Home

‘Mijn moeder straalde, alsof ze zich op een feest voorbereidde in plaats van op haar dood’

Bea Leek (62, theaterdocent): ‘In 2010 is mijn vader overleden en sindsdien woonde mijn moeder alleen. Zelfstandig, heel kranig en opgewekt in haar eigen huisje in Obdam in Noord-Holland, waar ze nog elke dag haar eigen potje kookte. Tot op het einde, toen ze 93 was. Afgelopen december heeft ze op een nacht besloten dat ze afscheid wilde nemen van het leven. Ze zei: ‘Ik ga naar Rita.’ En een week later is ze inderdaad gegaan.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven.

‘Voor mij, in Culemborg, was het wat ver om in één dag heen en weer te rijden om haar te bezoeken, dus ik ging regelmatig bij haar logeren. Ik bewaar daar zulke goeie herinneringen aan. We kookten samen, speelden een potje kaart – dan was ze bloedfanatiek, hoor – en daarna bracht ik haar naar bed zoals zij mij vroeger, inclusief kruisje op het voorhoofd. En elke keer realiseerde ik me dan weer wat een leuk mens het was, en nog helemaal bij de tijd.

Zo zat ze nooit zomaar tv te kijken als daginvulling. Nee, ze keek gericht, naar goeie programma’s als 2 voor 12. Ze las de krant, het Noordhollands Dagblad, en was van alles op de hoogte. Sommige dingen kon ze niet meer bijbenen, dat vond ze dan ook heel vervelend. Als aan het eind van het journaal werd gezegd: ‘Kijk verder op NOS.nl’, dan mopperde ze daarover, en dat bij de apotheek alles online moest, vond ze ook maar hopeloos. Maar verder: een gehéúgen, niet normaal zo goed. Als ze me tijdens die logeerpartijtjes verhalen van vroeger vertelde, wist ze nog elke naam, elke datum, elk detail.

‘Toch zei ze de laatste drie, vier jaar dat we haar verjaardag vierden: het zal misschien de laatste zijn. Ze vond het leven moeilijker worden. Ze bewoog minder goed, had thuiszorg nodig voor haar steunkousen, en ze maakte in die laatste jaren een aantal heel verdrietige dingen mee. Mijn oudste zus Rita overleed op haar 65ste aan een hartprobleem. Een van mijn drie broers – ons gezin bestaat uit zes kinderen – kreeg een herseninfarct, raakte halfzijdig verlamd en kan niet meer praten. En dan moest mijn moeder ook nog een kleinkind verliezen, de dochter van mijn jongste zus. ‘Al dit leed is jullie vader bespaard gebleven’, kon mijn moeder verzuchten, maar het betekende wel dat zij er in haar eentje voor stond. Want hoe vaak wij haar ook bezochten, uiteindelijk was ze daarna weer alleen.

‘Eind november vorig jaar kon ze zich opeens niet meer verplaatsen. Van de woonkamer naar de slaapkamer – ze sliep beneden – ging ook met de rollator niet meer. Dan heb je echt een probleem, dus wij kinderen gingen voor haar op zoek naar een fijn verzorgingshuis. Maar dat wilde ze niet. Ze vond het mooi geweest. In een nacht, van maandag op dinsdag, heeft ze het besloten: ik wil euthanasie. Terwijl ze daar nooit uitvoerig mee bezig was geweest, ze had geen euthanasieverklaring, niets. Maar nu wist ze het zeker. Ze vroeg aan alle kinderen: zijn jullie het ermee eens? En dat waren we, alle vijf, want het wás geen mens om afhankelijk te zijn.

‘De huisarts kwam – ze had al eens eerder tegen hem gezegd: ik hoop dat je er voor me bent als ik je nodig heb. Dit was het moment dat ze had bedoeld. Ze pakte zijn handen beet en zei: ‘Ik wil het zo snel mogelijk.’ En hij heeft ingestemd: ze werd bedlegerig, haar leven was voltooid.

‘Ik ben die laatste week nog zo veel mogelijk bij haar geweest, samen met mijn zus en twee broers – mijn derde broer is minder mobiel, hij woont sinds zijn herseninfarct in een zorginstelling. Het is een prachtige, unieke week geworden, waarin mijn moeder straalde, alsof ze zich op een feest voorbereidde in plaats van op haar dood. De SCEN-arts die ingeschakeld werd nadat de huisarts alles in gang had gezet, trof een onverwacht opgewekte, praatgrage dame. Maar ook zij was helemaal overtuigd. Dus we zijn het afscheid gaan voorbereiden. En mijn moeder genoot er alleen maar van.

Ik heb een hele powerpoint in elkaar gezet voor op haar begrafenis en dat vond ze prachtig, al die foto’s en haar hele levensloop. Ze bemoeide zich met de rouwkaart: haar naam moest goed worden gespeld, Brigitta en niet Brigitha, dat vond ze heel belangrijk, want dat ging nogal eens fout. En een stemmige prent hoefde er niet op van haar. Een schilderij dan, dat Rita had gemaakt? Ja, dat vond ze mooi. Ze wilde haar blauwe truitje aan in de kist, want dat stond haar goed. En zou ze haar bril ophouden of niet? Zulke gesprekken voerden we. Ze heeft ook een filmpje opgenomen voor haar veertien kleinkinderen en acht achterkleinkinderen waarop ze vrolijk in de camera kijkt en zegt: ‘Oma gaat nu slapen, maar weet dat ik heel veel van jullie hou.’

‘Ergens halverwege de week heeft ze mijn zus en mij bij zich op bed geroepen om ons elk een sieraad te geven: mijn zus haar trouwring en mij een gouden hangertje, de G van Gitta, zoals ze werd genoemd. Toen hebben we nog erg gelachen met z’n drieën: je kunt ons nu al je geheimen wel vertellen, zeiden mijn zus en ik, want je gaat toch dood. En we hebben gevraagd of ze het niet eng vond, doodgaan. Niks hoor; ze stelde zich gewoon voor dat ze naar de operatiekamer ging en daar in slaap werd gebracht.

Zo is het ook gegaan, al was de euthanasie thuis in haar slaapkamer. De huisarts diende het slaapmiddel toe met ons, haar kinderen, om zich heen – mijn broer in het verzorgingshuis op Facetime. Het was precies een week nadat ze ertoe had besloten. 's Ochtends hebben we eerst koffiegedronken met mijn moeder, met boerencake erbij, want ze had nog een bon liggen van de banketbakker die moest worden verzilverd. En ze heeft haar nagels netjes zitten vijlen, want de huisarts mocht geen rouwrandjes zien.

Tot op het laatst hield ze de regie. Ook op het moment van de euthanasie zelf. Mijn broer wilde haar hand pakken, maar dat hield ze af, ze was gefocust op de huisarts, ook uit zelfbescherming misschien. ‘Ik wil je ongelooflijk bedanken’, zei ze tegen hem. Daarna vielen haar ogen dicht, heel rustig, heel sereen. De huisarts diende een tweede middel toe en zei: nu is ze er niet meer.

‘Dat was de eerste keer dat ik moest huilen. De hele week had ik geen verdriet gevoeld, alleen respect: wat goed, mam, dat je dit zo doet, dat je jezelf en ons het proces van aftakeling bespaart. Dat gevoel overheerst nog steeds. Ik ben enorm trots op mijn moeder, en de manier waarop ze is gestorven, vind ik een prachtig en inspirerend verhaal. Wat niet betekent dat ik haar niet mis, méér eigenlijk, dan ik van tevoren had gedacht. Als ik thuiskom van vakantie, zoals vorige week, heb ik nog steeds de neiging haar te bellen. Haar kettinkje heb ik altijd om, en ik zou heel graag weer eens bij haar logeren. Maar niet waar ze nu is, hoor. Daar wacht ik nog even mee.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next