Natuurbeheerders zien toenemende overlast van loslopende honden op plekken waar dat niet is toegestaan. Stichting IJssellandschap zag geen andere mogelijkheid dan het afsluiten van een kwetsbaar gebied bij Deventer. ‘Dit is echt veranderd in de afgelopen decennia.’
Alie en Harry Dekker wisten ‘donders goed’ dat hun Daya op dit stuk langs de IJssel niet los mocht lopen. Waarom ze het dan toch altijd deden met hun Spaanse adoptiehond? ‘Moet je kijken wat een mooi gebied’, zegt Alie (68) terwijl ze schuldbewust om zich heen kijkt. Het vrije leven voor hun hond met getroebleerd verleden mocht ook wat kosten. ‘Kregen we weer een bekeuring van hem’, wijst ze lachend naar Henk-Jan Kolk, de toezichthouder in het gebied.
Net zoals de Dekkers, nemen ook veel anderen het niet zo nauw met de regels in het gebied Keizersrande bij Deventer. Zelfs zoveel dat eigenaar Stichting IJssellandschap een aanzienlijk deel nu heeft afgesloten met een hek. Een vrij uitzonderlijke stap, blijkt uit navraag bij andere terreinbeheerders.
Over de auteur
Pieter Hotse Smit is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland en verslaat ontwikkelingen in de provincies Overijssel en Gelderland. Eerder schreef hij over landbouw, natuur, voedsel en duurzaamheid.
Tijdens een wandeling door het Natura 2000-gebied langs de IJssel bij Deventer, legt directeur Judith Snepvangers van IJssellandschap in het bijzijn van haar toezichthouder Kolk uit waarom zij zich gedwongen voelde een deel van het gebied af te sluiten. ‘We kunnen borden ophangen over kwetsbare natuur wat we willen’, zegt ze. ‘Wat wij zien is dat steeds meer mensen zich niets aantrekken van wat daar wel en niet mag. Dit is echt veranderd in de afgelopen decennia.’
Harde cijfers ontbreken, maar ook LandschapNL – de koepel voor provinciale terreinbeheerders, waar IJssellandschap als particuliere landgoedorganisatie overigens geen lid van is – zegt toenemende overlast door loslopende honden te ervaren op plekken waar dit niet is toegestaan. Een directe link met het gestegen aantal honden in Nederland ligt voor de hand. Naar schatting van Dibevo, de brancheorganisatie voor dierenwinkels, nam het aantal in lockdowntijden toe tot 1,9 miljoen.
De rigoureuze oplossing om dan maar iedereen te weren van het ‘prachtige’ stuk langs de IJssel, kan van omwonenden aan de rand van Deventer en in Diepenveen op weinig sympathie rekenen, zegt bewoner Dirk Brand. Maar voordat ze over hun bezwaren uitweiden in de media, willen ze eerst in gesprek met IJssellandschap.
‘De goeden lijden onder de slechten’, erkent directeur Snepvangers onmiddellijk. ‘Wij zien het als onze opdracht mensen in verbinding te brengen met de natuur. Tegelijkertijd hebben wij ook natuurdoelen te halen.’
Mensen in overtreding aanspreken heeft voor IJssellandschap weinig effect, met 1 fte voor toezichthouding op de 4.500 hectare. Maar het is vooral vaak geen pretje, weet toezichthouder Kolk. Want met bepaalde types en hun loslopende honden erin, is die natuur zo vredig nog niet. Wat hij wel niet naar zijn hoofd geslingerd heeft gekregen? ‘Dat kan de krant niet in’. Tot doodsbedreigingen aan toe.
De pachter van de grond, boerin Emma Vlaanderen, die haar waterbuffels in het nu afgesloten gebied laat grazen, kan erover meepraten. Net als de voorzitter van de Vogelwerkgroep Tineke Hirschler, die er onderzoek deed. ‘Het is niet goed, maar ik spreek al geen mensen meer aan.’
In het broedseizoen, van half-maart tot half-juli, gaan op veel plekken in Nederland kwetsbare gebieden dicht. Zo ook de strook in kwestie langs de IJssel, die nu permanent tot rustgebied is verklaard. Want niet alleen nestelende soorten worden daar verstoord; onder meer de grutto’s, tureluurs en ganzen worden er ook buiten het broedseizoen verjaagd of doodgebeten. Op andere plekken zijn ook reeën, dassen en hazen geregeld de klos, zeggen natuurbeheerders. ‘En dan gaat het baasje er vaak ook nog achteraan, wat buiten de paden weer voor verdere verstoring zorgt’, zegt een woordvoerder van Landschap NL.
Gerard Bril (69) staat op het punt een stok voor herder Frida in de IJssel te smijten als hij zegt: ‘Er is altijd wel wat over honden te klagen. Weet je hoeveel haasjes gepakt worden door katten bij mij in het buitengebied van Diepenveen?’
Ook de Koninklijke Hondenbescherming vindt dat er ‘te gemakkelijk naar alleen de hond wordt gewezen’, omdat onder meer ook hardlopers en mountainbikers voor verstoring zorgen. Volgens de hondenbescherming is het probleem vooral dat er een tekort is aan veilige losloopgebieden in Nederland. De hondenbescherming vindt dat beheerders hierin ‘een zorgplicht’ hebben.
Van zo’n plicht wil Snepvangers van IJssellandschap niets weten; voor ruiters en mountainbikers geldt die immers ook niet. ‘Het is een gunst’, zegt ze. ‘Die verlenen wij graag. Het gaat de hele tijd over een gebied dat wij hebben afgesloten, maar ter compensatie is er aan de andere kant van het hek een hondenlosloopzone bij gekomen. Dat was er eerder niet.’ Het is hier waar, tot blijdschap van hun baasjes, Daya en Frida nu legaal loslopen en desgewenst de IJssel in kunnen.
Snepvangers beaamt dat niet-aangelijnde viervoeters niet het enige probleem zijn, al is het wel de dagelijkse kost. ‘Het gebied waar nu een hek omheen zit werd steeds meer overgenomen door recreanten’, zegt ze. Met alle drukte en zwerfvuil van dien. En tijdens nachtdiensten, Kolk kwam er niet zonder pepperspray, handboeien, gummiknuppel en vuurwapen. In het gebied dat toen al niet na zonsondergang betreden mocht worden, trof hij onder de sterren geregeld hangjongeren, drugsdealers en prostituees.
Zijn wapens hoefde hij ‘gelukkig’ nooit te trekken, maar de vaardigheden uit de cursus de-escaleren kwam hem ook bij deze types goed van pas. ‘Het ene oor in, het andere uit’, zegt Kolk over alle verwensingen. Dat mag zo zijn, maar toen IJssellandschap hem onlangs vroeg of hij niet fulltime in plaats van parttime wilde werken, was het antwoord toch echt: nee, bedankt. ‘Dat werd me te veel met alles wat je voor je kiezen krijgt.’
Source: Volkskrant