De laatste keer was drieënhalf jaar geleden, na verkeerde rendang in Indonesië. Dat was de ergste ooit. Aan die nacht moest ik denken toen onze oudste dochter vorige week laat in de avond wakker werd, klaagde over buikpijn en na even kort gehuild te hebben de badkuip vol kotste (ja, dit wordt wel zo’n stukje, dus als je een gevoelige maag hebt is dit een goed moment om af te haken).
‘Papa, ik ben bang’, zei ze. Ik hield haar haren uit haar gezicht en zei dat ze het hartstikke goed deed. Ik weet het aan de spanning voor het schoolreisje de volgende dag, waar ze het al weken over had. En misschien had de enorme bak vanille-ijs die ze als toe had gehad ook nog een rol gespeeld. Geen moment kwam het in me op dat er een buikvirus rondging, ook niet toen mijn vrouw tegen mij zei dat er een buikvirus rondging. Mij krijgen ze toch niet, dacht ik.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Mij krijgen ze dan toch wel, dacht ik, toen ik vannacht wakker werd met darmen die aanvoelden alsof iemand er een knoop in had gelegd. Zweet druppelde over mijn voorhoofd. ‘Ik voel me beroerd’, zei ik tegen mijn vrouw. ‘O neeeee’, zei ze, waarbij de ‘neeeee’ een beetje speels klonk, alsof een Jenga-toren omviel – en niet alsof mijn hele maag inhoud naar zometeen naar buiten zou komen, and then some. Maar er kwam niets. De misselijkheid trok weg en mijn hoofd koelde weer af. Een wonder. Ondertussen had mijn jongste dochter haar kans schoon gezien om snel aan mijn kant van het bed te gaan liggen, dus ik kroop maar in haar bed. Voor de zekerheid nam ik een emmer mee.
Minuten later was de misselijkheid terug, met wraak. Hoe ging dit ook alweer, dacht ik terwijl ik me over de emmer boog. In principe doet je lijf gewoon wat het moet doen, maar je kunt het wel een handje helpen. Door te ontspannen. Of door keihard te schreeuwen. ‘Aaaarghhh’, brulde ik en vanuit de emmer klonk gespetter en geklater en de holle, weerzinwekkende echo van mijn eigen schreeuw. Mijn oudste dochter werd wakker en begon van schrik te huilen. ‘Sorry liefje, het is oké’, pruttelde ik. Maar het was natuurlijk niet oké. En nog drie keer daarna was het weer niet oké, hoewel de schreeuwtactiek uitstekend bleef werken. Een gamechanger, want nu kun je ook tijdens het kotsen in je kracht blijven staan.
Die nacht sliep ik niet. En het liefst had ik de dag erna geen letter op papier gezet en in een verduisterde kamer vol zelfmedelijden natuurfilms gekeken, maar niemand kon me vervangen. Dus dan krijg je dit.
Source: Volkskrant