Aprilia heeft na de eerste zeven races pas 99 punten in de buidel. Het seizoen begon nog hoopvol met een podiumplaats voor Maverick Vinales tijdens de seizoensopener in Portugal, maar toch kunnen ze de sterke prestaties van 2022 nog niet evenaren. Op hetzelfde punt had het Italiaanse merk een jaar geleden al een race gewonnen en drie andere podiums gescoord. Aprilia-coureur Aleix Espargaro kon ook in Duitsland geen potten breken. Hij eindigde de race op de Sachsenring ver buiten de punten nadat een gok op de zachte band niet goed voor hem uitpakte.
Gevraagd of Aprilia’s tegenvallende resultaten te wijten vallen aan pech, antwoordt Espargaro: “Nee, pech is het niet. We kunnen het niveau gewoon niet aan. Ducati is van een andere planeet. Ik zeg vanaf het voorseizoen al dat ik mijn motor goed vindt, maar de motor is drie of vier procent anders dan de 2022-spec van Miguel [Oliveira]. Je ziet dat de resultaten van RNF en van het fabrieksteam niet goed zijn. Daaraan zie je dat we onvoldoende progressie hebben gemaakt om dat niveau te evenaren.”
Espargaro had niet zien aankomen dat de kampioen van vorig jaar zo’n grote stap zou zetten tijdens de winter. “Kijk naar de tijden van vorig jaar en dit jaar. Ik denk dat ze twintig seconden sneller waren. Wij komen daar gewoon niet aan.”
De Spaanse motorcoureur kampte met een voetblessure na een fietsincident voor de Italiaanse GP. Bovendien werden er op de Sachsenring gebroken ribben vastgesteld bij de enkelvoudige Grand Prix-winnaar. “Ik heb nog steeds veel last van mijn voet, wat heel normaal is, maar ik heb sinds zaterdag ook erg veel last van mijn rug. Na de warming-up heb ik me laten onderzoeken en ik heb twee kleine breuken… eigenlijk niet zo heel kleine breuken in mijn negende en tiende rib. Nu begrijp ik waarom ik zoveel pijn heb. De dokters vertelden me dat het normaal is dat je pijn voelt zodra dat begint te helen.”
Source: Motorsport