N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Burgerberaden Woensdag praat de Tweede Kamer over het kabinetsplan om een landelijk ‘burgerforum’ te houden over klimaatbeleid. In Brabant en Zeeland praten burgers al mee. Hebben ze invloed op het beleid?
Democratie kan gecompliceerd worden met procedures, praktische bezwaren en partijen die tussen kiezers en gekozene in staan. Maar het kan ook worden teruggebracht tot eenvoudige en fundamentele vragen: wat wilt ú, beste burgers? Voor of tegen? Petje op, petje af?
Wekenlang spraken inwoners van Helvoirt, in de Brabantse gemeente Vught, met elkaar over de vraag hóé hun dorpje duurzaam kan worden. In werkgroepjes kwamen ze tot ‘beslispunten’: voorstellen waarover alle deelnemers aan het burgerberaad deze zaterdagmiddag moeten stemmen – petje op als je het ermee eens bent, petje af als je ertegen bent. Wat het haalt, komt in het ‘burgerakkoord’.
Er is een plan om een van de hoofdstraten te vergroenen, teneinde de biodiversiteit te bevorderen. Een plan om het maaibeleid van de gemeente te veranderen, zodat het gras langer groeit en er meer dieren en planten kunnen leven. Een plan om de woningcorporatie te verplichten 60 procent van haar woningen vóór 2030 van het gas af te halen. Om inwoners te stimuleren ook zélf van het gas af te gaan. Om meer waterpoelen te maken, in het kader van de vernatting. Om een windmolen neer te zetten met een ‘dorpsbatterij’, waar iedereen van kan profiteren. Om zonnepanelen aan te leggen. Om de burgerparticipatie te verbeteren. Om honderd klimaatneutrale flexwoningen te bouwen.
De vraag die in Helvoirt werd beantwoord, kan straks ook voor héél Nederland worden gesteld. Woensdag debatteert de Tweede Kamer over het voornemen van het kabinet om een landelijk ‘burgerforum’ te organiseren over klimaatbeleid. Willekeurig ingelote burgers, een belangrijk verschil met andere vormen van burgerinspraak, gaan dan met elkaar in gesprek over de verduurzaming van Nederland.
Lokaal gebeurt dat al op steeds meer plekken: tien van de 35 burgerberaden die het afgelopen decennium werden georganiseerd, gingen over de vraag hoe een gemeente of provincie duurzamer kan worden. Het idee: door mensen met allerlei achtergronden en ideeën en belangen bij elkaar te zetten, overstijg je de polarisatie, en geef je burgers meer invloed op het klimaatbeleid. Lukt dat?
Tevreden loopt Marcel Kloprogge deze zaterdagmiddag door de gymzaal waar het Helvoirtse burgerberaad wordt gehouden. Hij is van de lokale energiecoöperatie die door de gemeente om advies was gevraagd over de warmtevisie: de plannen om de gemeente van het gas af te krijgen maar toch warm te houden. „Maar wij vonden dat we daar eigenlijk geen mandaat voor hadden”, vertelde hij al eerder. „Dus zeiden we: waarom organiseren we geen burgerberaad, zodat iedereen kan meepraten?” Alle 3.500 huishoudens van het dorp kregen een uitnodiging; 110 mensen meldden zich aan – Kloprogge doet zelf ook mee.
Deze zaterdag, anderhalve maand na het begin, zijn er nog zo’n vijftig over: mensen haakten af, sommige hadden andere plannen dan hun volledige zaterdag aan de democratie te besteden. Het is warm, en er is ook kermis in het dorp. Binnen is het koel, maar ongeveer de helft van de stoelen is gevuld. Op de tafels staan bordjes met de ‘spelregels’. „Vermijd discussie”, bijvoorbeeld, en: „Je hoeft het niet met elkaar eens te worden.”
Over die gesprekken is Kloprogge misschien wel het meest tevreden. „Ik zat in een discussie met een boer en, laat ik zeggen, een klimaatdrammer. Die werden het niet eens, maar ze kregen wel begrip voor elkaars standpunten: de boer blijkt toch de natuur niet te willen vernielen, de burger blijkt toch geen hekel te hebben aan boeren.” Daarvoor, zegt hij, is een burgerberaad een „tegenwerking”: polarisatie.
Het liep flink uit de hand toen we ’t over stikstof kregen
Peter den Hartog gepensioneerde ambtenaar over discussie met twee boeren
Burgerberaden, zegt ook Harm van Dijk, „trekken het grijze midden aan”: mensen die minder zwart of wit denken. Hij organiseert met Stichting G1000 door het hele land deze beraden, waaronder momenteel in Helvoirt en in de Zeeuws-Vlaamse gemeente Sluis. Veel mensen komen volgens hem naar zo’n burgerberaad met een idee van hoe het moet. Dan luisteren ze naar de perspectieven van anderen en aan het einde denken ze: dat is ook waar, zo had ik het nog niet bekeken. „Dat noemen we het wakker worden van burgerbewustzijn.”
Toch is de vraag: welke polarisatie gaan klimaatberaden precies tegen?
In Sluis zegt de gepensioneerde ambtenaar Peter den Hartog dat hij het de deelnemers niet heeft gevraagd, maar hij schat dat het aantal BBB-stemmers bij het burgerberaad op één hand is te tellen. Terwijl bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart nog een derde van de inwoners van Sluis op die partij stemde. Er hadden twee boeren in zijn werkgroep gezeten, die stopten al na de eerste bijeenkomst. „Het was volledig uit de hand gelopen toen we het over stikstof kregen”, zegt hij. De mensen die overbleven „worden warm van het woord ‘duurzaamheid’.”
Op een dinsdagavond begin juni gaat de discussie in Den Hartogs werkgroep ‘Aantrekkelijke leefomgeving’ dan ook amper over de inhoud. Daarover zijn ze het eigenlijk wel eens. Het gaat wel over de vorm waarin hun ‘beslispunten’ geformuleerd moeten worden. Eén deelnemer, een gepensioneerde vrouw die niet met haar naam in de krant wil, heeft negentien voorstellen geschreven, en tal van concepten, nota’s en onderzoeken.
„Daarvan zei ik toen al: dat zijn er wel wat veel”, zegt Den Hartog op een gegeven moment tegen de vrouw. Zij zit dan al even gespannen voor zich uit te kijken en zegt: „Ik vind je niet zo heel aardig.” Den Hartog: „We hebben het er bij mij thuis over gehad.” De vrouw: „Ik heb het sindsdien flink ingekort. Peter, dit is niet zo aardig van jou.” Ze wordt emotioneel. „Ik zit er de héle dag aan te werken.” Stefan Hogendoorn, een IT-directeur die recent naar de gemeente verhuisde en een bunker ombouwt tot klimaatneutraal huis, probeert niet voor het laatst die avond consensus te zoeken: „We waarderen je effort enorm. Zonder jou zaten we hier niet. We willen je werk juist to the point krijgen in een beslispunt.”
De groep valt stil. In tranen verlaat de vrouw de zaal. Na ruim een kwartier en een interventie van Den Hartog keert ze terug. Vrij snel formuleert de groep daarna zes beslispunten, die grotendeels voortkomen uit het plan van de vrouw.
„Ze is er dag en nacht mee bezig”, blikt Den Hartog later terug. „Ze maakt zich ontzettend druk, dat is ook niet zo vreemd, het gáát ergens over. Ze zoekt veel voor ons uit, dat maakt het sterker. Bovendien: inhoudelijk ben ik haar grootste medestander.”
Aan de telefoon bevestigt Christine Bleijenberg, die aan de Haagse Hogeschool onderzoek doet naar burgerparticipatie, het vermoeden. Nee, zegt ze: van een ‘participatie-elite’ is, zoals soms wel wordt gedacht, geen sprake: veel deelnemers aan burgerberaden deden niet eerder mee aan burgerparticipatie.
Maar in burgerberaden over duurzaamheid praten wél vooral mensen mee die aan één kant van het debat staan. Een deel daarvan kan je ‘groene voorlopers’ noemen: ze hebben vaker dan gemiddeld zonnepanelen, een warmtepomp, een elektrische auto, of dat allemaal – en ze vinden dat ook volstrekt vanzelfsprekend. Een ander deel kijkt het nog aan, maar is niet onwelwillend. Aan twee Haagse burgerberaden over verduurzaming van twee wijken deed zelfs geen enkele burger mee die bedenkingen had bij de noodzaak daarvan, constateerde ze in een onderzoek, terwijl landelijk ongeveer één op de twintig burgers ‘klimaatsceptisch’ is. Bijna alle deelnemers waren bovendien hoogopgeleid, mbo’ers spraken helemaal niet mee.
Dat gebrek aan representativiteit hoeft niet erg te zijn, zegt Bleijenberg. „Maar je kunt het dan niet presenteren als advies van dé samenleving, met een breed draagvlak..”
Het is misschien ook een reden waarom deelnemers zélf vaak enthousiast zijn over het burgerberaad. In evaluaties constateren onderzoekers tevredenheid over „het proces”. En in Helvoirt en Sluis prijzen mensen de nuance en inhoud van de gesprekken – en de gezelligheid: je leert nog eens wat mensen kennen.
Ze hebben één maar: of een burgerberaad ook echt geslaagd is, hangt voor deelnemers af van de daadwerkelijke invloed die ze hebben op het beleid.
In de krappe hal van het gemeentehuis van Oostburg, het bestuurlijk hart van Sluis, vertelt Willem Oranje („Ja, echt”) dat hij „criticaster” is van de gemeente, „op alle vlakken eigenlijk”. Hij stuurt brieven naar de gemeente, soms krijgt hij antwoord. Hij hoeft zijn zin niet te krijgen, zegt hij, maar hij vindt wel dat zijn stem gehoord moet worden als hij gelijk heeft. Daarom is hij hier. Oranje zit in de bijstand en zet zich in tegen overconsumptie en vóór het hergebruik van producten. Hij hoopt dat de gemeente te overtuigen is. „Ervan uitgaande dat ze de uitkomsten positief oppakken, vergroot dat mijn vertrouwen in de overheid.”
De gemeente heeft beloofd het ‘burgerakkoord’ dat begin juli wordt gesloten ‘serieus te bekijken’ en de voorstellen ‘in principe’ over te nemen. Maar het kán dat politieke, juridische, financiële en ambtelijke bezwaren toch zwaarder wegen, dan zal de gemeente dat goed uitleggen. Dit „commitment vooraf Source: NRC