Moderne verschijnselen; we komen erin om. Maar we hoeven ons er toch niet altijd bij neer te leggen? Er zijn zaken waar we ons tegen kunnen – nee, móéten – verzetten. Deze week verzet Hassan Bahara zich tegen het ‘one love’-teken.
Corona heeft ons veel ellende gebracht. Dood en ziekte uiteraard op de eerste plaats, en Sywert op de tweede (of nou ja, ellende, die reeks Sywert-verhalen in deze krant heeft ons ook wel een beetje door die akelige pandemie heen getrokken, eerlijk waar).
Een goede derde aan ellendige corona-effecten is het ‘one love’-teken.
U weet niet wat dat is, een ‘one love’-teken? Laat het mij u uitleggen.
Krom de vingers van uw linkerhand in een halve cirkel, steek uw duim naar beneden. Doe hetzelfde met uw rechterhand. Druk nu uw linker- tegen uw rechterhand aan. Wat ziet u? Yep, een hartje, in de vorm van een mierzoet emoticon-achtig teken.
Ik weet niet of ‘one love’ de officiële naam is, maar wat mij betreft omvat deze omschrijving precies het aanstellerige gehalte van dat teken. Zeg het maar hardop. ‘One love.’ Je ziet de 30-plusser die krampachtig bijdetijds probeert te zijn direct voor je, inclusief Veja-gympen, Patta-shirtje en zijn strakke, grijzende baardje.
Vooral op schoolpleinen is het ‘one love’-teken een onuitroeibaar fenomeen gebleken.
Dat zit zo.
Ouders mochten tijdens de pandemie niet meer mee de klas in, weet u nog wel? In plaats daarvan moest je je grut afleveren bij het schoolhek, mits het geen loopneus had, of een verdachte rochel in de keel.
Ouders kwamen toen op het lumineuze idee om dan maar massaal te gaan hangen voor de ramen van het klaslokaal waar kindlief zijn dag moet slijten. Dat fenomeen duurt tot op de dag van vandaag voort. Scholen hebben dat verboden-voor-ouders-beleid nooit helemaal teruggedraaid.
Daardoor zijn schoolpleinen tegenwoordig het toneel van kluitjes ouders die hun gezichten tegen de ruiten van klaslokalen drukken. En wat doen ze dan? Massaal maken ze ‘one love’-tekens richting hun kindjes. En die maken op hun beurt hetzelfde teken direct terug naar hun ouders, als de perfect afgerichte puppy’s die ze zijn.
Veel van wat op (bepaalde) schoolpleinen gebeurt, is behoorlijk performatief van aard. In de hipste bakfiets komen aanstiefelen. De Mini Rodini-outfitjes van je kroost nog even afstoffen voordat de schoolbel gaat. Pronken met vindingrijke traktaties in überschattige en ecologisch verantwoorde juten zakjes.
Je vettige vingers in de vorm van het ‘one love’-teken tegen de ramen van een klaslokaal aan drukken is net zo performatief. Het is even laten zien dat je niet een sociale dood bent gestorven door het ouderschap, dat je nog weet ‘te levelen’ met ‘de kids’. Eigenlijk, zo wil je met het ‘one love’-teken laten zien, heb jij het WK-ouderschap gewonnen, met dubbele cijfers.
Ik ben nooit zo competitief ingesteld geweest. Zeker op het vlak van ouderschap leef ik volgens de regel die ik mijn twee zoons dagelijks voorhoud: ‘Het is verdomme geen wedstrijd!’
Maar laatst vroeg mijn jongste of ik niet ook het ‘one love’-teken bij het raam van zijn klaslokaal wil maken.
Het zat eraan te komen. Aan sommige dingen wil je niet als ouder – de bergen plastic Marvel-speelgoed waaraan ze door YouTube verslaafd raken, een Spiderman-rugtas – maar uiteindelijk ga je toch overstag. Je wilt je kind niet een buitenbeentje laten zijn.
Dus daar stond ik, op het schoolplein, voor het raam van klas 1E. Ik haalde mijn handen uit mijn jaszakken, kromde mijn vingers, stak mijn duimen naar beneden, en vormde iets wat voor een hartje moest doorgaan.
Langer dan 5 seconden duurde het niet. Te genant. Wel wierp ik mijn jongen nog snel een kushandje toe, want zo’n gevoelloos monster ben ik nou ook weer niet.
Source: Volkskrant