Bergweg 80, Rotterdam
diepnoord.nl
Cijfer: 8-
Bistro met snackjes, cocktails en natuurwijn. Tien gerechten waarvan vier vega (tussen de € 14 en € 22). Daarnaast twee desserts (€ 9) en kaas (€ 14). Open donderdag tot en met maandag.
Op basis van de fluwelig opgewreven, Engelstalige website en Instagram van Bistro Diepnoord in Rotterdam wisten wij het zo net nog niet. ‘Drinks, cocktails, dinner and vinyl,’ wordt daar beloofd, ‘for people who love candlelit conversations, a good glass of natural wine and late night tunes. Dit alles met de nodige modische restaurantfoto’s vol ruwhouten tafels, getatoeëerde handen, mooi uitgelichte glazen troebele wijn en jongens achter draaitafels. Je moet een plaat niet op z’n hoes beoordelen, een fles niet op z’n etiket en een restaurant niet op zijn online uitingen. Maar toch: zoiets kan twee kanten op, en de ene is onuitstaanbaar, zelfbewust, grootstedelijk hip.
De andere kant is zorgvuldig, vrolijk en lichtelijk geeky, en gelukkig blijkt Diepnoord direct bij binnenkomst in die tweede categorie te vallen. Het is ook veel groter dan we verwachtten; een kloek buurtrestaurant op een hoek met een terras. Binnen zien we hout en tegeltjes, een lange bar en daarachter, door kathedraalglazen ruiten, de silhouetten van de koks die druk in de weer zijn – weer eens een andere invulling van een halfopen keuken. De muziek hopst moeiteloos van klassiek gitaar naar obscure psychedelische rock naar jarennegentig-r&b. Ook het publiek is zowel wat leeftijd als achtergrond betreft opvallend divers, op hun humeur na, dat ik (zeker voor de maandagavond) zou karakteriseren als zeer goedgemutst.
De aperitievenkaart, uitgereikt door een even hartelijke als knappe serveerster, verraadt het type zorgvuldige, ingehouden pret waar ik me altijd graag door laat innemen. Er is een lijstje cocktails en mixdranken, een riedeltje wijnen per glas, en ook wat aanlokkelijke hapjes. We laten een Savoia spritz (€ 9) komen – gemaakt met de bitterzoete Siciliaanse amaro dolce met bloedsinaasappel en rabarber. Mijn tafelgenoot zit te glimmen boven haar uitstekende old fashioned (een bourboncocktail met sinaasappel, € 11,50), al helemaal als ons borrelhapje op tafel komt: ricotta met ansjovis (€ 8,50). Zowel de weikaas als de vis is van uitstekende kwaliteit, er komt prima brood bij en het geheel is afgemaakt met citroenrasp, grofgemalen zwarte peper en grassige olijfolie. Heel simpel, maar erg goed.
Ondertussen buigen we ons over de kaart, die bestaat uit tien gerechten in kloek tussen- of klein hoofdgerechtformaat. De serveerster raadt ons aan vijf gerechten te bestellen en die te delen, ‘de keuken maakt dan een fijne volgorde’, maar we kunnen ook eigen gerechten bestellen. Dit is eigenlijk de enige manier waarop ik het alomtegenwoordige shared dining-concept goed vind werken: als het een optie is en geen verplichting. We zijn immers lang niet altijd in de stemming om te delen.
We vangen aan met makreel, bospeen en bloedsinaasappel (€ 14). Het gerecht lijkt beïnvloed door het Spaanse en Zuid-Amerikaanse gerecht escabeche, hoewel de vis hier rauw is. De makreel is supervers, iets aangezuurd met azijn en gezouten en sluit uitstekend aan bij de zoete wortelcrème, dungesneden rode peen en wonderlijk hartige bloedsinaasappelsaus waarin ook een likje pit is verwerkt. Thaise basilicum, dunne ringetjes versgesneden rauwe sjalot en een dot crème fraîche vormen slimme toevoegingen; wat een elegant, fris en eetlustopwekkend gerecht.
Het vegetarische gerecht van gnocchi, artisjok, daslook en burrata (€ 17) is substantiëler: de in boter bruingebakken aardappelknoedels zijn haast zo groot als golfballen. Hoewel ik weinig vervelender vind dan harde, taaie of melige gnocchi zijn deze wel érg puree-achtig; eerder een soort in de pan gebakken hertoginnenaardappels dan echte gnocchi, waar immers ook bloem in zit. Maar ze zijn daardoor ook wel delicaat en smeuïg, en de smaak is goed. We treffen ook nog gefrituurde artisjok en artisjokcrème aan, dopjes courgette, daslook en burrata; allemaal stevige ingrediënten die afzonderlijk prima smaken en zorgvuldig zijn bereid, maar samen het gerecht wel erg vol maken.
Het spitskoolgerecht met romesco (saus van amandel, paprika en knoflook), zure room en gekonfijte citroen (€ 15) is niet zorgvuldig genoeg bereid: de kool, die tussen de bladeren gevuld is met de saus, is nog lang niet gaar en daardoor knalhard en stug; als ik zo hard wil kauwen neem ik liever een appel. De romesco is ook een beetje laffig, bijna als een soort hummus. Jammer, want het is een leuk bedacht gerecht.
Verder dan naar de inktvis met ’nduja en monniksbaard (€ 16). ’Nduja, pittige Calabrese smeerworst, is een ingrediënt dat momenteel bijna niet van de menukaarten is af te slaan (zie kader), en de baksteenrode saus die ze er bij Diepnoord mee maken is superhartig en ook behoorlijk heet. De pijlinktvis, ruitlings ingesneden en daarna in lange repen kort gebakken, is erg smakelijk en mals. In plaats van de beloofde monniksbaard krijgen we zeekraal op het gerecht; dat maakt het geheel wel behoorlijk zout.
Zeer overtuigend in al z’n rustieke comfort is het hoofdgerecht van eend met snijbiet (€ 22). De eendenborst, netjes getrancheerd, heeft een knapperig vel en een uitstekende garing. Van de snijbietstelen is een compote gemaakt samen met de ansjovis, de bladeren zijn net even gaargeflitst in de pan. Voor wat extra kleur en bitter krijgen we ook wat radicchio erop. De beetgare belugalinzen zijn overgoten met de lekkere jus, en er is ook nog een krokant, gekonfijt dijtje. Héél goed bereid, en heel compleet.
Ook de desserts zijn elegant bij elkaar verzonnen en niet te zoet. Er is een fijn gerecht van rabarber (een sapje, in stukjes, en in een soort weelderige custard) met goed roomijs dat de ouderwetse smaak van stemgember op siroop heeft gekregen, en een stuk huisgemaakt bladerdeeg (€ 9). De bietensorbet met lavendelschuim en goed zure, dikke yoghurt is al even leuk bedacht en indrukwekkend van kleur en smaak. Bij de koffie krijgen we huisgemaakte boterkoek.
Diepnoord is een fijne, bruisende zaak waar met plezier en smaak wordt gekookt voor iedereen.
Komt het door de swingende naam, de pittige hartigheid of de smeerbare multi-inzetbaarheid? De Zuid-Italiaanse vleeswaar ’nduja mag qua naam een afgeleide zijn van de gevreesde Franse ingewandenworst andouillette, deze is al een tijd niet van menukaarten weg te slaan. Vet varkensvlees wordt gemengd met bijna een kwart van de beroemde, gedroogde Calabrese pepers, in darm gestopt en gerookt. Traditioneel wordt het zó gegeten, met brood en caciocavallokaas, maar het doet het ook uitstekend op de pizza en door de pasta. Heel veel restaurants gebruiken het nu als rijke smaakmaker die sauzen en stoofgerechten tegelijkertijd een gerookt-spekkige- en een peperkick geeft.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden