voor de massieve macht van de onderwijsraden.
Een minister die zijn of haar driftbuien beter onder controle heeft dan Wiersma is wel te vinden, een met eenzelfde ambitie, gedrevenheid en dadendrang, dat wordt lastig. Zijn drieste plannen voor verbetering van de basisvaardigheden, en het inperken van de zeggenschap van bestuurders, werden hem niet door iedereen in dank afgenomen. Er zal geen georganiseerde actie zijn geweest om Wiersma ten val te brengen, maar het chagrijn over zijn beleid zwol in bestuurlijke kringen hoorbaar aan; die mensen zijn vast blij met zijn vertrek. Wiersma had vijanden gemaakt. Ik hoop dat de nieuwe minister dat ook durft.
Nee, om ‘door muren te breken’ en ‘heilige huisjes’ te slechten, zoals Wiersma in zijn afscheidsbrief schreef, hoef je geen driftkikker te zijn die mensen kwetst. Dat gedrag, dat Wiersma heeft toegegeven, is behalve onaangenaam en verwijtbaar ook ineffectief. Toch denk ik dat de ingezondenbriefschrijver die Wiersma ‘een klootzak die goede dingen doet’ noemt, ernaast zit. Wiersma’s woedeaanvallen lijken mij het betreurenswaardige bijproduct van zijn scherpe inzicht, gedrevenheid en ongeduld. Dat hij gefrustreerd raakte door stroperige tegenstand is verkeerd, maar voorstelbaar.
Velen, ook ik, kennen een andere kant van Wiersma: een vriendelijke minister die vaak scholen bezocht en luisterde naar leerlingen, leraren en schoolleiders. Die wél de problemen van leraren zag en hun kant koos, die aanspreekbaar was en open debatten in ging. Die minister zal ik zeer missen. Treurig blijft dat we de feiten, de inhoud van de anonieme klachten, niet precies kennen. De conclusie die Wiersma zelf trekt – ‘ik ben in een situatie beland waarin het niet meer uitmaakt wat er gebeurd is’, klopt.
Ik hoop eerlijk gezegd dat de nieuwe minister niet een doorgewinterd politicus is, geen aanstormend politiek talent, geen carrièremaker die aan de beurt is voor een ministerschap, maar iemand die het onderwijs kent, en dan bedoel ik niet het bestuur of de ambtenarij maar de praktijk van lesgeven en onderzoek. Een vakminister, zoals Robbert Dijkgraaf er een is. Iemand met een groot hart voor het onderwijs, die het klappen van de zweep kent, niet bang is voor tegenstand en altijd kiest voor de inhoud: voor de kwaliteit en de resultaten, voor leraren en leerlingen. Die man of vrouw bestaat, dat is zeker.
Source: Volkskrant