In het grand café werkten uitsluitend mooie, jonge, blije mensen, al kan het ook zijn dat ze individueel vrij gewoontjes waren; als groep waren ze beeldschoon. Er was een wisseling van de wacht, het avondpersoneel kwam binnen. Ondanks de warmte omhelsden de personeelsleden elkaar innig.
Één omhelzing duurde langer, en toen ik beter keek, zag ik dat het meisje van de avondploeg een beetje aan het huilen was. De jongen van de middagploeg troostte haar.
Even later liep het meisje bestellingen op te nemen, en viel er helemaal niets meer te zien van de eerdere tranen. Hoe ouder je wordt, hoe langer je gehuil zichtbaar blijft. Jonge gezichten zijn een soort tefalpannen, daar kun je even een mini-huil mee doen om daarna door te gaan met je dag. Huilen als een verfrissend regenbuitje.
Misschien hadden al die andere mooie blije jonge mensen ook wel net gehuild, maar had niemand het gezien.
Source: Volkskrant