Home

Foam eert Ara Güler, de fotograaf die ‘het oog van Istanbul’ werd genoemd, maar nooit de aandacht kreeg die hij verdiende

Er was voor fotografiemuseum Foam en Ahmet Polat niet veel nodig om het eens te worden over de vraag: wie moet de kers op de taart worden van Kismet, ons project rond fotografie uit Turkije?

Dat was Ara Güler natuurlijk, de grootste fotograaf (1928-2018) die het land ooit kende.

‘Het Oog van Instanbul’ werd hij genoemd. Meer dan een halve eeuw legde hij de ontwikkeling van zijn geliefde stad vast in kleine, menselijk taferelen. Eerst in dramatisch zwart-wit, later ook in kleur. Het zijn de foto's waarmee hij in de jaren vijftig beroemd werd, die hem opdrachten van het fotografencollectief Magnum opleverden en hem de wereld over zouden sturen.

Eigenlijk onbegrijpelijk dat zo weinig mensen buiten Turkije hem nu nog kennen. Zelfs in de canon van de internationale fotografie is hij geen grote naam, merkte Claartje van Dijk, hoofd tentoonstellingen van Foam. ‘Terwijl zijn werk net zo sterk is als dat van zijn tijdgenoten als Henri-Cartier Bresson. Dat maakt Güler voor ons interessant. Hij is, net als de Zuid-Afrikaan Ernest Cole, van wie we dit jaar ook een grote overzichtstentoonstelling hadden, een onbekend icoon. Prachtig werk gemaakt, maar door zijn plek op de wereld niet de aandacht gekregen die hij verdient.’

Over de auteur
Karolien Knols werkt sinds 2004 voor de Volkskrant en schrijft over fotografie en beeldende kunst.

Met Ara Güler, a Play of Light and Shadow wordt dat goedgemaakt. Zijn iconische Istanbulfoto's zullen er hangen – van de dokwerkers, de vissers, de nachtvlinders, de straten en pleinen en de haven. Van de coup in 1960. Zijn portretten van James Baldwin, Alfred Hitchcock en Alexander Calder krijgen een plek, en zijn buitenlandreportages voor Time, Life en Der Stern.

‘Ara Güler bouwde met zijn werk een brug tussen Turkije en de rest van de wereld’, zegt Claartje van Dijk. ‘Hij heeft zijn land een gezicht gegeven in het Westen, en bracht met zijn foto’s uit het buitenland de wereld naar zijn huis.’

Vraag Polat, fotograaf en co-curator van de tentoonstelling, waaraan je een echte ‘Güler’ herkent, en hij zegt: ‘Dan toch het meest aan zijn Istanbul-foto’s. Aan zijn gevoel voor compositie en visueel drama. Ara Güler zag de stad als theater en elke straat als een podium. En omdat hij Istanbul en de inwoners zo goed kende, wist hij precies hoe zijn ‘acteurs’ gingen spelen.’

Hij wijst naar de foto waarop een man zijn hoofd uit de patrijspoort van een schip steekt. Aan wal staat een vrouw, ze overhandigt hem een briefje. ‘Ik weet precies waar dit is, in de haven. Die boten liggen er nog steeds, het is er altijd druk. Maar Güler laat de ruis en de chaos gewoon verstillen, door in te zoomen op wat mensen aan het doen zijn.’

Polat studeerde nog fotografie aan de kunstacademie St. Joost in Breda toen hij in 1999 in Geniş Açi, ‘hét fotomagazine van Turkije’, voor het eerst Gülers werk zag. Als zoon van een Turkse vader en een Nederlandse moeder kende hij tot dan toe alleen de westerse fotografie, de westerse kunstcanon. ‘Een Ed van der Elsken, natuurlijk, en Rembrandt en de rest van de oude garde, het Stedelijk Museum en het Rijks. Dat was mijn referentiekader. Maar ik dacht: ik heb ook nog een andere kant. Güler werd mijn eerste culturele vader. Iemand die mij de handvatten bood om Turkije op een andere manier te gaan bekijken. Voorbij het oriëntalisme en voorbij de nieuwsbeelden uit het Midden-Oosten die ik had gezien. Hij toonde de rauwheid en intimiteit van het leven van de mensen die hij fotografeerde.’

Over zijn eerste ontmoeting met Güler kan hij smakelijk vertellen. Het was in 2000, hij was in Istanbul en vroeg de makers van Genis Açi of ze hem met Güler in contact konden brengen. Dat kon. De fotograaf woonde boven wat nu het Ara Kafe heet, in de wijk Beyoğlu. ‘Er ging een wenteltrap omhoog, om de vier, vijf treden hing een portret dat hij had gemaakt, van Dalí, van Picasso, noem ze maar op. Als nuchtere Hollander vond ik ze toen eerlijk gezegd nogal theatraal.

‘Op een gegeven moment kwam ik boven, en hoorde hem uit een van de kamers roepen. Daar zat hij, achter zijn bureau. Overal zag ik stapels werk en dozen vol met negatieven – dat lág daar allemaal gewoon. Güler bleef zitten terwijl ik hem een hand gaf. ‘Heb je werk bij je?’, vroeg hij. Ik liet hem zien wat ik tot dan toe had gemaakt, hij bladerde er doorheen, en zei toen: ‘Dit is geen kunst. Je moet veel meer met schaduw en licht en contrast werken.’ Ik dacht: nog meer?

‘Het belangrijkste dat hij zei, was dat ik niet zo voorzichtig moest zijn, met de camera boven op de mensen moest gaan staan. Het grappige is: met het werk dat ik na deze ontmoeting heb gemaakt, won ik in 2006 de ICP Award van het International Center of Photography in New York. Dus je kunt wel zeggen dat hij mijn carrière een zetje heeft gegeven.’

In het woonhuis van Güler is inmiddels het Ara Güler Archives and Research Center gevestigd; het Ara Güler Museum, nu nog elders in de stad, opent er binnenkort. De tentoonstelling in Foam is in nauwe samenwerking met beide instanties gemaakt. Ze hadden echt geen idee wat ze behalve de iconische foto's nog meer gingen aantreffen, zegt Claartje van Dijk over het verkennende bezoek dat ze met Polat bracht, in oktober 2021. Het archief bevat honderdduizenden foto’s en uit ervaring weet ze: in archieven, ook van mindere omvang, kom je altijd iets tegen waarvan je niet wist dat het bestond.

Een van de verrassingen voor Van Dijk was het meer abstracte werk van Güler. ‘Zelf heeft hij vooral zijn sfeervolle Istanbul-reportages gepromoot. Güler zag zichzelf als geschiedschrijver, meer dan als kunstenaar. Aan zijn foto’s moest je kunnen zien hoe de mensen leefden, en hoe dat veranderde, in de tijd. Maar hij heeft ook geëxperimenteerd met vorm en structuur, en die foto’s zijn echt prachtig, we besteden er in de tentoonstelling een apart hoofdstuk aan.’

Beiden waren ook nieuwsgierig naar wat er áchter de esthetiek van Güler zat. Van Dijk: ‘Ik wist dat hij een heel uitgesproken karakter had, en dat roept vragen op: waarin zie je dat terug? Ik zie de tentoonstelling als een begin, een opening naar meer onderzoek naar zijn werk.’ Polat was benieuwd naar het engagement van Güler. Dat vond hij in een serie als Aphrodisia. Min of meer per toeval ontdekte Güler in 1958 in West-Turkije het afgelegen bergdorp Geyre, en in de nabijheid daarvan resten van de stad Aphrodisia, gebouwd tijdens het hoogtepunt van het Oude Griekenland (324-30 voor Chr.).

‘Hij fotografeerde de inwoners van het dorp zoals ze daar leefden, op en tussen de resten van bouwwerken uit de oudheid. Op de brokstukken deden ze de was, slachtten ze een schaap en bouwden ze nieuwe huizen. Dankzij de serie zijn archeologen er gaan graven, en is de site op de werelderfgoedlijst van Unseco gekomen.’

Wie engagement zegt, vraagt zich ook af of de fotograaf zich ooit heeft uitgesproken over de genocide die de Armeense familie van zijn vader het leven kostte en die in Turkije tot op de dag van vandaag niet zo genoemd mag worden. Polat zag een interview met Güler waarin een Duitse journalist hem hiernaar vraagt. ‘En dan wordt Güler kwaad en zegt hij: ‘Je probeert me in een hoek te duwen waar ik niet hoor, ik ben een kind van de Republiek, een Turk.’’

Misschien, zegt Polat, is dat voor een jongere generatie kritische Turkse makers niet te begrijpen, maar moet je zijn uitspraak ook zien in de tijd. ‘Hij was een kind toen Atatürk de Republiek uitriep en van Turkije een moderne, seculiere staat maakte. Elke ochtend liep de jeugd onder het zingen van het volkslied naar school.’

Ja, hoe staat het eigenlijk met die jonge Turkse fotografen? Kunnen zij nog kritisch werk maken, hun stem laten horen? Met die vraag springen we van Ara Güler, a Play of Light and Shadow naar Kismet, het overkoepelende programma over Turkse fotografie dat Foam en Polat twee jaar geleden begonnen en dat Turkse makers in Nederland een podium wil bieden.

Polat kreeg het idee al in 2015, toen hij terugkeerde naar Nederland na tien jaar in Istanbul te hebben gewoond en gewerkt. De spannende, vibrerende, vrije stad waar hij in 2004 naartoe verhuisde, vervaagde voor hem met elke nieuwe verkiezing. ‘Ik voelde steeds minder vrijheid om te zeggen wat ik vond. Inmiddels weet ik dat een groot deel van de jonge Turkse fotografen om dezelfde reden naar het buitenland is vertrokken.’ Van Dijk vult aan: ‘Waar ze ook moeten oppassen met wat ze maken, want ze willen hun familie in Turkije niet in gevaar brengen.’

Van een van die fotografen, Ece Gökalp, is in de ruimte Foam 3h werk te zien uit haar serie After Anahit. Misschien, zeggen Van Dijk en Polat, kun je over de jonge generatie wel dit zeggen: dat ze kritisch zijn, niet zozeer op het politieke klimaat in Turkije, maar dat ze zich verdiepen in onderwerpen die overal in de kunst bovenaan de lijst staan: migratie, identiteit, oriëntalisme, klimaat, en daar een visuele vertaling van maken.’

Zo begon After Anahit met twee schatzoekers die in 2015 een gletsjermeer leegpompten omdat ze hadden gehoord dat er schatten uit de Romeinse tijd zouden liggen. Van Dijk: ‘Ece heeft daar een heel gelaagde serie van gemaakt, waarin ze de ecologische verwoesting van het landschap in beelden koppelt aan het verhaal over de buste van de Armeense godin Anahit, die eind 19de eeuw door een boer werd opgegraven en via kunsthand Source: Volkskrant

Previous

Next