N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Na afloop van de indrukwekkende documentaire The Dmitriev Affair van Jessica Gorter was ik geheel van slag. Meer dan anderhalf uur lang was ik geconfronteerd geweest met Poetins Rusland op microniveau. Op subtiele wijze had Gorter me laten zien hoe leugenachtige gezagsdragers een moedige man de mond probeerden te snoeren door hem valselijk van pedofilie te beschuldigen en hem vijftien jaar in een strafkamp op te sluiten.
Als medewerker van de inmiddels verboden historische organisatie Memorial spoorde Joeri Dmitriëv in Noordwest-Rusland de massagraven op van duizenden slachtoffers van Stalins Grote Terreur van 1937-1938. Hij deed dat aan de hand van hun namen en executie-locatie die hij in de FSB-archieven had gevonden. Hierdoor konden hun nazaten eindelijk te weten komen wat er met hun familieleden is gebeurd. Zo vertelt een bejaarde man in de film over zijn 23-jarige zuster, die biologie in Moskou had gestudeerd, maar in haar vrije tijd ook Engels leerde, wat haar een doodvonnis opleverde. In de Karelische bossen kan hij haar nu de laatste eer betonen.
Ik vraag me af wat het belang van het Poetin-regime is om Dmitriëv de mond te snoeren. Volgens hemzelf heeft het vooral te maken met zowel de oorlog die Poetin tegen zijn eigen volk voert als met zijn vastbeslotenheid om tot aan zijn dood aan de macht te blijven. Maar volgens mij is er meer aan de hand.
Thuis sla ik daarom de passage in Orlando Figes’ The Whisperers op. In dat boek over de Stalinterreur dwingt de NKVD, de voorganger van de FSB, de succesvolle ingenieur Malygin om zijn mooie villa in een buitenwijk van Leningrad voor een habbekrats te verkopen. Ze schieten Malygin dood en gooien zijn vrouw en kinderen het huis uit. Die villa wordt ingepikt door NKVD-agenten wier nazaten er tot op de dag van vandaag wonen.
Wat Malygin is overkomen, geldt voor vele tienduizenden andere Russen met bezit. En aangezien de nazaten van de NKVD’ers vaak de FSB-bazen van nu zijn, zullen zij nooit afstand willen doen van hun illegaal verworven bezit. Het is daarom zaak het tragische lot van hun slachtoffers te verdonkeremanen en helden als Joeri Dmitriëv de mond te snoeren.
Dmitriëv begon zijn onderzoek in de jaren negentig, de meest vrije en democratische periode uit de Russische geschiedenis. Zijn veroordeling door het Poetin-regime laat nu zien dat aan die vrijheid een einde is gekomen. Ik werd daarin bevestigd op de recente Nexus-conferentie, waar Antonio Scurati, schrijver van de romancyclus M over Mussolini, zei dat de democratie het af dreigt te leggen tegen het populisme. Niet het fascisme is volgens hem teruggekeerd, maar wel de geest van Mussolini. „De wereld wordt rechts”, zei hij. En dat is volgens hem nog maar het begin, want wat in Italië is gebeurd met het aan de macht komen van Mussolini-adept Meloni, vindt binnenkort ook plaats in Spanje, Frankrijk en Duitsland.
Uit Scurati’s M-cyclus komt Mussolini naar voren als de eerste populistische leider van de moderne tijd. Zijn succes dankte hij aan het herleiden van alle problemen van de ook toen al complexe nieuwe tijd tot één probleem: de vijand, voor wie je niet bang moest zijn, maar die je moest haten. In het aanjagen van die angst is ook Poetin een meester. Door de boeken van Scurati kun je zijn angst voor de onverschrokken Joeri Dmitriëv dan ook heel goed begrijpen.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC