Home

‘Jezelf kwetsbaar opstellen vergt veel meer moed dan jezelf afsluiten van de wereld’

Het contrast kan niet groter. De Londense zangeres Arlo Parks bracht in 2021 Collapsed in Sunbeams uit, haar debuutalbum met tedere popliedjes vol verhalen over emotionele pijn en psychisch leed. Ze nam het in haar eigenste eentje op, op haar kamertje, tijdens corona. Voor haar tweede kindje My Soft Machine verhuisde ze naar Los Angeles; haar liefde, de blauwharige Amerikaanse rapper Ashnikko, achterna. ‘Ik heb me daar laten beïnvloeden door de creatieve gemeenschap en heb veel gereisd door de bergen en in de woestijn.’

En ondanks al dat avontuur buitenshuis klinkt My Soft Machine nog persoonlijke en intiemer dan Collapsed in Sunbeams.

Pablo Cabenda schrijft sinds 2002 voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.

Parks: ‘Hoe paradoxaal het ook klinkt, die grotere intimiteit die je hoort kwam voort uit een natuurlijke reactie op al die belevenissen. Als ik zo veel nieuwe indrukken te verwerken krijg, vertelt mijn instinct me naar binnen te keren, naar mijn safe space.’

Van daaruit schreef de 22-jarige Parks, echte naam Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho, twaalf liedjes waarin empathie voor haar eigen imperfecties en die van de anderen centraal staan. Ze zingt in het nummer Impurities:When you embrace all my impurities, and I feel clean again.’

Dit mededogen voor haar eigen en andermans emotionele blauwe plekken maakte van haar dé ideale artiest voor Gen Z, de generatie die al op jonge leeftijd publiekelijk worstelt met psychisch leed. Met de ep Super Sad Generation, nog voor haar debuutalbum, werd ze prompt de stem van die generatie. En daar kwam toen nog dat bejubelde debuutalbum achteraan, dat de derde plek veroverde in de Britse hitlijsten en een prestigieuze Mercury Prize kreeg voor beste album van het jaar.

In een Brussels hotel vertelt Parks dat ze zingt over haar problemen en die van haar vrienden, omdat die zich soms beter laten vatten in een song dan in een gesprek.

‘Het is alsof je de pijn en het gevoel van verlorenheid dan op een goede manier gebruikt. Ik voel me haast beschermd door het feit dat ik er iets moois van maak, in plaats van dat ik een harde, concrete een-op-eenconversatie voer.’

In het nummer Purple Phase, bijvoorbeeld, lijkt het alsof Parks een vriendin, die klaarblijkelijk een zelfmoordpoging heeft gedaan, erbovenop probeert te helpen en wil overhalen naar een kliniek te gaan. ‘Tried to flush her pills and get support/ There’s a centre in upstate New York/ Smoke blue lakes and talk’.

Tegelijk worden die woorden van ellende opgevangen op een zacht bedje van dromerig galmende gitaren. Parks zegt dat die kalmte, die je ook hoort in haar warme, meisjesachtige stem, bedoeld is om de luisteraar naar binnen te trekken.

‘Ik wil altijd het gevoel houden dat ik rechtstreeks voor de persoon zing over wie het liedje gaat. Bijna alsof ik een intiem gesprek met diegene voer, op de rand van het bed. Ik krijg datzelfde gevoel van al mijn favoriete artiesten: Nick Drake, Adrianne Lenker, Phoebe Bridgers.’

Haar zachte manier van uitdrukken komt voort uit empathie. Als zwarte queer vrouw is Parks zelf emotioneel gebutst door misbruik en racisme. Ze zingt dan ook openhartig over haar eigen gevoelsleven. Ja, daarbij stel je je inderdaad heel kwetsbaar op, maar nee, zegt ze, dat is niet beangstigend. Parks: ‘Want ik zie bij liveoptredens dat fans die kwetsbaarheid herkennen en warmte teruggeven.’

Trouwens, kwetsbaarheid is iets anders dan breekbaarheid, zegt ze: ‘vulnerability’ versus ‘fragility’. ‘Ik associeer die termen respectievelijk met zachtheid en zwakte. Jezelf kwetsbaar opstellen vergt veel meer moed dan jezelf afsluiten van de wereld en op je hoede zijn. Het vergt kracht om iemand voor honderd procent toe te laten.’

Een balans van afstoten en toelaten loopt als een rode draad door het album My Soft Machine. Een constant heen en weer bewegen tussen zelfbescherming en behoefte aan verbinding, met de nummers I’m Sorry en Ghost als uiteinden van dat spectrum. In I’m Sorry zingt Parks: ‘I’m sorry. It’s easier to be numb. I’m sorry. It’s really just hard to trust anyone.’ Dat wordt gecounterd door ‘Want to tell you the truth. Melt right into you’ in Ghost.

Parks: ‘Het album is voor mij een reis – van het nummer Bruiseless (met de strofe ‘Ik wou dat ik geen blauwe plekken had’) tot Ghost.

‘Het verlangen om intiem te zijn met iemand werd bij mij altijd gevolgd door het besef dat nabijheid ook kwetsbaarheid inhoudt – waarna ik me terugtrok. Maar ik ben nu in staat om een band aan te gaan met anderen en met een ander samen te smelten. Daarom is Ghost het laatste nummer van het album geworden.’

Ervaart ze haar songwriterschap als therapeutisch? Ja, dat mag je best zo zeggen. Het helpt haar. Maar haar muziek helpt bijvoorbeeld ook de fan die Eugene van Collapsed in Sunbeams als huwelijkssong had. Dat is een nummer waarin wordt bezongen hoe pijnlijk het kan zijn als de platonische liefde voor een beste vriend overhelt naar romantische liefde. Of de fan die met haar ouders het nummer Black Dog deelde, als een soort emotionele flessenpost. Het beluisteren van dat nummer, over de slopende effecten van een depressie, herstelde hun relatie. Parks vertelt vaker in interviews dat ze graag anderen de hulp biedt die ze zelf niet heeft ontvangen.

Een al te groot bewustzijn over dat positieve effect op haar fans zou natuurlijk als een enorme verantwoordelijkheid kunnen gaan aanvoelen, een verplichting misschien zelfs. ‘Maar ik bescherm mijn manier van schrijven heel erg. Het is belangrijk om tijdens het schrijfproces niet te veel over de wereld om je heen te denken. Dat is voor mij een tweede natuur. Ik handel instinctief, totaal naar mijn gevoel. Als ik boos ben of me ongemakkelijk voel, wordt dat tijdens het schrijven niet gefilterd. Dat is ook de makkelijkste manier om in contact te komen met die emoties.’

En die emoties worden binnenkort ook gevat in poëzie: in september komt Parks’ eerste dichtbundel uit. The Magic Border bevat naast twintig gedichten ook de songteksten van My Soft Machine en foto’s van Daniyel Lowden, een van haar beste vrienden. Maar het is een misvatting te denken dat de songs een opstapje zijn geweest naar de gedichten. Parks schrijft al vanaf haar 5de poëzie, terwijl de liedjes ‘pas’ op haar 14de kwamen.

‘En waar de liedjes geformatteerd zijn in verzen en refreinen, en daardoor per definitie meer gestileerd, is mijn poëzie mijn onbewerkt en vrij.’

Eerder vertrouwde ze aan het Engelse muziektijdschrift New Musical Express toe dat de bundel de oogst is van het aftasten van haar innerlijk. ‘Een verstrengelde massa van alles dat me boos of duizelig of sip of ongelooflijk blij heeft gemaakt.’ Dat ze niet eerder haar gedichten aan het publiek presenteerde, kwam omdat haar zelfvertrouwen nog niet voldoende was gerijpt, zegt ze. ‘Liedjes zingen voor een publiek was mijn eerste ervaring met het delen van heel persoonlijke zaken. Daardoor heb ik de moed gekregen om de volgende stap te zetten.’

Voor de ontvangst van haar eerste proeve poëzie is ze wel enigszins beducht.

‘Het publiek is altijd wantrouwend jegens kunstenaars die buiten hun eigen artistieke domein treden. Maar ik moet wel. Muziek en schrijven zijn de ruimtes waarin ik helemaal mezelf kan zijn. Als ik dat niet had, zou ik me voor de rest van mijn leven ellendig voelen. Dit heb ik nodig.’

Arlo Parks treedt 13 en 14/9 op in Paradiso, Amsterdam.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next