Op een groot geel bord in de stad staat een onbedoeld gedicht: ‘Let op: Deze kade. / De Schaduwkade. / is een gedenkmonument. / Geen afval achterlaten. / Urineren is zeker niet toegestaan’ Bij zo’n bord stel ik me graag de persoon voor die de tekst heeft geschreven. Eerst begonnen over ‘deze kade’, daarna bedacht: nee, er moet bij staan hoe die plek heet. Daarachter een ferme punt, maar dan verder met een kleine letter. In de laatste zin de punt weglaten, want interpunctie is voor volgzame zielen, niet voor woordkunstenaars van gele borden
Door het ontbreken van de punt zou de zin ook een vraag kunnen zijn: ‘Urineren is zeker niet toegestaan?’ Hierdoor realiseer je je als lezer ineens hoe vaak ‘zeker’ wordt gebruikt in een context van onzekerheid.
Achter het gele bord bevindt zich een ‘krul’, om in te urineren dus, maar er staat een hek omheen, waardoor we zien: nee, urineren is zéker niet toegestaan.
Source: Volkskrant