N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Wegwijs worden Aluminium of carbon? Schijfremmen of velgremmen? Wie wil beginnen met wielrennen moet tal van keuzes maken en aardig wat spullen aanschaffen. Een gids om wegwijs te worden, ook leerzaam voor gevorderden.
Beginnen met wielrennen is een stuk ingewikkelder dan beginnen met hardlopen: je kunt niet zomaar de weg op. Waar moet je op letten bij de aanschaf van een racefiets? Wat heb je verder allemaal nodig? En: hoe voorkom je dat andere weggebruikers een hekel aan je hebben?
Ga naar een onderdeel naar keuze:
Wielrennen is veruit de beste manier om een goede, eh… wielrenconditie te krijgen. En dat is ook meteen een goede algemene lichamelijke en geestelijke conditie. Wie hardfietst beweegt minimaal matig intensief en meestal intensief. Het advies van alle gezondheidsautoriteiten is om per week minimaal 150 minuten matig intensief te bewegen en twee keer per week wat krachttraining te doen.
Special wielrennen klikken en gaan
Bij een goede conditie zijn hart, longen, spieren, hersenen en andere organen in het lichaam zo getraind dat de kans op allerlei welvaarts- en stilzitziekten kleiner is. Diabetes type 2, hartaanvallen, depressie, beroertes, sommige vormen van kanker; mensen met een goede lichaamsconditie hebben daar minder kans op. Mogelijk leef je langer en langer gezond. Je kunt natuurlijk ook pech hebben.
Wat spieren betreft trainen hardfietsers vooral been-, bil- en rugspieren. Arm- en buikspieroefeningen moet je naast de fiets doen.
De gemiddelde rit bestaat niet, net zomin als de gemiddelde wielrenner. Het calorieverbruik, ook tijdens fietsen, is afhankelijk van gewicht, lengte, leeftijd en geslacht. En van de fietshouding, de staat van de fiets, de temperatuur en zeker ook van de windsnelheid.
Er zijn calorie-rekenapps, bijvoorbeeld keisan.casio.com of caloriesburnedhq.com. Vergelijk die twee en je ziet dat er flinke verschillen zijn. Een vrouw van 35 jaar, 65 kilo en 1,70 meter lang verbrandt volgens caloriesburnedhq 819 kilocalorieën (kcal) als ze in een uur 25 kilometer fietst. De keisan-app houdt het op 593 kcal. Het verschil is een zuinig belegde boterham. Met hardlopen kan die voorbeeldvrouw in een uur ongeveer evenveel calorieën kwijtraken. De ene app vindt dat ze dan 13 km/u moet hollen. De ander vindt 10 km/u genoeg. Ook een fors verschil.
Vertrouw niet op die calculators. Weeg jezelf eenmaal in de week op een vast tijdstip en bedenk dan of je de komende week beter wat minder of meer kunt eten. Volg geen rare diëten, maar eet gezond. En ga je op zondagmorgen 100 kilometer fietsen dan mag je tijdens de pauze op het terras een stuk vlaai bij de koffie.
Vergeleken met hardlopen, en helemaal vergeleken met voetballen, is hardfietsen een sport die het lichaam niet zwaar belast en relatief weinig blessures oplevert. Knieklachten zijn er het meest. Daarna rugklachten. Ze ontstaan door overbelasting, verkeerde fietstechniek en een slecht afgestelde fiets. Ongemakken zijn er ook: meestal tintelende vingers en zadelpijn.
De grens tussen blessure en ongemak is vaag. Veel geblesseerde en gewonde fietsers verzorgen zichzelf en komen daardoor niet in de statistiek terecht.
Ja, gevaarlijker dan bijvoorbeeld hardlopen. Wielrennen is weliswaar minder blessuregevoelig dan hardlopen, maar de zeer kleine kans op een ernstig ongeluk is groter dan bij hardlopen. Jaarlijks verongelukken er een paar wielrenners in het verkeer. In een recent rapport van veiligheid.nl staan de Nederlandse gegevens uit 2020 over wielrenners en mountainbikers die na een ongeluk op de spoedeisende eerstehulp (SEH) terechtkwamen. Het waren 5.300 wielrenners en 5.400 mountainbikers. De kans op ernstig letsel komt op 0,12 per 1.000 uur wielrennen voor 18- tot 34-jarigen. Die kans is verdubbeld voor 55-plussers. Mountainbiken is gevaarlijker.
De kans op een ongeval voor wielrenners is de afgelopen tien jaar met 44 procent toegenomen. De helft van de ernstiger letsels zijn kneuzingen en breuken van schouder, arm en hand. Tien procent heeft een hersenschudding. Er zijn jaarlijks 100 tot 200 hardfietsers die hersenschade oplopen bij een ongeluk. Een helm reduceert de kans daarop flink.
Ja. Als je als zondagochtendwielrenner op een fiets van meer dan 10.000 euro rijdt, als je je in Assos-fietsbroeken wringt, als je shirtjes van Café du Cycliste zijn en als je een helm van POC draagt, dan moet je je benen scheren om de show te vervolmaken.
Verder scheren eigenlijk alleen wedstrijdrijders hun benen. Dat reduceert de luchtweerstand. Schaafwonden zijn makkelijker te verzorgen. Bij koud en nat weer smeert het vet makkelijker op de blote benen, bij zonnig weer de zonnebrandcrème en de massage voelt prettiger op geschoren huid.
Wielrennen is geen goedkope hobby, dus voordat je honderden of duizenden euro’s uitgeeft, is het raadzaam om het een paar keer te proberen. Leen een fiets, of koop een goedkope tweedehandse. Zo kun je wennen aan de smalle bandjes, de wendbaarheid en de klikpedalen. En je kunt testen wat voor fiets bij je past. Hou je van snelheid, dan is dat waarschijnlijk een racefiets. Maar misschien vind je onverharde paden leuker en is een gravelbike een goede keuze. Of een mountainbike.
In de winkel zijn tweedehandsfietsen vaak helemaal nagekeken. Dat is de veiligste keuze. Kopen via een site als Marktplaats is meestal goedkoper, maar vraagt om meer inspectie. Heeft een fiets sporen van valpartijen, dan is dat een groot risico. Maar ook bij de fiets die er netjes uitziet is er veel om na te lopen. Draaien alle lagers soepel? Remt hij goed? Zijn de wielen nog recht? Maak altijd een proefritje, zodat je ook kunt testen of de fiets nog lekker schakelt.
Bedenk vooraf welke eigenschappen voor jou cruciaal zijn, en op welke onderdelen je het niet erg vindt om concessies te doen. Bepaal je budget en houd daaraan vast. Anders wordt een dure fiets al snel een héél dure fiets.
Alle professionals rijden op fietsen van carbon, of koolstofvezel. Dat heeft een reden: in de regel is koolstofvezel heel licht en heel stijf, waardoor fietsen razendsnel reageren als je optrekt of stuurt. Carbon heeft ook nadelen: het is gevoelig bij valpartijen. Aluminium is vaak iéts zwaarder, maar beter te repareren. Dus carbon is niet altijd de beste keuze – dat ligt aan het gebruik.
Ook goedkopere fietsen zijn tegenwoordig vaak uitgerust met schijfremmen. Dat heeft een reden: ze remmen sneller en werken beter in de regen of met stof of modder. Als je het kunt en wilt betalen de beste keuze dus. Wel zijn schijfremmen minder simpel zelf te onderhouden dan velgremmen.
Of je achter nu 10 of 12 kransjes hebt om tussen te schakelen, heel veel maakt dat in principe niet uit. Belangrijker is het bereik. Heeft je grootste kransje 25 of 28 tanden dan is dat prima voor op vlakke wegen. Maar bergop is dat tamelijk zwaar en zijn de meeste recreanten beter geholpen met 32 of zelfs 34 tanden .
Dat hangt af van je niveau. Hoge carbonwielen verbeteren de aerodynamica, maar de voordelen begin je pas te merken bij snelheden boven de 35 kilometer per uur. De bandenkeuze heeft altíjd impact, ongeacht de snelheid. Een goede band heeft meer grip en is beter bestand tegen lekken. Bij gravelen of mountainbiken is ook het profiel van belang: sommige banden werken beter op zanderig terrein, andere in dikke modder.
De meeste fabrikanten geven op hun site een indicatie op basis van je lengte en de lengte van je benen. Twijfel je tussen twee maten, bedenk dan: een iets te kleine fiets kun met een langere stuurpen nog prima aanpassen aan een iets te grote bestuurder, andersom is bijna onmogelijk.
Hoe mooi sommige shirtjes ook zijn, ze zijn niet noodzakelijk. Begin met een helm. Een helm verlaagt de kans op hersenletsel aanzienlijk, mits hij goed past.
Sommige helmen zijn veiliger dan andere: de Amerikaanse universiteit Virginia Tech heeft een site waar bijna 200 veelverkochte helmen op het gebied van veiligheid zijn te vergelijken.
Na een helm is een goede broek de beste investering. Met een goed zeem houden je billen een lange tocht in het zadel veel beter vol. Ook fietshandschoenen zijn handig – niet alleen voor de grip, ze beschermen ook je handen bij een val. Wil je ook fietsen als het iets kouder is, dan zijn arm- en beenstukken en een windvestje een nuttige aankoop. Daarmee blijft je zomerkleding ook in het voor- en najaar bruikbaar. Maar ga je ook bij minder dan 10 graden de weg op, dan wordt het tijd voor winterkleding.
Door met klikpedalen te rijden, trap je efficiënter: er gaat geen kracht verloren in voeten die over pedalen schuiven of er vanaf glijden. Daarnaast maken schoenplaatjes het mogelijk om een pedaal naar boven te trekken, waardoor benen zowel in de neerwaartse als opwaartse beweging kracht kunnen leveren.
Meteen een aparte zonnebril kopen hoeft niet. Toch heeft een bril speciaal voor fietsen wel voordelen: hij blijft beter zitten als je zweet en is vaak een stuk groter. Daardoor krijg je minder snel modder of vliegjes in je ogen en heb je geen last van een frame dat je zicht blokkeert.
Het is niet noodzakelijk, maar de meeste fietsers vinden het leuk om te zien hoe ver ze hebben gefietst en hoe hard ze rijden. Dat kan overigens ook met een telefoon en een app als Strava. Op duurdere computers zit ook navigatie. Dat maakt rijden op onbekend terrein een stuk makkelijker: je kunt vooraf een route t Source: NRC