Waarom wilde ik deze rubriek ook alweer maken? Om mijn liefde voor die geweldige muziek over te dragen natuurlijk. Een componist in drie stukken, 500 woorden: voor de luisterende lezer is het hopelijk een toegankelijke, snelle manier om kennis te maken met klassieke muziek. Maar het maken van deze rubriek gaat helemaal niet zo snel. Steeds breek ik weer het hoofd over de beste stukken (geven ze bij elkaar een representatief beeld, zit er variatie in de genres) en treur ik weer om wat ik weg moet laten.
Al luisterend kom ik er soms ook achter dat een stuk dat ik goed dacht te vinden, toch niet van a tot z geweldig is. Die Nocturne nr. 15 in f-klein bijvoorbeeld: waarom laat Chopin alles na dat intrigerende hoofdthema zo uit zijn handen vallen? Stom middendeel, suf einde.
Nee, niet alles van Frédéric Chopin (1810-1849) is geweldig, toch kan ik niet zonder hem. Deze stukken zijn in ieder geval van de AAA-categorie.
Over de auteur
Merlijn Kerkhof is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant. Hij publiceerde twee boeken: Alles begint bij Bach, een inleiding tot de klassieke muziek, en Oude Maasweg kwart voor drie.
Chopin was een wonderkind aan de piano, iemand die zowel zou uitblinken in toegankelijke, lyrische stukken als in werk waarmee hij de lat van de pianotechniek flink hoger zou leggen. Zijn achternaam dankte hij aan een Franse vader die in Polen bleef omdat hij niet in het revolutionaire leger wilde dienen. Zoon Fryderyk zou worden opgevoed als een Poolse patriot.
Trad hij op in het buitenland, dan genoot het publiek vooral van zijn – hoe exotisch – Pools geïnspireerde werken. Vandaar dat je in zijn werkencatalogus veel mazurka’s (een driedelige dans) en polonaises (heel anders dan die van Arie Ribbens) tegenkomt. De dansvorm is een altijd terugkerend element in Chopins werk. Spetterend, en toch ook weer met die typerende melancholische kwaliteit, is de Grande valse brillante. In de uitvoering van Dinu Lipatti blijft-ie goed.
In 1831 vestigde Chopin zich in Parijs, waar Fryderyk definitief Frédéric werd. Polen zou hij nooit meer bezoeken. In Frankrijk werd hij de meester van de korte pianocompositie en een ware hitmachine. Met zijn spel vermaakte hij de elite in de salons.
Maar de stukken die mij het meest overtuigen en blijven fascineren zijn juist wat langer: de vier ballades. Denk dan niet aan een episch lied met steeds dezelfde melodie, maar aan een eendelige pianocompositie waarin virtuositeit samengaat met een verhalend karakter. Moeilijk kiezen, toch maar de tweede, in F, om haar ongeremdheid.
Chopin behoorde tot de eerste generatie pianisten voor wie het bestuderen van de muziek van Johann Sebastian Bach een must was. Bachs klavierbijbel was het Wohltemperierte Klavier, met preludes en fuga’s in alle toonsoorten, in majeur en mineur. Met de 24 preludes (opus 28, verschenen in 1839) ondernam Chopin iets vergelijkbaars.
Een prelude is normaal gesproken een stukje muziek dat aan iets voorafgaat, maar deze 24 vormen een eenheid. Sommige zijn korte statements van een halve minuut, andere zijn op zichzelf staande stukken waarbij je je afvraagt wat je daarna nog als componist moet zeggen. De mooiste: de 15de, bijgenaamd de Regendruppel. Als je dit maakt, ben je toch wel een halfgod ofzo, op zijn minst.
Alle afspeellijsten van deze rubriek zijn terug te vinden op volkskrant.nl/deklassieker
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden