Home

Opinie: Rem vervuiling door bedrijven af met strakke regels en zet desnoods het strafrecht in

Afgelopen week bleek uit onderzoek van tv-programma Zembla dat teflonproducent Chemours in Dordrecht (voorheen Dupont) al decennia op de hoogte was van de ernstige risico’s van pfas voor werknemers, omwonenden en het milieu. De interne kennis van het bedrijf liep ver voor op de kennis in de wetenschap en die van overheidsinstanties. Het bedrijf nam echter geen voorzorgsmaatregelen.

Sterker nog, naar buiten toe werd gecommuniceerd dat pfas veilig was of dat de risico’s zouden meevallen. Ondertussen werd (en wordt) de leefomgeving vervuild, soms zelfs zonder daarmee de vergunning te schenden. Fundamentele belangen van burgers en werknemers (het recht op leven en een gezonde leefomgeving) werden daarbij genegeerd.

Over de auteurs

Elbert de Jong is hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht. Michael Faure is hoogleraar Rechtsvergelijkend en Internationaal Milieurecht aan Maastricht University.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.


Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Hoe schokkend de Zembla-uitzending ook was, ons verbaasde het niet. De casus is een voorbeeld van bedrijven die ondanks duidelijke signalen, economische belangen boven veiligheidsbelangen plaatsen.

Dat bedrijven duidelijke signalen over risico’s niet omzetten in handelen is geen nieuw fenomeen. Ook is het een voorbeeld van overheidsfalen bij de bescherming van de leefomgeving. De overheid loopt achter de feiten aan, de vergunningsvoorwaarden blijken niet toereikend en handhaving vindt niet of onvoldoende plaats.

Soortgelijke problemen spelen in relatie tot Tata Steel, de gaswinningsproblematiek en de klimaatproblematiek. Met name in die laatste context wordt duidelijk dat (sommige) olie- en gasbedrijven al geruime tijd kennis hebben van de gevaren van hun producten, maar zich inspannen om de klimaatwetenschappen publiekelijk in twijfel te trekken.

Chemours is weliswaar een extreem voorbeeld, maar staat dus niet op zich zelf. Dat blijkt ook uit een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid van april over industrie en omwonenden. Daarin wordt niet alleen Chemours, maar ook Tata Steel en de asfaltproductie in Nijmegen aangehaald als gevallen waar – veelal met vergunning van de overheid – ernstige milieuschade plaatsvindt met een weerslag op de gezondheid van omwonenden.

Toch ligt het gevaar op de loer de casus-Chemours te benaderen als incident en er geen bredere lessen uit te trekken. Wat ons betreft zijn er drie aanbevelingen die (mogelijk) leiden tot structurele verbetering. Aanbeveling één ligt voor de hand en is niet wereldschokkend: versterk de normering en handhaving door de overheid. waarborg de onafhankelijkheid van de toezichthoudende instanties (bij voorbeeld de provincie) en plaats ze op afstand van het bedrijf; zorg voor een kennisontwikkeling bij die instanties zodat zij zelf ook in staat zijn milieu- en gezondheidsrisico’s op een onafhankelijke wijze in te schatten; verplicht het bedrijf periodiek informatie te delen en zorg ervoor dat de normen tijdig worden aangepast aan de laatste stand van de wetenschap en techniek.

Met name deze laatste twee punten zijn belangrijk. Als de beschikbare informatie niet klopt, kan het ertoe leiden dat de vergunde activiteit tot veel meer schade leidt dan bij afgifte van de vergunning onterecht niet was voorzien. Het is daarnaast een open deur dat de handhaving van die normen op orde moet zijn. Regelmatige, scherpe controles en bij inbreuken onmiddellijk ingrijpen, zonder gedogen, is daarbij de boodschap.

Toch moeten we niet enkel onze kaarten zetten op versterking van het bestuur. Vandaar aanbeveling twee en drie. Aanbeveling twee: leg wettelijk vast dat bedrijven een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de bescherming van de leefomgeving. Leg vast dat bedrijven zich aan het preventie- en het voorzorgsbeginsel moeten houden. Ze moeten pro-actief handelen en voorzorgsmaatregelen treffen.

Deze verantwoordelijkheid hebben zij ongeacht de normstelling (normering) en handhaving daarvan door het bestuur. De verantwoordelijkheid kan dan ook verder strekken dan wat onder, bijvoorbeeld, een vergunning van een bedrijf wordt geëist. Aanknopingspunten voor zo’n verplichting liggen al in het recht besloten.

Aanbeveling drie: geef deze verplichting tanden en zet in op het aansprakelijkheidsrecht én in sommige ernstige gevallen zelfs het strafrecht om de verplichting te handhaven. Die rechtsgebieden zijn niet alleen belangrijk voor vergoeding en vergelding, maar ook voor preventie. Ook wanneer het bedrijf conform de vergunning handelt. Daardoor krijgt het bedrijf prikkels tot innovatie en investering in onderzoek en voorzorgsmaatregelen.

Met het inschakelen van deze mechanismen betreden bovendien nieuwe actoren het speelveld. Burgers, belangenorganisaties en het Openbaar Ministerie kunnen opkomen voor fundamentele belangen en daarmee een aanvulling zijn op bestuurlijke normstelling en handhaving. Zo ontstaat er een ‘smart mix’ van mechanismen die (hopelijk) bijdraagt aan een betere bescherming van de leefomgeving. Die smart mix is broodnodig.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next