N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Kunstroutes Elke zomer zijn er weer beeldenroutes te bewandelen of te befietsen. Die routes worden gekoppeld aan een thema of een verhaal. NRC koos er drie uit: geslaagde en minder geslaagde voorbeelden.
‘Grondtonen’ is de titel van de IJsselbiënnale 2023. Thema is het trio aarde, bodem, grond, de grote onbekenden van het dagelijks bestaan.
De IJssel, de jongste rivier van ons land, is een kunstrivier. Sinds de manifestatie IJsselbiënnale zes jaar geleden, in 2017, bij de eerste editie kunstwerken in en rondom het stromende rivierwater plaatste, in dorpen, steden, op dijken en in uiterwaarden, zijn de IJssel en beeldende kunst met elkaar verweven.
Een van de 27 nieuwe kunstwerken langs de rivierloop van 120 km ligt verscholen onder een civiel-technisch kunstwerk. Unsinkable van Karin van Dam toont ons een uit elkaar geslagen vlot vervaardigd van bamboe, enigszins verstevigd met zwart draad. Stootwillen van visdraad als kluwens wol houden de brokstukken drijvend, mocht het water hier stijgen. Maar het vlot ligt op het droge.
De locatie is de surrealistisch ogende Tolbrug met een lengte van 800 meter, die rustend op hoge witte pijlers dwars door de uiterwaarden bij Heerde loopt. Deze brug is alleen een brug als het water uiterst hoog komt en de hoogwatergeul tussen Veessen-Wapenveld vult. Misschien komt dit nooit voor, misschien eens in de tachtig jaar. Dit kunstwerk juist op deze plek tekent hoe de IJsselbiënnale te werk gaat: de rivier, het landschap, de brug zelf en het kunstwerk zijn met elkaar verbonden en verwijzen naar elkaar. Geen enkel object is lukraak geplaatst. IJsselbiënnale 2023 heeft als titel Grondtonen en gaat over het trio aarde, bodem, grond. Richtte de voorgaande editie van 2021 zich op klimaatverandering en dreigend hoogwater, nu kiezen directeur Mieke Conijn en het artistieke team voor de grote onbekende in ons dagelijks bestaan: de grond onder onze voeten.
Sidsel Bonde: A canvas for landscape dynamism Foto Sidsel Bonde
Bij de openingsceremonie maakte het publiek deel uit van een performance op de IJsseldijk bij Deventer. Op initiatief van de Arnhemse kunstenaar Rob Sweere kregen de genodigden een handvol aarde. Daarmee moesten ze in een kring staan en tien minuten lang geconcentreerd naar de aarde kijken terwijl Sweere vertelde over het wonder van groei en kracht dat we vasthouden. Maar ook hoe de mens de bodem uitput tot die geen groeikracht meer bezit.
Elders op die kunstroute, die de bezoeker bij voorkeur fietsend volgt van zuid naar noord, dus van Ellecom naar Kampen, stroomafwaarts mee met de rivier, ontwierp Martine van Lubeek de installatie An Affinity for Water. Op een vervallen steiger in de Museumhaven van Zutphen plaatste ze als beton ogende, houten blokken die door mos zijn aangetast. Nietige organismen die het sterkste gesteente breken. Ook ontwierp ze een sculptuur van mos, een soort grot. Op de blokken laat ze met behulp van ragfijne tekeningen de grillige, subtiele maar o zo krachtige structuur zien van moswortels, iets wat voor het menselijk oog nauwelijks waarneembaar is. Her en der staan gieters klaar die de bezoekers uitnodigen het mos water te geven, om zo gezamenlijk zorg te dragen voor iets, voor mos bijvoorbeeld, het landschap, onze bodem.
Her en der staan gieters klaar die de bezoekers uitnodigen het mos water te geven
De fietsende belangstellende glijdt, voorzien van routekaarten en een reisgids, door het landschap, ziet de glinsterende rivier, kerktorens aan de horizon. En krijgt bijvoorbeeld de aanwijzing aan het eind van het fietspad aan de Valkweg bij Eefde de uiterwaarde in te gaan, naar de IJssel.
Daar, in het weidse land, ligt een schitterende geometrische vorm van tien bij tien meter met een dikte van 7 cm, geboetseerd van klei uit de omgeving. A Canvas for Landscape Dynamism noemt de Deense Sidsel Bonde het reusachtige kleitablet. De roodkleurige grondsoort is gebarsten in de hitte. In de breuklijnen groeien grassen en bloemen. Deze sculptuur leeft, groeit mee met het landschap en verandert van kleur door regen, wind, zon. De weersomstandigheden vormen de regisseur van deze intrigerende installatie die toont wat zich onder het grasland bevindt, wat zich onder het zichtbare schuilhoudt. Nu zien we het.
Maar het zal begroeid raken en weer verdwijnen, dankzij het verborgen leven erin. Kunstenaar Sweere zei het ook al tijdens de performance: houdt de aarde vast, als er regen op valt zullen de onzichtbare zaden gaan ontkiemen.
Rob Voerman: Rizoom Foto IJsselbiënnale 2023
Ook Rob Voerman maakt met Rizoom de ondergrondse wereld zichtbaar, een aan de biologie ontleende term die verwijst naar de ongebreidelde, ondergrondse groei van wortelstelsels. Voermans kunstwerk staat langs de IJssel bij Deventer, aan de Gashavenstraat, en toont een opengewerkte wereldbol, de aarde zelf ofwel planet earth zoals astronauten die vanuit de ruimte waarnemen. In deze kwetsbare blauwe parel knoopte Voerman allerhande metalen kabels, groene stukken rubber en takken aan elkaar, als een wortelstel dat zich tot in het oneindige kan uitbreiden, zoals wortelgroeisels dat doen. Rizoom toont de transparante aarde met haar harde kern van wortels, diep verborgen in de bodem.
Met dit werk tekent Voerman óók protest aan tegen de aantasting van bodemschatten, maar het is een visie die zich niet makkelijk prijsgeeft.
Kijk er lang naar, en opeens valt de leegte op die zich rondom de wortelkluwen aftekent, zowel bovengronds als ondergronds. De wortels die het begin van alle bestaan vormen, lijken oneindig maar zijn dat in werkelijkheid niet. In de installatie zijn ze samengedrongen tot een in elkaar verstrikt labyrint, beslist niet onbegrensd in hun groei. Klopt: de mens slaat toe, en put de bodem uit.
Kester Freriks
‘Geloof’, het thema van de de H3H Biënnale, heeft sommige kunstenaars geïnspireerd tot werken waar je als ongelovige bijna gelovig van wordt. Er staat zelfs een beeld waar humor in zit.
‘Hoe staat het met de relatie tussen kunst en geloof?’ vragen de samenstellers van de kunstbiënnale in de Heilige Driehoek zich af, een omgeving in het Noord-Brabantse Oosterhout tussen drie abdijen die elke twee jaar wordt opengesteld voor kunst. Met die relatie gaat het best goed, zou je denken. Immers: als er altijd ergens geloof is, dan toch wel in de kunst, of anders gesteld: als het geloof ergens een gezicht heeft gekregen, dan is het in de kunst. Ook op de H3H Biënnale wordt bevestigd dat het met het geloof en de kunsten wel snor zit. Neem alleen al de letters LOVE van de Egyptische kunstenaar Ghada Amer, die in het grasveld zijn uitgegraven. Ze maken, ondanks de uitgemolken letters, indruk.
De H3H Biënnale koos bij de vorige edities ook thema’s die samenhangen met de omgeving: ‘Liefde’ en ‘Hoop’ waren de onderwerpen van voorgaande edities, en dus is nu onvermijdelijk ‘Geloof’ aan de beurt. De omgeving (kloosters en tuinen) maakt de keuzes begrijpelijk, maar het risico dat het een beetje een zweverig geheel wordt, ligt altijd op de loer. Dat ligt niet zozeer aan de beelden als wel aan de uitleg die de samenstellers erbij geven. Geloof gaat om vertrouwen en overtuiging, legt het boekje bij de wandelroute uit, om vervolgens met clichés te komen als dat geloof ook over „beroering” gaat, „geraakt worden”, „verstilling”, „bezieling” en „dat kunst ons helpt de blik te verbreden”, omdat het symbolisch is voor een en ander.
De hoogdravende teksten moet de bezoeker maar voor lief nemen, want deze H3H Biënnale heeft niet alleen veel moois te bieden, maar is ook sympathiek. Meer werken dan bij vorige edities zijn speciaal voor de locatie gemaakt. Zo bouwde Ine Vermee (1954) een lichtkapel en zette de Vlaamse Fran Van Coppenolle (1998) een fraaie constructie in elkaar. Haar werk, met weinig toegankelijke titel H3W6B13’23 (de chemische formules van kleuren en het aantal keren dat ze de kleuren gebruikte), toont een triomfboog die zowel kwetsbaar als vrolijkmakend is. Zagen triomfbogen er maar vaker zo uit, dan zou je vanzelf wat meer geloof hebben in de toekomst.
De enorme kloostertuin, doorgaans hermetisch afgesloten maar nu tijdelijk toegankelijk door een poortbrug die Frank Havemans (1967) bouwde, heeft beelden van David Bade (1970) die je vrolijk stemmen. Er zit namelijk humor in, ook al is niet elke boodschap die hij de bezoeker meegeeft even vriendelijk (‘Shut Up’ luidt er eentje).
Maar geloof draait natuurlijk niet om een goed humeur, maar ook om de zogeheten bezinning. Dat hoeft niet per se zweverig te zijn, toont de Vlaamse kunstenaar David Claerbout (1969) in een geweldige video: The Pure Necessity. Met fragmenten uit Disneys verfilming van het Jungle Book – dat anders dan het origineel van Kipling vooral draait om het zoeken van een bestemming en waarin het goede en de liefde overwint – wordt het hele verhaal teruggebracht tot een beeld van doelloosheid. Je ziet de beesten van de jungle liggen, dwalen, nutteloos zijn. Ondertussen hoor je geluiden die deels passen bij de jungle (wat dan weer bevreemdend werkt in een kloostertuin) en vertrouwde beestengeluiden.
Otlet dacht dat als je de wereld in één catal Source: NRC