Home

Over vriendjespolitiek, strijkstokken en angst voor reputatieschade: drie lessen uit de wildwestpraktijken bij de mondkapjesdeals

Unit17, een piepklein bedrijfje in ‘refurbished elektronica’, slaagde er tijdens de coronacrisis in om voor 60,1 miljoen euro aan orders binnen te slepen. De forensische accountants van Deloitte probeerden te achterhalen hoe dat kon gebeuren, maar een sluitende verklaring is er niet. Unit17 was ‘een opportunistische partij’ en had de ‘mazzel’ op het juiste moment aan te kloppen, zo luidde een uitleg. De vertegenwoordiger van het bedrijf ‘kwam betrouwbaar over’, meende iemand anders.

De rapporten van Deloitte en Ebben Partners die deze week verschenen zijn een ruim 800 pagina’s lang pleidooi voor aanbestedingsregels. Tijdens de coronacrisis werden die door de hoge nood opzijgeschoven. Individuele ambtenaren en medewerkers van inkooporganisatie LCH moesten op de tast bepalen wie te vertrouwen was en wie niet.

De vertegenwoordiger van Unit17 die zo’n betrouwbare indruk maakte had een referentie van een ziekenhuis op zak. Dat maakte blijkbaar indruk. Toen zijn bedrijf niet door de ‘credit check’ kwam, ging de order van 60 miljoen toch door. Inmiddels is volgens Deloitte gebleken dat de betreffende persoon niet bevoegd was om namens Unit17 op te treden. Binnen het bedrijf woedt nu een hoogoplopend conflict over ‘grote geldbedragen’ die zouden zijn verdwenen.

Een andere leverancier die volgens het ministerie van VWS betrouwbaar overkwam, was de handelaar in duurzame kleerhangers Sjoerd Fauser. De door Deloitte minutieus gereconstrueerde zaak laat zien hoezeer vooroordelen daarbij een rol speelden.

Zo mailden ambtenaren naar elkaar dat de vader van Fauser een beroemde arts en professor was en dat het zaakje daarmee wel ‘betrouwbaar klinkt’. Dat ex-minister Guusje ter Horst de partner is van vader Fauser bleek nog belangrijker. Ex-staatssecretaris Ella Kalsbeek, op dat moment de vertegenwoordiger van de Nederlandse huisartsen, sprak haar connecties bij VWS aan met een verwijzing naar het beoordelingsvermogen van Ter Horst: ‘Ik weet dat zij zich nooit zou laten spannen voor een karretje waar ze zelf niet in gelooft.’

VWS ging om en gunde twee miljoenenorders aan Fauser die volgens de ambtenaren een ‘gezond betrouwbaar Nederlands bedrijf’ vertegenwoordigde. Dat viel tegen. Uiteindelijk bleek de ondernemer, die anders dan Sywert van Lienden nooit beweerde ‘om niet’ te werken, veel van zijn beloftes niet waar te maken.

Minister Helder wijst in haar reactie op de rapporten telkens op het ‘tijdsgewricht’ als verzachtende omstandigheid. Zeker in maart en begint april 2020 was de chaos compleet. De overheid stond onder enorme druk om de zorg te beschermen en wilde onconventionele partijen daarbij niet uitsluiten. Het is logisch dat er dan ook soms verkeerde beoordelingen worden gemaakt, zo luidt het verweer.

Is daarmee alles gezegd? De aanbestedingsregels, die tijdens de coronacrisis buiten werking werden gesteld, beschermen nu weer tegen de grootste willekeur. Maar de rapporten van Deloitte en Ebben reconstrueren op pijnlijke wijze hoezeer subjectieve indrukken en connecties kennelijk een rol spelen bij het beoordelen van iemands competenties.

De duizenden aanbieders die tijdens de coronacrisis geen voet tussen de deur kregen, zullen er hun eigen gedachten bij hebben.

De verantwoordelijke topambtenaar Mark Frequin was eind 2020 nog lyrisch over het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH), waarin overheid, zorg en bedrijfsleven samen optrokken om Nederland te voorzien van voldoende beschermingsmiddelen.

‘Concurrenten schoven hun eigen belangen opzij en gingen gedreven samen aan de slag’, schreef Frequin in het voorwoord van een door de overheid uitgegeven glossy bedoeld als ‘hommage’ aan het LCH.

Het magazine over LCH is nu online niet meer te vinden. Wie de rapporten van Deloitte en Ebben leest, kan dat begrijpen. Niet alle partners binnen het LCH blijken hun eigen belang opzij te hebben geschoven.

Neem Bunzl, een Britse, beursgenoteerde multinational onder leiding van de Nederlandse ceo Frank van Zanten. Ook dat bedrijf stelde via Nederlandse dochterondernemingen ‘om niet’ een aantal inkopers ter beschikking aan het LCH. Een toenmalige hoge functionaris van Bunzl Nederland tekende daarbij het LCH-convenant waarin stond dat iedereen ‘zonder winstoogmerk’ meewerkte en dat niemand misbruik zou maken van de omstandigheden.

De praktijk was anders, toont onderzoeksbureau Ebben aan. De gedetacheerde inkopers van Bunzl hadden al snel door dat LCH bereid was om lucratieve prijzen te betalen. Twee inkopers konden hun lol niet op toen ze zagen wat een leverancier in rekening bracht bij de overheid: ‘Haha, deze maakt een geld zeg…’

De Bunzl-mensen begonnen na een week heimelijk commissies te bedingen bij leveranciers van het LCH. In ruil voor een order wilde Bunzl een klein percentage als ‘kickback’ voor de moeite. In totaal ging het om 2,2 miljoen euro.

Via dochterbedrijf Majestic wist Bunzl ook nog eens orders ter waarde van 130 miljoen euro los te krijgen bij LCH. De schatting van Ebben is dat Bunzl een marge van 21,8 procent in rekening bracht bij de overheid, terwijl er volgens het onderzoeksbureau nauwelijks risico's waren.

In het weerwoord in het rapport ontkent Bunzl alles. De heimelijke bedongen commissies zouden nooit zijn geïncasseerd. Bunzl stelt daarnaast dat de door Majestic berekende marges redelijk waren en dat de conclusies van Ebben ‘feitelijk onjuist’ zijn, maar weigert bewijs te leveren.

Minister Helder schermt met juridische stappen - ook omdat Bunzl het convenant tekende - en Ebben meent eveneens dat een aantal bevindingen in het onderzoek vragen om ‘een nadere juridische analyse’. Toch wijst veel erop dat de overheid zwak staat. Alle transacties zijn conform de procedures goedgekeurd door de top van LCH onder leiding van ambtenaar Frequin, vaak mondeling. Het was hectisch, iedereen werkte in goed vertrouwen.

De in het convenant opgenomen belofte om ‘zonder winstoogmerk’ mee te werken? Bunzl trekt de juridische status van dat document in twijfel. Een hoge functionaris van Bunzl Nederland zou het stuk ook niet goed hebben gelezen toen hij tekende. Bovendien hield het convenant volgens de multinational niet in ‘dat Bunzl niet meer als leverancier van het LCH mocht optreden’.

Deloitte en Ebben concentreren zich in hun rapporten op de transacties met vlekjes. Er zullen bedrijven zijn die zich wel hebben gehouden aan de geest van de afspraken, maar het gemak waarmee VWS tijdens de coronacrisis om de tuin werd geleid door bedrijven met ‘onwenselijk hoge marges’, roept ongemakkelijke vragen op. Is de overheid onder normale omstandigheden wel capabel genoeg om weerstand te bieden aan commerciële partijen?

De duurste mail van de coronacrisis werd op 10 april 2020 gestuurd. Het ministerie van VWS besliste toen in de zogenoemde ‘Opdrachtmail inzake LCH’ dat er ‘onbeperkt’ beschermingsmiddelen ingekocht moesten worden.

De experts binnen LCH die waarschuwden dat er al ‘meer dan genoeg’ in de pijnlijn zat, kregen gelijk. De oude distributiekanalen voor de zorg herstelden zich snel en de overheid bleef zitten met pakhuizen vol schorten, handschoenen en maskers die door de shredder gingen of voor een dumpprijs werden doorverkocht. Meerdere honderden miljoenen gingen naar schatting in rook op.

‘Honderd miljoen is de omzet van een klein ziekenhuis’, merkt een LCH-medewerker in een mail in het Ebben-rapport op. ‘We kunnen er tweeduizend verpleegkundigen een jaar van betalen.’

De politieke calculatie bij VWS was destijds anders. De Tweede Kamer en het publiek riepen om maximaal inkopen. Als de verantwoordelijke minister Martin van Rijn dat had genegeerd, zou hij een groot politiek risico hebben gelopen. Door ‘zonder grenzen’ in te kopen kon de Kamer nooit met verwijten komen.

De onderzoeksrapporten van deze week illustreren weer hoe zeer ministeries er op gericht zijn om bewindspersonen die dagelijks in de vuurlinie staan te beschermen tegen aanvallen vanuit parlement en publiek. Niet voor niets werden er na het uitbreken van de coronacrisis vrijwel meteen ‘vip-lijsten’ aangelegd met aanbiedingen van mensen die mogelijk stennis konden schoppen. Om negatieve pr te voorkomen kregen de vips een extra nauwkeurige behandeling. Het expliciet opgeschreven doel van de vip-lijsten: ‘Reputatieschade voorkomen en het imago van LCH & Ministerie verbeteren.’

Het bekendste voorbeeld was Sywert van Lienden, die door zijn macht op Twitter en in tv-talkshows een potentieel risico vormde. Dat risico nam af toen hij via een geheime bv een deal kreeg van 100,8 miljoen. In een Kamerdebat legde minister Hugo de Jonge al eens uit dat het niet vreemd is dat een ministerie rekening houdt met beeldvorming. ‘De werkelijkheid die in media geldt, is van invloed op de politieke werkelijkheid’, aldus de CDA-minister, die erop wees dat een ministerie dat permanent onder vuur ligt, niet meer goed functioneert.

De vraag is hoe ver de wens om reputatieschade te voorkomen, kan gaan. Mogen misstanden niet naar buiten komen? Dat was wel de eerste reactie van een hoge VWS-ambtenaar toen de Volkskrant in mei 2021 de geheime deal van Van Lienden onthulde. ‘Het is van onze kant never nooit de bedoeling geweest dat dit naar buiten komt’, zei ze in een opgenomen telefoongesprek met Van Lienden.

Pas onder druk van de Kamer besloot VWS in juni 2021 onderzoek te laten doen naar de coronadeals. Twee jaar later zijn ze voor een prijskaartje van 10,5 miljoen euro afgerond. Of heel veel mensen de moeit Source: Volkskrant

Previous

Next