Knuffels staan verdekt in de hoek en alles is aan kant voor het bezoek. Maar her en der zijn er nog sterke aanwijzingen dat in huize Ronnie Flex een artiestenleven en een papabestaan door elkaar lopen. De prentenboekjes naast de biografie van rapper Jay-Z, een verjaardagsballon die onopgemerkt is geland naast de gouden plaat voor Altijd Samen, het laatste album van de rapper en zanger.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
‘Breghje is langs geweest om op te ruimen’, verduidelijkt Flex. Breghje is Breghje Kommers, de manager en oprichter van Spec Management. In Ronnie, het net verschenen boek van journalist Leon Verdonschot, een profiel van de zanger/rapper die met de kneiterhit Drank & Drugs doorbrak in 2015, komt ze als een van de vele mensen rond Ronnie aan het woord. Niet alleen als manager, ook als goede vriendin die zijn haar vlecht voor optredens en kennelijk opruimt bij officieel bezoek.
Flex, licht verontschuldigend: ‘Ik ruim zelf ook op, hoor. Maar van zondag tot dinsdag zijn de kinderen hier. Daarna is het een rommeltje. Woensdag komt de schoonmaakster, daarom laat ik het meestal zo.’
De 31-jarige rapper/zanger die acht jaar geleden riep: ‘alle tieners zeggen ja tegen mdma’ is inmiddels vader van twee meisjes: Nori van 4 en Rémi van 1,5. Zijn vier albums hebben de gouden status gekregen en zijn derde, Rémi, werd zelfs platina. Maar er waren ook minder leuke kanten. Een wietverslaving waar hij ooit van afkickte. Flex: ‘Ik ben... ik was gestopt.’
Uit Ronnie komt een beeld naar voren van een getalenteerde jongeman die problemen heeft met discipline, maar voor wie iedereen een zwak heeft. Het is dromerige afwezigheid, geen nonchalante onwilligheid.
En ook al steekt hij zo nu en dan nog steeds een jointje op, één ding is definitief veranderd: Ronell Langston Plasschaert wil eigenlijk geen Ronnie Flex meer zijn. ‘Het boek is een beetje een afsluiting van hoe ik het heb gedaan de eerste tien jaar van mijn carrière. Ik ben nu aan het denken over wat ik hierna wil. Bezig blijven met muziek, sowieso, maar ik wil er weer meer mijn hobby van maken dan mijn werk.’
Terug naar de pre-Drank & Drugs-tijd dus. Muziek maken zonder druk, zonder verwachtingen. ‘Maar nu heb je TikTok, marketing en strategie. Voordat je aan een nummer bent begonnen, ben je al aan het bedenken of het een hit is of niet en wat voor videoclip erbij moet. Dat deed ik vroeger niet.’
Bovendien heeft hij, sinds hij zich ook als zanger manifesteerde, veel geleerd over het theoretische deel van muziek. Akkoorden, instrumentatie, hoe je koortjes en zang kunt gebruiken in een song. ‘Ik legde de lat steeds hoger, maar dat leidde er ook toe dat ik in formules ging denken. Ik wil de balans vinden tussen die vaardigheden die ik de afgelopen jaren heb vergaard en de onbevangenheid van lekker op je zolderkamertje pielen. Die ben ik een beetje kwijt.’
Trouwens, aan dat zingen kleeft iets dubbels. Het is leuk omdat het een grotere uitdaging is dan rappen. ‘Maar het heeft me ook geconfronteerd met mijn beperkingen. Ik wil soms toch meer doen dan ik als zanger kan.’ En er zijn genoeg mensen die wel in zang excelleren. Als ervaren liedjesmaker zou hij hun materiaal kunnen bieden. ‘Ik wil een zangeres voor mijn label tekenen. Een jong meisje met een mooie stem. Dat wordt mijn eerste experiment als tekstschrijver op de achtergrond.’
Heel misschien komt er nog een Flex-album. Maar voor de rest... Is hij Ronnie Flex-af? Flex: ‘Bijna.’
‘Kanye staat altijd in mijn top-5 van grootste artiesten. Als hij een album uitbrengt, stijgt het meteen naar de eerste plek. Hij heeft nooit gezocht naar een hit, maar komt telkens met een eigen sound die je bij niemand anders vindt. Dan zet hij een gospelkoor in, gebruikt hij gekke geluiden of abrupte stops. Iedere artiest die muziek maakt heeft een bepaalde formule waarop hij voortborduurt. Kanye niet, die komt steeds met iets nieuws. En dan die media-aanwezigheid. Dan zegt hij dat slavernij nooit heeft bestaan of is hij opeens Trump-supporter, waarop de hele wereld hem haat. Maar vervolgens komt de muziek. En die is dan zo goed dat iedereen vergeten is waarom we hem ook alweer haatten. Het is de combinatie van de media bespelen en creativiteit op een absurd hoog niveau.’
‘Tja, die controverse... Ik ben niet zo geïnteresseerd in de privélevens van artiesten, dus ik weet er ook het fijne niet van. Ik zie de muziek los van de artiest. De afgelopen twee weken heb ik de tijd genomen om al Michael Jacksons albums één voor één te beluisteren. Van The Jackson Five in de jaren zeventig tot aan zijn laatste, Invincible uit 2001. Hij heeft meer dan vijftig jaar lang platen gemaakt waarop zonder uitzondering megahits staan, die diepgang en een boodschap hebben en worden gezongen met een extreem mooie stem die je herkent uit duizenden. Hij is ook nog eens een geweldige danser. Hij kon vijf minuten stilstaan op een podium om vervolgens alleen dit te doen (Flex schokt subtiel met zijn schouder, red.) en het hele stadion ging onderuit. Het is de veelzijdigste artiest die ik ken en ik denk niet dat iemand in mijn leven hem gaat overtreffen.’
‘Tarantino maakt films zoals hiphopartiesten muziek maken. Hij samplet. Hij gebruikt dingen die hij in zijn jeugd heeft gezien, films uit de jaren zestig en zeventig waarvan je nog nooit hebt gehoord, en stopt ze in zijn films in een nieuw jasje. Die verwijzingen naar kungfufilms en Japanse cultuur bijvoorbeeld. Kill Bill I vertelt de geschiedenis van O-Ren Ishii, een Japanse warlord gespeeld door Lucy Liu. Na anderhalf uur film is er opeens een stijlverandering en wordt het achtergrondverhaal van Ishii verteld, in anime, met prachtige muziek eronder. Tarantino neemt gewoon de vrijheid om te zeggen: we stoppen nu effe, je krijgt iets heel anders en daarna gaan we weer terug. Te ziek gewoon.’
‘Jazeker heb ik het kampioenschap gevierd, en goed ook. Bij Feyenoord is het een unicum. Mensen leefden ernaartoe en waren in tranen. Het is mooi om daarvan deel uit te maken. Ik voel me met de club verbonden omdat ik uit Rotterdam kom. Het hoort bij mijn leven en waar ik vandaan kom. Maar uiteindelijk is het ook gewoon sport. Ik heb niets met dat hele Ajax-Feyenoord-ding. Mijn jongste dochter Rémi heeft een opa (Ronald de Boer, red.) die bij Ajax heeft gespeeld. Dus dat is helemaal niet aan de orde. Ja, als er voetbal op tv komt dan zeg ik natuurlijk wel tegen Rémi dat ze voor Feyenoord moet zijn, hahaha.’
‘Ik at veel pizza margherita, maar ik ben overgestapt op sushi omdat ik op mijn lijn moet letten. Ik ben op een leeftijd dat het er snel aankomt en langzaam afgaat. En met twee kinderen moet ik meer energie hebben en dus gezonder eten. Ik ben dol op rauwe vis en dan vooral de nigiri sushi. Ik heb sushi pas vijf jaar geleden leren kennen, maar als ik eenmaal heb ontdekt wat ik erg lekker vind, wil ik vervolgens alleen maar dat.’
‘Ik heb altijd een passie gehad voor kleding, al is dat een stuk minder geworden sinds de kids er zijn. Als je bezig bent met het verzorgen van je kinderen, wordt je uiterlijke verschijning veel minder belangrijk. (De joggingbroek van Gucci die hij draagt doet tegenwoordig dienst als pyjamabroek, vertelt hij lachend, red.) Ik heb nog wel iets met Human Made, het merk van Nigo, die Japanse modeontwerper die met Pharrell Williams heeft samengewerkt voor A Bathing Ape (BAPE). Daar was ik een groot fan van. Nu gebruikt Nigo allerlei dierenprintjes voor kleding die tussen baggy en slimfit in zit. Het is heel degelijk en lijkt een beetje op skatewear, maar dan iets netter. BAPE vind ik nog steeds tof, maar als ik nu een roze-rood-geel vest aanheb met camouflageprint, op mijn 31ste, dan voelt dat toch... Ik weet niet. Ik ben meegegroeid met Nigo. Die is ouder geworden en van BAPE overgestapt naar een meer verfijnd merk en ik ben meegegaan.’
‘De afgelopen twee jaar ben ik ook erg in de pantalon gegroeid. Die is netter dan een gewone broek of jeans en zit bijna net zo comfortabel als een joggingbroek. Het mooie is dat je hem goed kunt combineren met iets nets: een overhemdje, poloshirt, gelakte puntschoentjes. Maar je kunt net zo makkelijk gaan voor een meer casual look met een T-shirt. De combi stijlvol en praktisch, dat ben ik.’
‘Toen mensen hoorden van mijn Anne Frank-tatoeage, was er veel gedoe over. Het mocht niet, volgens sommigen. Dat vind ik heel raar. Het is toch juist iets positiefs? Voor mij is het een eerbetoon aan een van de belangrijkste mensen in de Nederlandse geschiedenis. Ze is een geweldige schrijver die zich ontzettend goed wist uit te drukken en op jonge leeftijd een enorme impact heeft gehad op de hele wereld. Ik heb die tatoeage gezet omdat ik erg van de Nederlandse cultuur hou. Ik wilde dat vastleggen en dan vind ik een portret van Anne Frank net iets origineler en minder voor de hand liggend dan bijvoorbeeld een oranje leeuw.’
‘Ik vind het superleuk om de fantasie van mijn kinderen te prikkelen. Als ik met ze speel, ben ik ook echt participant. Ik ga mee in hun spel en we verzinnen hele verhalen. Bijvoorbeeld dat Nori’s bed De Knuffelboot is. En alle knuffels in huis, meer dan vijftig, gaan op de boot om avonturen te beleven Source: Volkskrant