‘Zing van de man van de duizend listen, Muze, die zoveel / rondzwierf, nadat hij de heilige stad van Troje verwoest had’. Veel lezers zullen de opening van Homerus’ Odyssee herkennen. Maar ook voor sommige luisteraars klinken de verzen vertrouwd. In 1994 werd de hele Odyssee in de vertaling van Imme Dros op de radio voorgelezen door Ton Lutz. Zijn dwingende, bedwelmende stem en de subtiele geluidseffecten maakten het tot een geweldige luisterervaring. Wekenlang zaten liefhebbers er elke avond om 11 uur voor aan de radio gekluisterd. Na een eerste versie van de voordracht op cassettebandjes, verscheen enkele jaren later een uitgave op vijftien cd’s.
Homerus’ grote gedicht was bijzonder geschikt om als luisterboek uit te brengen. Een spannend verhaal met een held die monsters bestrijdt en reisavonturen beleeft, een werk van flinke omvang ook. En niet te vergeten: een werk dat ooit was begonnen als een mondeling verteld verhaal. De Homerische epen (Ilias en Odysseia) zijn het op schrift gezette resultaat van eeuwenlange mondelinge voordracht. De verhalen over de wraak van Achilles en de thuisreis van Odysseus werden van generatie op generatie mondeling vertolkt door rapsoden, rondtrekkende zangers. Pas in de klassieke periode werden ze op schrift gezet.
Iets vergelijkbaars geldt voor het Griekse drama. Dat was een genre dat zelfs in de klassieke tijd geheel bestond bij de gratie van ‘performance’: geen Griek ging ooit thuis in zijn of haar eentje een tragedie van Sophocles of een komedie van Aristophanes lezen. Nee, daarvoor ging je naar het theater, waar de teksten live werden gespeeld.
Over de auteur
Vincent Hunink is boekenrecensent voor de Volkskrant. Hij is classicus en vertaler.
Natuurlijk werden er versies van tragedies en komedies na afloop in geschreven vorm vastgelegd: daar danken we de teksten aan die zijn overgeleverd. Maar dat was toch eerder als archief voor later en voor speciale studiedoeleinden. Ook het belangrijke genre van de antieke retorica was in essentie een mondelinge aangelegenheid. Er zijn gelukkig teksten van grote speeches vastgelegd, maar de primaire toepassing ervan was een liveoptreden voor de rechtbank of in een politiek orgaan. En ook de uitgeschreven teksten werden altijd weer hardop gelezen.
Ook prozagenres als geschiedschrijving waren in de oudheid niet primair bedoeld voor stille lectuur. De grote Herodotus trok in Griekenland rond met openbare voorlezingen uit zijn Historiën, het werk van Julius Caesar werd in Rome waarschijnlijk openbaar op het Forum Romanum voor een groot publiek gereciteerd. Het moeilijk toegankelijke geschiedwerk van Tacitus (rond het jaar 100) werd, zij het in kleinere kringen, gewoon voorgelezen. Van zijn periode, de Romeinse keizertijd, is bekend dat dit voor alle genres gold: er heerste een literaire cultuur van recitationes, ‘voorlezingen’, waarbij een auteur uit eigen werk voorlas voor een kring van vrienden en bekenden en soms om kritiek vroeg, maar bij voorkeur bewondering en applaus oogstte.
Zelfs wie teksten verzamelde voor eigen gebruik, voor een privébibliotheek, ging geen boeken lezen in stilte. Wie zich dure boekrollen van papyrus of, later, dure boekbanden van perkament kon veroorloven, was onvermijdelijk vermogend. Literatuur in de oudheid was een zaak van de rijken. En die rijke boekbezitters hielden er voorlezers op na, wier taak het was om hun meesters en meesteressen voor te lezen. Dat kon trouwens niet zomaar iedereen: vaak ontbrak in de teksten alle interpunctie of waren de woorden zonder spaties aan elkaar geschreven. Het vergde aparte scholing en kunde om daaruit een begrijpelijk geheel te maken. Boeken lezen was een vak.
Pas in de tijd van Augustinus, rond het jaar 400, verschenen de eerste tekens van een leescultuur die lijkt op de onze. Lezen ‘in een hoekje met een boekje’, intiem en privé genietend van iets moois, met rode oortjes vanwege iets spannends of in diepe concentratie vanwege inhoudelijke diepgang. Dat laatste wordt door Augustinus verteld over de kerkvader Ambrosius in Milaan: als hij Ambrosius bezocht trof hij hem vaak in stilte lezend aan, kennelijk iets heel bijzonders.
‘Overigens, als hij las, gingen zijn ogen over de bladzijden en speurde zijn hart naar de betekenis, maar zijn stem en zijn tong bleven stil. Als ik bij hem was – want iedereen mocht binnenlopen en het was geen gewoonte om bezoekers bij hem aan te melden – heb ik hem dikwijls zo stil zien lezen en nooit anders.’ (Belijdenissen 6.3, vertaling Wim Sleddens)
Ambrosius was de uitzondering. Hardop lezen was in de hele oudheid de norm. Dat is een goed argument om klassieke teksten steeds te laten horen. In schoolklassen en collegezalen gebeurt dat, maar ook daarbuiten doe je eigenlijk pas recht aan een Grieks of Latijns meesterwerk door het te laten klinken. Brieven van Seneca winnen aan kracht door een goede voordracht. Dialogen van Plato, pakkende verhalen van Petronius, leerdichten van Hesiodus en Lucretius: ze krijgen grotere diepgang wanneer ze goed worden voorgelezen.
De hele Griekse en Latijnse literatuur leent zich dus bovengemiddeld goed voor voorlezing. In onze tijd betekent dat: we willen die teksten als luisterboeken. Prima voor een lange autorit of een donkere, eenzaam doorwaakte nacht. Het zijn vooral de lange, grote werken die geschikt lijken voor dit doel. Wie leest op papier de hele Metamorfosen van Ovidius? Wie komt van kaft tot kaft door Livius heen? Maar als het wordt voorgelezen laat je het allemaal lekker langskomen. Stel je een lange strandwandeling voor waarbij je luistert naar Apuleius’ fascinerende roman Gouden ezel. Of ga lekker met de hond het bos in, gewapend met een paar sappige keizerbiografieën van Suetonius.
Er is helaas een probleem. Die luisterboeken van beroemde klassieke werken bestaan niet. Althans niet in het Nederlands. In het buitenland is de situatie iets beter, zij het niet veel. Op de bekende platforms voor luisterboeken, zoals het internationale Audible (een dochter van Amazon) is wat aan vertaalde klassieke literatuur te koop. Maar ja, Vergilius beluisteren in het Engels? Plato in het Duits? Dat klinkt niet erg aantrekkelijk. Voor echte fanatici bestaan er eventueel wat opnamen in de oorspronkelijke talen Grieks en Latijn (vooral via Librivox.org), maar zelfs professionele classici zal het de grootste moeite kosten om op die manier een tekst te volgen. Bovendien betreft het dan vooral onhandige opnamen van sprekers met merkwaardige stemmen en accenten.
Gewone, goed gemaakte luisterboeken van klassieken in het Nederlands: ze ontbreken vrijwel totaal. Er zijn een paar gunstige uitzonderingen zoals de Ilias van Homerus, in 2020 ingesproken door vertaler Patrick Lateur. Een andere Ilias-vertaling, van Imme Dros, werd in datzelfde jaar ingesproken door Harrie Geelen. Tweemaal de Ilias, daar is dan wat te kiezen. Voor Homerus zitten we min of meer goed. Er is intussen ook een ‘luisterbijbel’, waarin het hele Nieuwe Testament is opgenomen. En na lang zoeken vond ik een luisterboek van Marcus Aurelius’ Overpeinzingen bij uitgeverij AnkhHermes.
Welke vertaalde klassieken moeten het eerst verluisterboekt worden? Hieronder Vincents verlanglijst:
1. Alle dialogen van Plato - indringende gesprekken over Griekse filosofie
2. Herodotus, Historiën - antieke geschiedenis in mooie verhalen
3. Plutarchus, Parallelle levens - de beste biografieën uit de oudheid
4. Ovidius, Metamorfosen - mythologie op zijn allerleukst
5. Livius, Sinds de stichting van de stad - het grote verhaal over groei en bloei van Rome
6. Augustinus, De stad van God - het alomvattende boek uit het oude christendom
Maar verder? Alleen kruimelwerk, zoals een luister-cd met fragmenten uit verschillende vertalingen van Piet Schrijvers (2009), of een cd met een paar vertaalde preken van Augustinus (2008). Heel welkom, maar dat zijn geen volwaardige luisterboeken van integrale werken. De grote klassieke namen ontbreken verder totaal, om van de kleinere te zwijgen.
Al met al is het een schrale oogst. En onberispelijk zijn de bestaande opnamen helaas niet. Zo hoor je bij Patrick Lateur op de achtergrond geregeld Amsterdamse tramgeluiden, wat de illusie telkens wreed doorbreekt. En Marcus Aurelius krijgen we jammer genoeg niet te horen in de beste en bekendste Nederlandse vertaling, die van Simone Mooij. Ton Lutz’ sprankelende weergave van de Odyssee uit de vorige eeuw staat nog steeds op eenzame hoogte.
Misschien ligt juist hier een kans voor de bestaande platforms voor Nederlandse luisterboeken. Werk aan de winkel voor Storytel en Luisterrijk! En misschien nog het meest voor Fluister, het platform dat in 2022 werd gelanceerd door enkele samenwerkende Nederlands-Vlaamse uitgevers, waaronder grote spelers als Libris, Singel, WPG en DPG media (het moederconcern van onder meer de Volkskrant).
Nieuwe en populaire boeken komen er wel op eigen kracht. Juist het oude werk verdient een nieuwe vorm voor de 21ste eeuw. Laten we dromen van een reeks luisterboeken met ‘Klassieke Meesterwerken’ in de beste vertalingen, voorgelezen in professionele studio’s door de overtuigendste Nederlandstalige acteurs. En het hoeft niet alleen Grieks en Latijn te zijn, al is het mooi wanneer het met de oude klassieken begint. Dante, Goethe, Shakespeare, alle klassiekers mogen meedoen. Het is tijd voor een Fluister klassiek. En het mag wel wat minder stilletjes en bescheiden. Trompetgeschal! Laat het klinken Source: Volkskrant