Wat zijn dit voor vragen? Dertien dilemma’s voor de 53-jarige cabaretier, acteur, regisseur en comedyschrijver Jeffrey Spalburg, wiens autobiografische debuutroman Ik ben jullie meester op 23 juni verschijnt.
‘Als comedian ben je schrijver. De basis van comedy is schrijven. Als je zelf niet schrijft, is het lastig om comedy te bedrijven. Dus ik zou zeggen: schrijver. Het schrijven van een roman is wel iets heel anders. Het is een veel heftiger proces, waarin je door allerlei emoties gaat – van euforie tot de gedachte dat niemand zit te wachten op dit verhaal. En je moet een lange adem hebben.
‘Comedy doe je met een zaal, het schrijven van een roman is eenzaam. Ik vond het confronterend dat er tijdens het schrijfproces emoties bovenkwamen, waarvan ik niet wist dat ze er waren. Comedy kan ook confronterend zijn, alleen niet voor jezelf.
Over de auteur
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.
‘Zelf gebruik ik de benaming MC, master of ceremonies. Alles wat ik doe komt voort uit mijn MC-schap, zelfs deze roman. Een MC is veel meer dan iemand die een paar bars (strofen, red.) rapt. De MC is de ontbrekende schakel tussen het publiek en wat er op het podium gebeurt – dat is wat ik ben. Een MC is een verhalenverteller. En dat doe ik in verschillende vormen. De MC is een soort doorgeefluik van de achterkant naar de voorkant. Soms is de achterkant wat er in je hoofd gebeurt, soms wat er op het podium gebeurt. De voorkant is altijd het publiek.’
‘Ik weet al hoe het is met publiek, dus ik kies nu voor zonder. Ik maak voor het eerst mee dat ik iets maak op grote afstand van het publiek. De lezer, die mij niet kent, moet voelen wat ik in dit boek heb gestopt. Ik kies mijn woorden zorgvuldig, dus ik wil dat de lezer precies ervaart wat ik probeer te zeggen.
‘Namelijk dat ik deze roman voor mijn zoon móést schrijven. Omdat hij, en kinderen als hij, moet voelen dat hij alle recht heeft om hier in Nederland te zijn, gewoon te zijn, zonder verdere uitleg of excuses. Ik wil laten zien wie wij zijn en waar wij vandaan komen, hoe mijn vader in 1950 als zwarte Surinaamse man in Nederland aankwam en hoe pijnlijk het is als mijn zoon van 8 in 2019 te horen krijgt: rot op naar je eigen land. Hoezo eigen land? Dit ís zijn land, nou moet het een keer ophouden hoor.’
‘Allebei. Dat mijn opvoeding toch wel heel Surinaams was, besefte ik later pas. Beleefd zijn, luisteren naar je ouders, niet vrijpostig zijn – dat hele arsenaal. En mijn vader kookte altijd – dat was ook Surinaams: veel rijst, kip en groente. Hij was een goede kok, dus hij bedacht zijn eigen dingen, Hollands met een twist, bloemkool die geen Nederlander als bloemkool zou herkennen. Sowieso met knoflook, verse tomaat en een Maggiblok.
‘Maar ik ben ook zelf gaan zoeken, naar waar ik vandaan kom. Ik wilde in Hengelo zijn zoals iedereen. Maar mensen zagen mij als anders. Omdat ik anders was, was ik een makkelijk doelwit. Zo heb ik geleerd (verbaal) van me af te slaan.
‘Alles wat met Suriname te maken had, had mijn bovengemiddelde belangstelling. Ik was als een spons. Ik weet nog dat ik op de lagere school met aardrijkskunde een onderwerp voor een project mocht kiezen. Ik koos de bauxietwinning in Suriname.
‘Als ik vragen had over Suriname, gaf mijn vader me een boek. ‘Lees dit. Als je nog vragen hebt, hoor ik het wel’, zei hij dan. Zo ging dat ook met Wij slaven van Suriname van Anton de Kom. Dat Suriname een wingewest was, zei me eerder niets – totdat ik Wij slaven las. Het gaat over mensen die als vee op transport zijn gezet, eerst Afrikanen, later Chinezen, Hindoestanen en Javanen. Komen wij ook van een plantage, vroeg ik mijn vader. Hij wees twee hokjes op de plantagekaart van Suriname aan: Zeldenrust en Welgelegen, aan de Cotticarivier.’
‘Het begon als ode aan mijn vader. Mijn vader was leidend. Maar hoe meer ik schreef, hoe meer dingen uit mijn eigen jeugd naar boven kwamen. Dus dat lijntje is er ingeslopen. Mijn vader liep tegen vooroordelen aan, ik ook, en mijn zoon nu ook weer. Dat was voor mij de aanleiding om dit boek te schrijven. ’
‘Ontwapenen, met humor, altijd. Met negeren keur je eigenlijk goed wat iemand zegt. Humor is als een spiegel voorhouden. Dat vind ik interessant om te doen. Kijk, ik ben een mens, dus natuurlijk word ik ook weleens boos. Maar boosheid is bij mij meer de brandstof die ik gebruik om grappen te maken. Humor is mijn uitlaatklep – ironie als overlevingsstrategie.’
‘Wij Spallies hebben een stambos. Dat is niet te geloven. Het is ooit begonnen met twee stammoeders, tot slaaf gemaakte dames die vrij zijn gekomen. Zij kregen die achternaam in 1863. Daar zijn vervolgens dertien takken Spalburg uit voortgekomen. Dat noem ik een bos.’
‘Ik kan niet zijn waar ik ben, zonder dat ik weet waar ik vandaan kom. Waar je vandaan komt, is altijd belangrijk. Maar tegelijkertijd hou ik van de hiphop-phrase: It ain’t where you’re from, it’s where you’re at. Zo van: we hebben allemaal verschillende achtergronden. We hebben allemaal verschillende dingen meegemaakt. Maar het belangrijkste is, we zijn hier nu met zijn allen en we moeten er het beste van maken.’
‘Mijn zoon heet Jaïr James, hij draagt ook de naam van mijn vader. Ik ga niet kiezen, dat is onmogelijk. Mijn vader is het verleden, mijn zoon de toekomst. Zonder het een was het ander er niet. Mijn zoon is nu 12. Acht maanden nadat hij geboren was, overleed mijn vader. Ze zijn elkaar opgevolgd.
‘Voordat mijn vader overleed, was hij al jaren ziek. Hij was nierpatiënt. In die periode ben ik hem gaan interviewen. Daar heb ik filmopnames van, die ik voor het boek ben gaan terugkijken. Nu vind ik het niet fijn meer om naar te kijken. Ik heb ermee kunnen doen wat ik moest doen.’
‘Brommers kiek’n, want daar is alles mee begonnen, dat was mijn eerste cabaretshow. Het is een gevleugelde uitspraak in het oosten van het land: brommers kiek’n? Dat vraag je om een leuk meisje uit de disco mee naar buiten te lokken. Maar niemand heeft meer een brommer, dus misschien zegt de nieuwe generatie wel scooters loer’n. Op Baas ben ik ook trots, dat was mijn laatste show, die staat op Netflix.
‘Nergens bij horen. In Suriname ben ik de Hollandman, hier ben ik Surinaams. Ik heb me in een voorstelling ooit geprofileerd als TTT, Trotse Tropische Tukker. Omdat mijn broers me altijd een boer noemden, omdat ik in Twente geboren ben en zij in Suriname.
‘Mijn ouders hebben vijf jaar in Suriname gewoond. Ze zijn teruggekomen naar Nederland omdat mijn moeder daar niet kon aarden. Ze miste Nederland te erg. Mijn vader voelde zich niet ontheemd in Nederland, hij heeft zijn weg kunnen vinden. Surinamers van zijn generatie vóélden zich Nederlanders. Pas zodra ze hier kwamen, ontdekten ze dat dat gevoel niet wederzijds was.
‘Mijn vader was docent wiskunde. Daar was hij goed in. Hij was streng, maar een geweldige verhalenverteller. Hij vertelde anansitories (in Suriname populaire verhalen over de sluwe spin Anansi, red.) aan zijn leerlingen, dat hoor ik nog steeds van mensen die ooit les van hem hebben gehad.’
‘Dat halen mensen door elkaar, dat kan echt niet hoor. Dat vind ik zo dom. Een Surinamer is toch ook geen Antilliaan? Antillianen bestaan trouwens ook niet. Ik zeg Curaçaoënaar of Arubaan.’
‘O, wow. Dat zal Eric mooi vinden. Eddie Murphy was de eerste stand-upcomedian met wie ik kennismaakte. Het genre bestond nog niet in Nederland. Ik zat net op de theaterschool en vond het geweldig. Bij Eddie Murphy dacht ik: dit zou ik willen kunnen.
‘Eric was de eerste comedian die ik in Nederland live zag. Met hem voelde ik meteen affiniteit, omdat hij er net zo uitzag als ik. Dat maakte ook dat ik begon te denken: dit zou ik misschien écht kunnen.’
‘Haha, Rapper’s Delight. Ik hou niet van Bach of Mozart, dat was mijn vaders muziek. Rapper’s Delight van The Sugarhill Gang is het beste hiphopnummer ooit. Ik was 9 en kon nog geen Engels, dus ik rapte fonetisch mee. The purple and yellow was bij mij the cripple Hengelo.’
Jeffrey Spalburg: Ik ben jullie meester. Das Mag; 240 pagina’s; €22,50.
1970 Geboren in Hengelo
1989-1993 Theateropleiding Toneelschool Utrecht
1991-1996 Cabaretduo met Najib Amhali onder de naam Brothers of Showbizz
1995-2004 Theatergezelschap Made in da Shade
1999-2002 Vaste schrijver in de shows van Jörgen Raymann
2005-heden Vaste stand-upcomedian bij Comedy Café Amsterdam
2008 Eerste solovoorstelling Brommers kiek’n
2010 Solovoorstelling Spiekerboks
2012 Solovoorstelling Thuus
2013 Zomerhit met het nummer Hengelo-o-o uit de show Thuus en een hit met de remixversie, Paramaribo-o-o, samen met zanger Kenny B
2017 Solovoorstelling Baas (te zien op Netflix)
2010-heden Achter de schermen werkzaam als regisseur, schrijver en comedycoach voor andere cabaretiers en comedians, speelt soms een rol in een film of tv-serie
2023 Debuutroman Ik ben jullie meester
Jeffrey Spalburg woont met zijn z Source: Volkskrant